René Verreth over terugkeer naar 'De Collega's': "Verschrikkelijk dat onze Manu dit niet kan meemaken"

De collega's maken de brug - René en Manu verreth
RV De collega's maken de brug - René en Manu verreth
Collega’s komen en gaan. Zo ook op het fictieve ministerie dat in de jaren tachtig het decor vormde van ‘De Collega’s’. In Jan Verheyens filmversie, ‘De Collega’s 2.0’, zullen de schijnwerpers dan ook op een nieuw team ambtenaren staan. Met gastrollen evenwel voor de - nog levende - cast van weleer, zoals René Verreth (Persez), Tuur De Weert (Van Hie), Jaak Van Assche (De Pesser) en Nora Tilley (typiste Caroline). 

‘De Collega’s 2.0’ wordt pas volgende zomer ingeblikt en in december 2018 in de bioscoop verwacht, maar regisseur Jan Verheyen maakte in Mechelen al een voorproefje met enkele oudgedienden. ‘Als mensen mij niks over Manu vragen, begin ik zélf over hem’, zegt René Verreth (77) over zijn overleden tweelingbroer. Hij heeft dan ook een dubbel gevoel bij de nieuwe ‘Collega’s’-film. Vereerd dat hij mag terugkeren als Philemon Persez, treurig dat Jomme Dockx de grote afwezige zal zijn.

‘Ik voelde oprechte blijdschap toen Jan Verheyen mij z’n plan voorlegde’, zegt René Verreth. ‘Deze film wordt het mooiste bewijs dat we met ‘De Collega’s’ een uniek spoor hebben nagelaten. Dat we bovendien een gastrol mogen spelen, is helemaal fantastisch. Op mijn gezegende leeftijd verwacht je zoiets niet meer.’

Hoe gaat het nu met jou?

Alles gaat prima. Ik ga vaak wandelen met mijn vrouw. We hebben al zeven keer de 100 km gestapt en we doen soms wandeltochten van vier dagen.

Uitslapen is aan jou niet besteed?

Ik sta ’s morgens graag vroeg op, omdat ik vind dat ik anders een deel van m’n dag mis. Naast ons bed hebben we een groot raam met een mooi zicht op de bomen. De zon zien opkomen in de natuur, daar geniet ik van.

Je woont niet meer in je vertrouwde Sint-­Katelijne-Waver.

Nee, we wonen nu al vijf jaar in Koningshooikt. Ons huis in Sint-­Katelijne-Waver is onteigend. Er moest plaatsgemaakt worden voor een uitbreiding van de groente- en fruitveiling. Ik heb daar 47 jaar graag gewoond, dicht bij het ­Mechelen waar ik zo van hou. Verhuizen naar Koningshooikt was een hele verandering. Wat zeg ik, het heeft me echt pijn gedaan.

Kon je niet protesteren tegen die onteigening?

Goh, die hing al heel lang in de lucht. Elf jaar voor we effectief onteigend zijn, hadden we al eens een slag gewonnen. We waren met de buren protestliedjes gaan zingen aan de kerk en hadden ’n paar politici bezocht. Daardoor hebben we de onteigening kunnen uitstellen. Maar elf jaar later kwam het voorstel voor de uitbreiding van de veiling opnieuw op tafel en viel er niks meer tegen te beginnen. In 2012 zijn we allemaal moeten verhuizen. Ons huis met alles errond ligt al plat, maar die uitbreiding van de veiling staat er nog steeds niet. 

De onteigening hing al lang in de lucht, maar die gedwongen verhuis heeft me echt pijn gedaan. Vooral omdat er vijf jaar later nog altijd niets staat op de plaats van ons vroegere huis

René Verreth

Maakt dat je kwaad?

Dat de veiling groeit, daar mag ik eigenlijk niet kwaad om zijn. Maar ’t was goed wonen in Sint-Katelijne-Waver. ’t Was er rustig, we hadden veel ruimte. Als ik ’s nachts thuiskwam na een toneelvoorstelling, kon ik er goed uitslapen.

Waar je nu woont, is het toch ook rustig?

Ja ja. Naast ons ligt een bos van Natuurpunt. We hebben onze tijd genomen om een geschikte woning te vinden. Onze dochter, Joke, woont hier ook in de buurt. Dat heeft zeker meegespeeld bij de keuze voor Koningshooikt.

Manu woonde vroeger naast jou. Joske, zijn weduwe, moest ook uit haar huis. Verhuisde zij ook naar Koningshooikt?

Nee, zij trok naar Eppegem. Haar dochter Anneke en haar man hebben daar een manege. Hun kinderen Ignace en Fientje wonen nog thuis.

Ook zij zullen Manu hard missen.

