Open brief aan Walter, de schoonste vent van Gent

Walter De Buck op zijn Gentse Feesten, dochter Selien op de schouders.
Selien Walter De Buck op zijn Gentse Feesten, dochter Selien op de schouders.

Walter,

Het was de liefde die ervoor zorgde dat ik je leerde kennen. Ik was jong, jij wat minder jong. Ik viel voor je nichtje Katie. Zij had in haar apenjaren een steun en toeverlaat gevonden in haar tante. Jouw grote liefde. Die zo beminnelijke rots in de branding. Mia.

Jaren voordien, ik hoor haar stem nu, zong mijn moeder zaliger hardop mee met jou toen 'Koevoet', 'In mijn Stroatse', 'De Veugelmarkt' of je allermooiste lied ''k Zou Zo Gere Willen Leven' op de radio passeerde.

Ze vertelde me toen over Karelke Waeri. De liedjesschrijver, pre-socialist en volkszanger. Gelijk gij. En over de borstelverkoper De Rosse Wasser. Op de markt: 'Grote stelen, kleine stelen, grote stelen het meest!' Jij wekte die traditie van met liedjes tegen de gevestigde haren in strijken weer tot leven. Dat is wellicht je grootste verdienste.

Jij wekte die traditie van met liedjes tegen de gevestigde haren in strijken weer tot leven. Dat is wellicht je grootste verdienste.

Dat je de Gentse Feesten weer deed bloeien en er je eigen vrijheidslievende stempel op drukte, is vaneigens ook een prestatie waarvoor elke Gentenaar en de stad zelf je eeuwig dankbaar moeten zijn. En hoe je dat deed. Met ocharme een podiumke op een paar lege bierbakken, een handvol hippies en bakken vol explosieve creativiteit. Met Selientje op je schouders. Met groot respect voor de artiesten en surtout voor de volkse mensen die eens naar de 'rare hippies' kwamen kijken. En wat minder respect voor de flieken die de boel wilden stilleggen.

Je collega-volksheld met wie je straks de gitaren kan kruisen, Luc De Vos, ging met zijn moeder begin de jaren zeventig ook eens naar die hippies kijken. Toen en daar, op Sint-Jacobs, heeft hij besloten dat hij ook een hippie met een gitaar wilde worden. En zo geschiedde. Je hebt er veel de ogen geopend, meer dan je kon vermoeden.

Je collega-volksheld met wie je straks de gitaren kan kruisen, Luc De Vos, ging met zijn moeder begin de jaren zeventig ook eens naar die hippies kijken. Toen en daar, op Sint-Jacobs, heeft hij besloten dat hij ook een hippie met een gitaar wilde worden.

Vele jaren later viel ik voor de mooie ogen van dat meisje dat op je schouders had gezeten. Ik was ouder, jij ook. Wat meer littekens en grijs haar, maar het vuur van de kunst en de ijver voor een betere wereld waren niet gedoofd. Je duvels had je bijkans allemaal bedwongen, je straalde een soort rust uit die weinigen gegeven is. Je was huiselijker geworden, de cafés had je verruild voor je atelier en je stoof. En je was nog altijd een schone vent.

Daarstraks wandelde ik voorbij het standbeeld dat je maakte ter ere van Karel Waeri en ik dacht 'dat staat hier toch schoon, in onze schone stad'. Een half uur later vernam ik dat je overleden was.

We wisten dat je het niet lang meer zou trekken. Dat je in de zomer nog je Feesten hebt geopend, was al een grandioze overwinning op die smeerlap van een ziekte. Mia heeft de voorbije maanden zo mooi voor jou gezorgd, en jij ook voor haar. Jullie liefde was misschien niet de makkelijkste, maar wel één van de mooiste die ik ooit heb mogen zien.

Hoe je voorovergebogen hout stond te hakken voor de kachel, de laatste keer dat ik je zag. Hoe je van borstelstelen breinaalden voor Mia had gemaakt. Hoe je vele mooie kinderen en kleinkinderen graag bij hun mama en hun papa kwamen. Het was daar altijd warm, ook als er geen hout was voor de kachel.

Hoe je op familiefeesten je gitaar bovenhaalde. De Franstalige kant van de familie brak hun tongen op ''t Vliegerke' maar kon feilloos meezingen met 'Piemeloe Pameloe' van tonton Waltèr. De kinders hingen aan je lippen. Die grote knuffelbaard.

Je was er niet de man naar grote woorden te bezigen. Je kunst en je liedjes volstonden. Je leerde me de muziek van Georges Brassens kennen. We dronken een glas, een fles. En nog één, en soms ook één te veel. Je gedachten lagen diep gelijk uw ogen en ze gingen vele kanten op. Je loste ze maar met mondjesmaat. Je ging het verbale conflict niet uit de weg, maar nooit was je vilein of rancuneus. Daar kon je geen tijd, geen energie in steken.

Je boodschap was duidelijk, hoewel zelden met zoveel woorden uitgesproken. We onthouden: Ziet malkander graag. Leeft gulzig en doet ulder goesting zonder malkander zeer te doen. En peinst aan zij die het met minder moeten stellen.

Ge zijt ne schone vent, Walter. Merci.

Luc

Je boodschap was duidelijk, hoewel zelden met zoveel woorden uitgesproken: 'Ziet malkander graag, leeft gulzig, doet ulder goesting zonder malkander zeer te doen. En peinst aan zij die het met minder moeten stellen'