BINNENKIJKEN. De stadstuin van ‘Familie’-acteur Maxime De Winne

Dieter Bacquaert
Niet alleen acteren, maar ook tuinieren is een passie van Maxime De Winne (42), die Quinten speelt in Familie. In zijn vrije tijd doet hij niets liever dan bloemen en planten zaaien en snoeien. Ook zijn dochtertjes hebben de microbe beet. “Ze hebben zelfs hun eigen tuinbox met minigereedschap”, vertelt Maxime deze week in deze nieuwe zomerreeks van het blad Story. 

Maxime De Winne is verknocht aan ‘zijn’ Gent, maar hij heeft liefst ook wat groen om zich heen. “De stad is een heel drukke plek, en ik hou er ontzettend van. Je blijft heel betrokken bij alles wat er gebeurt. Maar om alles mooi in evenwicht te houden, heb ik ook graag een tuin. Dat geeft me rust en stimuleert de creativiteit. Alleen zijn véél mensen op zoek naar die combinatie van stad en groen. Gelukkig hoorden we per toeval dat de ouders van een van onze vrienden hun huis gingen verkopen, en zo zijn we deze woonst op het spoor gekomen. We wonen hier nu zeven jaar.”

Hoe lag de tuin erbij toen jullie het pand kochten?

Die was heel netjes... en saai. Je hebt mensen die het zich makkelijk maken met om de zoveel meter een spar, wat houtkrullen ertussen en een stukje grasperk dat bij wijze van spreken zichzelf afrijdt. Het was ook een heel rechte tuin. Ik heb er lang over nagedacht hoe ik de natuur kan laten inspelen op de lijn die ik wil. Welke planten zet ik? Hoe geef je die vorm? En na een paar jaar is het toch ongeveer geworden zoals ik het in mijn hoofd had.

En dat is? 

Met veel bloemen in bloei. Zowel in de zomer als in de winter. Van azalea’s en oleanders over planten in bloempotten tot winterjasmijn. Het hele jaar door is er veel kleur. Al is dat er wel met vallen en opstaan gekomen. Sommige bloemen groeiden niet of gaven te weinig bloemen. Of ik vond ze gewoon saai. Dan liet ik ze langzaam overwoekeren door andere planten en kwam er iets nieuws in de plek.

Zo’n tuin vraagt toch veel onderhoud?

Veel mensen denken dat je in een stadstuin weinig tijd moet investeren, maar niets is minder waar. Gemiddeld ben ik er twee à drie uur per week in bezig. Als je veel bloemen hebt, moet je voortdurend snoeien zodat er nieuwe bloemen komen, en om wildgroei tegen te gaan. Een kleine tuin is snel té slordig. In een stad heb je trouwens een soort van microklimaat en groeit alles veel sneller. Mijn groene container is in sommige periodes echt te klein.

Dieter Bacquaert

Nochtans is je stadstuin nu ook niet supergroot.

Nee, zo’n honderd vierkante meter, maar dankzij wat trucjes laten we hem wel iets groter lijken. Zo bestaat ons terras uit drie niveaus en zijn er enkele verborgen hoekjes. En ook niet onbelangrijk: de strakke en grillige vormen van de tuin, en veel kleuren- en plantenvarianten. Daardoor verandert onze tuin het hele jaar door en is die nooit saai. 

Je vindt tuinieren duidelijk leuk.

Ik vind het heerlijk om met mijn handen in de grond te ploeteren. Dat is een zen-moment voor mij, een vorm van meditatie. Tegelijkertijd ben ik er dus ook filosofisch mee bezig. Tuinieren zet me aan tot denken, tot iets nieuws creëren. Ik speel voor God in mijn eigen tuin (lacht). Een hoofdrol dus! Ik ben er echt wel door gepassioneerd. Zo zoek ik veel achtergrondinformatie op over de planten en bloemen, en geef ik weleens tips aan vrienden. 

Had je van jongs af aan groene vingers? 

Die heb ik inderdaad van thuis meegekregen. Ik ben opgegroeid op de buiten en moest meehelpen in de tuin. Daarnaast deed ik als kind niets liever dan kikkervissen vangen en kijken hoe die vier poten kregen. Ik kon ook uren aan een stuk naar ons vogelkastje staren. Dat is trouwens de reden waarom ik destijds biologie ben gaan studeren. Tot de dag van vandaag ben ik gebiologeerd door alles wat vliegt. De schuifdeur van de keuken naar het terras staat altijd open, waardoor je ook binnen deels het gevoel hebt dat je in de natuur zit. En als er een insect binnenvliegt, wil ik kijken of ik het nog steeds herken uit mijn cursus insectenleer. We hebben hier bovendien een bosduif die binnenkomt om het kattenvoer op te eten. Heerlijk om te zien.

Veel bloemen trekken natuurlijk ook veel bijen aan. 

Ja, maar dat is de bedoeling. We hebben zelfs een bijenhotel om ze van dichtbij te kunnen bewonderen. Vooral de kinderen vinden dat fascinerend. Of het niet gevaarlijk is? Nee, want bijen zullen niet zomaar steken. Tenzij ze op een bloemetje in het gras zitten en je er met je blote voeten op stapt. Maar dat is niet de schuld van de bij.

