Wat een zegen dat ik het giftige goedje ontdekte dat mij instant uit een verdrietig moeras trekt

Janey van Ierland
Halina Reijn is actrice bij Toneelgroep Amsterdam en schrijft wekelijks over wat haar bezighoudt.

Verdwaasd loop ik door mijn lievelingsstad. Grauwe wolken pakken zich samen. Het lijkt wel of de champagne van gister niet in mijn maag terecht is gekomen, maar zich een weg naar boven heeft gebaand en nu rondklotst in mijn kop. Met elke stap blijven mijn hakken tussen de Antwerpse keien steken en moet ik wankelend mijn best doen om niet plat op mijn gezicht te vallen.

De afgelopen maanden hebben we met elkaar in een snelkookpan doorgebracht, als verhitte wetenschappers in een laboratorium hebben we woorden ontleed, zinnen geanalyseerd, om zonder enige relativering met volledige overgave, grenzend aan obsessie, te pogen een dode tekst tot leven te brengen.

Die lange weken van noeste arbeid moeten zich op de premièreavond uitbetalen ten overstaan van pers, familie, vrienden en publiek. Vlak voor ik compleet verzenuwd, trillend van angst 'de ring' inloop, probeer ik eerst aan alle mensen op de wereld te denken die daadwerkelijk moed moeten tonen om reëel gevaar te trotseren, in de hoop dat dat mijn zenuwen om te doen alsóf ik iemand ben die onthoofd wordt, zal relativeren.

Als dat niet voldoende helpt, haal ik mijn bevriende voetballers voor de geest die zonder enig voorspelbaar kader met miljoenen toeschouwers het veld op moeten, het hoofd trots rechtop, de borst vooruit.

Niets redt mij echter. Mijn been trilt, mijn mond verstijft, mijn vingers lijken dode takken, mijn hart raast en ik moet mezelf het toneel op dwingen om me als een blinde gladiator met gesloten vizier in de strijd te gooien.

Als het doek valt, doet direct de realiteit zijn intrede. De meningen van toeschouwers besmetten en besmeuren het fragiele ei dat we net hebben gelegd. Alles heeft moeten wijken voor deze ene avond, maar met welk doel? Nu Maria Stuart gereduceerd wordt tot een ontspannen gesprekje aan een bar in de foyer, is de magie weg en vraag ik me af waarom ik mijzelf zo onvoorwaardelijk heb geïsoleerd van alles en iedereen om me heen.

Met champagne probeer ik mijn doffe, onheilspellende gemoedstoestand te temperen en met succes. Binnen een uur heb ik mezelf volledig bezopen en waggel ik als een professionele alcoholist door café De Pallieter. Ik praat spontaan met iedereen, dans, ben quasi vrolijk en vervelend uitgelaten.

Vrienden uit een ver Vlaams verleden verbazen zich over mijn dronkenschap, zij kennen mij alleen met sigaret en cola light. Wat een zegen dat ik na 35 jaar van volledige nuchterheid dit giftige goedje heb ontdekt dat mij instant uit een verdrietig moeras trekt en me als de eerste de beste levensgenieter de boel op stelten laat zetten.

De volgende dag strompel ik door de Arenbergstraat. Van de bravoure van gisteren is niets meer over. De doelgerichtheid van het repetitieproces heeft plaatsgemaakt voor een schemerige vaagheid waaraan ik meteen weer wil ontsnappen. Het liefst zou ik nu met creditcard de Verso inlopen om bij gebrek aan champagne een paar peperdure jurken in te slaan. Alles om dit zwarte day-aftergevoel te elimineren. Waar leef ik voor als het niet voor Maria Stuart is?

Ik kan niets bedenken. Ik bel mijn vriendin die ergens in de nepsneeuw een fantasy-serie filmt. "Kun je komen?" Ze moet lachen om mijn wanhoop, die kent ze als haar broekzak. Ze zegt dat ze in haar tovenaarsoutfit staat en even geen tijd heeft om naar België af te reizen.

In mijn hotelbed krul ik me op en denk aan het oude Rome. 'Gladiator: iemand die een gevecht levert als volksvermaak.'

Met champagne probeer ik mijn doffe, onheilspellende gemoedstoestand te temperen en met succes. Binnen een uur heb ik mezelf volledig bezopen en waggel ik als een professionele alcoholist door café De Pallieter