Camps sprak met Isolde Lasoen: "Het naakt is van mij"

Karel Duerinckx
In de reeks 'Graafwerken' in Zeno woelt columnist en interviewer Hugo Camps voortaan in de ziel van zijn geïnterviewden. In de weekendkrant van De Morgen doet hij dat deze keer bij drumster en zangeres Isolde Lasoen. Dit is een voorsmaakje.

Aan de telefoon had ik gevraagd of zij mij eens het muzikale ritme van de golven wou beschrijven. Dat kon, maar nu even niet, want ze zat nog in Japan, na een optreden in Osaka. Een week later kwam ze ingetogen het overvolle terras van een restaurant aan de Zeedijk in Knokke opgewandeld. Blik op oneindig, ogen die haar los voorafgingen. Isolde Lasoen schreed geheel introvert langs de tafeltjes alsof ze haar eigen onzichtbaarheid wou creëren. Je verwacht het niet van een pop- en jazzcoryfee die voor evenveel God een catwalk in Milaan had kunnen lopen.

Later zal ze zeggen: "Ik vrees altijd dat de mensen mij zien als iemand die wil dat ze naar haar kijken. Dat is niet wat ik wil. Ik zing het liefst achter mijn drumstel, niet in het volle licht van de frontvrouw. Opvallen is niet het doel van mijn leven. Je zult mij ook niet met een hoed zien. Te excentriek. Ik wil eigenlijk alleen Isolde zijn. En natuurlijk: mama van Elko."

"In maart heb ik een nummer geschreven over de Rode Duivels: 'Samba des diables'. Old school: zang, blazers, strijkers. Het gaat over verleiden. Het nummer doet het goed op de radio. Mijn vriend Piet die videoclips maakt, heeft me ook gefilmd. Heel close-up en suggestief, zoals verleiding is. Sexy maar esthetisch. Niet plat. Je ziet wel naakte delen van mijn lichaam in een schemer. Na eindeloos piekeren en twijfelen heb ik het toch maar op YouTube gezet. Maar nog steeds vraag ik me af of het wel verstandig was om mezelf op die manier de wereld in te gooien. Het naakt is van mij."

"Piet zegt soms: 'Doe eens een rokje aan, je hebt zulke mooie benen. Die heb ik misschien ook, maar dat rokje blijft veelal in de kast hangen. Ik ga het omkijken van de straat liever uit de weg."

Isolde Lasoen (34) is een gevierde festivaldame. Deze zomer speelt en zingt ze op een dertigtal festivals. Ze is al twaalf jaar drumster van Daan, heeft haar eigen band Isolde et les Bens waarmee ze nu de EP l'Inconnu heeft gemaakt, was zeer bewonderd in de jazz-scene, zingt en drumt à la carte voor soundtracks en documentaires op radio en televisie, heeft voor het eerst loopbaanonderbreking gevraagd als lesgever in de kunsthumaniora. Ze kennen haar in Japan en Duitsland, in Frankrijk en Nederland. Dit jaar won ze de MIA voor beste muzikante 2013. Woman for all seasons.

Toch knaagt onzekerheid. "Ik kan van mijn muziek leven, maar het blijft onwennig dat ik het lef had om het onderwijs voorlopig op te geven. Vorig jaar stond ik op veertig festivals, nu op dertig. Er zijn niet zoveel muzikanten die van hun muziek kunnen leven. Laatst heb ik thuis nieuwe ramen laten steken, niet zonder dat ik me afvroeg: kan dat wel? Ik ben de kostwinner en wil mijn zoon van 6 graag een andere jeugd geven dan die ik heb gekend. Soms droom ik dat er iemand is die mij ook eens onder zijn vleugels neemt en me verblijdt met een zorgeloze verre reis."

Ik vrees altijd dat de mensen mij zien als iemand die wil dat ze naar haar kijken. Dat is niet wat ik wil. Ik zing het liefst achter mijn drumstel, niet in het volle licht van de frontvrouw.

Dit is een fragment van een langer interview. Het volledige gesprek leest u morgen in Zeno, de weekendbijlage van De Morgen.



Video