Je wilt je graag bijscholen tot imker.

Zodra ik wat meer tijd heb, ga ik zeker zo’n cursus volgen. Dan zou ik een bijenkast willen plaatsen in de tuin. Het gaat slecht met deze insecten, maar in de stad kunnen we ze wat helpen omdat hier weinig pesticiden gebruikt worden. En er staan doorgaans veel bloemen in de achtertuin van een stadswoning. Ideaal dus. 

Een bijenkast heb je nog niet, een vijvertje wel.

Een kleine vijverbak, met twee koi-vissen en zes goudvissen. Een erfenis van mijn vader (lacht). Ze zijn behoorlijk groot nu, maar vragen relatief weinig verzorging. Om de twee dagen moet ik hen eten geven. Er staat ook een fonteintje in het bassin, omdat stromend water mij een waanzinnig rustgevend gevoel bezorgt.

Zitten je kindjes Jeanne (6) en Lucille (2,5) soms ook met hun voeten in de vijver?

Onze jongste is daar nog wat klein voor. En mijn vriendin Laurence vindt dat ook niet zo veilig. Kinderen kunnen al verdrinken in water van amper dertig centimeter diep. We moeten hen dus altijd gigantisch hard in de gaten houden. Vooral de kleinste. 

Zijn de kinderen graag buiten?

Toch wel. Als het mooi weer is, moedigen we hen ook aan om buiten te spelen. Bij ons staat op woensdagnamiddag geen tv aan, dan moeten ze wel in de tuin zitten. Ze hinkelen dan, doen aan touwtjespringen, maken een tekening op de tuintafel of lezen een boek in hun indianentent. Of ze helpen me onkruid uittrekken of bloemen planten. Ze hebben zelfs hun eigen tuinbox met minigereedschap. Zo krijgen ze niet alleen respect voor de natuur, maar ontdekken ze ook nieuwe smaken. Er staat immers veel eetbaars in onze tuin, van aardbeien tot rode bessen. En kruiden als dragon, peterselie en munt. Die gebruik ik om te koken, en de kinderen weten dat het recht uit de tuin komt.  

Omdat het een stadstuin is, hebben ze natuurlijk maar een beperkte speeloppervlakte. 

Dat is de enige reden waarom ik ooit nog zou verhuizen naar een huis met een grotere tuin. Ook al is dat verschrikkelijk duur in de rand rond Gent. Maar ik heb het geluk dat mijn veertienjarige zoon Faust liever op zijn donkere kamer zit en de twee meisjes niet te wild zijn. Ze hebben geen voetbalveld nodig om zich uit te leven, want anders was ik allang vertrokken. Je tuin moet toch vooral afgestemd zijn op de noden van de kinderen. 

Nog een nadeel: je hebt inkijk van de buren. 

Qua privacy heb ik het gevoel dat we niet te veel bekeken worden. Er zijn maar een paar ramen van omliggende woningen die uitkijken op onze tuin, en daar zie ik gelukkig niet veel beweging. Je hoort wel stadsgeluiden, maar we hebben toffe buren, dus verdraag je dat ook makkelijker. 

En die betonnen muren rondom de tuin? 

Die zie je nog amper omdat ze bedekt zijn met klimplanten en -hortensia’s. Het ziet er allemaal zo groen uit. Ja, ik geniet hard van onze tuin. Vooral ’s avonds is het er heerlijk toeven. Overal is verlichting voorzien, wat zorgt voor een gezellig effect. En overdag hebben we de hele tijd zon. Al is dat in de zomer soms wel ondraaglijk warm. Maar we zijn van plan om een zeil te spannen over het terras, voor wat koelte. 

Tot slot: wat brengt de vakantie voor jou?

Dieter Bacquaert

Tijdens de Gentse Feesten treed ik op met  CirQ-Bataclan. We breken het wereldrecord van het aantal wereldrecords tijdens BATASTUNT! Van de grootste croque-monsieur ter wereld tot de langste paperclipketting ooit. Er zullen eetwedstrijden zijn en stunts met een grote kraan. Nadien gaan we met het hele gezin twee weken op vakantie naar Zuid-Frankrijk, en vanaf half augustus sta ik opnieuw op de set van Familie. Voor mijn personage Quinten kondigt het nieuwe seizoen zich heel romantisch en tof aan, met zijn lief Hanne (rol van Margot Hallemans, red.). Voorlopig toch (knipoogt). 

Dieter Bacquaert
Dieter Bacquaert
Dieter Bacquaert
Dieter Bacquaert
Dieter Bacquaert



2 reacties

Alle reacties worden voor publicatie gelezen -en goed- of afgekeurd- door het moderatie-team van HLN. Elke reactie moet voldoen aan deze gedragsregels.
Je naam en voornaam verschijnen bij je reactie.


  • Elle Devee

    100 m2 voor een stadstuin noemen jullie klein? Hallo?

  • Pieter Verhulst

    Knap maar een stadstuin van 100m2 is niet klein he. En in Gent onbetaalbaar. Daar kost een krot zonder tuin al 300000 euro.