(knikt) Dat onze Manu er niet meer is, blijft een groot verdriet. Veel mensen missen hem nog steeds en ik ben er eigenlijk ook nog altijd niet over. Manu heeft hard gewerkt. Als het ergens tegenviel en hij via de achterdeur naar buiten moest, kwam hij via de voordeur weer binnen. Hij is een held geweest. Manu is nu voor een stukske in de hemel.

Je had graag nog één keer met hem op de set gestaan?

Dat hij dit niet meer kan meemaken, vind ik verschrikkelijk jammer. Hij zou zo trots zijn. Mijn broer hield van zijn personage, Jomme Dockx was zijn lievelingsrol. Hij speelde die zo goed, omdat hij ook echt hield van de kleine man. Ik vind het een mooi eerbetoon van Jan Verheyen dat hij in ‘De Collega’s 2.0’ de zoon van Jomme Dockx, ‘onzen Adelbert’, in de film zal laten opduiken. Op die manier zal Manu er toch een beetje bij zijn.

Manu had diabetes. Is hij daaraan gestorven?

Hij sukkelde al een tijd met zijn gezondheid. Hij was op… En hij had suiker, ja. Ik maak hem niet graag verwijten, maar je zou kunnen zeggen dat hij zich onvoldoende soigneerde. Maar dat was zijn goed recht. Hij leefde erg bourgondisch, en dan ligt het gevaar van suikerziekte op de loer.

Ben jij een minder grote ­levensgenieter?

Ik ben dat ook. Maar ik heb wat meer chance, zeker? Manu heeft pech gehad. Hij was amper 69 toen hij stierf. Gelukkig wordt er nog vaak over hem gesproken. Ik heb graag dat de mensen mij iets over Manu vragen. En ik betrap me erop dat als ze dat niet doen, ik zélf over hem begin. (lacht) Hij blijft mijn tweelingbroer, we zijn voor altijd verbonden.

Haalden jullie weleens grapjes uit?

Toen we in het vijfde leerjaar zaten, hadden we een onderwijzer die poppenkast speelde. Wij moesten mee met hem. De ene moest buiten blijven, de andere moest op de scène in een koffer kruipen, die dan werd vergrendeld met kettingen. En dan: ‘Hokus, pokus, pas!’ en ik kwam de zaal binnengestapt. Hij had mijn broer uit de kist getoverd. (lacht) 

Manu’s as werd uitgestrooid in zijn tuin. Bij de verhuis heeft zijn weduwe de grond laten afgraven en opnieuw uitgestrooid.

Dat klopt. De as van Manu ligt nu in Joske haar nieuwe tuin.

Woont Joske alleen?

Ze heeft sinds kort een vriend. Een heel aangename man. Ze vormen een goed koppel. ’t Is goed dat Joske een nieuwe liefde heeft. Iemand die er altijd is voor haar, naast haar dochter en kleinkinderen.

Jij hebt nog geen kleinkinderen?

Toch wel. Maar ik ben pas laat papa geworden - mijn vrouw was al 40 toen onze dochter Joke kwam - dus we hebben nog jonge kleinkinderen. Niels is zes en Jens is acht.

Ben jij ‘den bompa’?

Nee. Ze noemen me vake. En mijn vrouw is moeke. Manu had gelijk: het grootouderschap is fantastisch! Lieve en ik moeten ervoor zorgen dat we goed oud worden, zodat we onze kleinkinderen nog kunnen zien opgroeien. Nu besef ik dat ik Joke destijds tekortgedaan heb omdat ik zo druk met dat theater bezig was. Met onze twee prachtige kleinkinderen gaan wandelen, daar maken we nu graag tijd voor. We hebben nu ook veel tijd. We leven nog héél graag.

Ben je voor Joke met je theater gestopt?

Voor ons allebei. Ik heb tegen mijn vrouw gezegd: ‘Schat, ik stop met alles. We gaan samen een beetje genieten.’ En dat doen we: lekker eten en drinken, op reis gaan, uitstapjes maken. Ik werk nu ook in de tuin én ik help in het huishouden. Ik ontdek dat dat zelfs plezant is.

De acteur is huisman geworden.

Goh, ik zal nooit helemáál stoppen met acteren. Dat blijft in m’n lijf zitten. Af en toe kan ik nog een rolletje spelen. Maar ik begin niet meer aan een theaterreeks van honderd voorstellingen. Ik ben ook nog stukken aan het schrijven. Dus helemaal dood ben ik nog lang niet. (lacht)




Reacties

Alle reacties worden voor publicatie gelezen -en goed- of afgekeurd- door het moderatie-team van HLN. Elke reactie moet voldoen aan deze gedragsregels.
Je naam en voornaam verschijnen bij je reactie.