Begijn Le Bleu out zich als vogelspotter: “Zelfs als ik in bed een duif hoor, moet ik weten welke het is”

Begijn Le Bleu *** stekene, Belgie - 25/02//2019 Photo by Pieter-Jan Vanstockstraeten / Photonews ***
Begijn Le Bleu *** stekene, Belgie - 25/02//2019 Photo by Pieter-Jan Vanstockstraeten / Photonews ***
Stand-upcomedian Begijn Le Bleu (47), né Timothy Begijn, tourt momenteel door Vlaanderen met zijn nieuwe zaalshow ‘Toch Bedankt’. Ver weg van de rode pluchen schouwburgzetels belijdt hij echter zo vaak mogelijk een van zijn andere grote passies: birding. Vogelspotten ofte vogelen voor de eeuwige gniffelaars. Op een vroege maandagmorgen liet Primo zich gewillig door de grootste ‘Foute Vriend’ meetronen naar het even verscheiden als uitgestrekte Stropersbos in Kemzeke, waar zowel de kiemen van Begijns jeugd als zijn voornaamste hobby liggen, voor een introductie tot de ornithologie.

Ik groeide hier een paar honderd meter verderop’, steekt hij van wal. ‘Al zat ik meestal aan de overkant van de drukke De Stropersstraat in het Hollands waterwingebied. ‘Niet naar De Stropers’, kreeg ik steevast van mijn moeder te horen. De baan oversteken vond ze te gevaarlijk. Van zodra mijn leeftijd dat wel toeliet, kwam ik altijd naar hier. Het Stropersbos is een prachtig bos annex natuurgebied. Heel divers qua fauna en flora. Het grote nadeel van het waterwingebied was dat de grote waterputten daar geregeld met de grove borstel leeggemaakt werden. Broedseizoen of niet. Voor een vogelliefhebber is dat natuurlijk hartverscheurend. Van dergelijke taferelen bleef ik hier gelukkig gespaard. En er zijn veel meer soorten. (enthousiast) Als kind heb ik hier zelfs nog een nest wespendieven (havikachtige roofvogel, nvdr) weten zitten.’

Begijn Le Bleu *** stekene, Belgie - 25/02//2019 Photo by Pieter-Jan Vanstockstraeten / Photonews ***
Begijn Le Bleu *** stekene, Belgie - 25/02//2019 Photo by Pieter-Jan Vanstockstraeten / Photonews ***

Waar komt je fascinatie voor de natuur in het algemeen en vogels in het bijzonder vandaan?

BEGIJN LE BLEU: Mijn vader was destijds autoverkoper, maar hij had ook bijzonder veel interesse voor insecten en meer bepaald dagvlinders. Door hem bezig te zien boeide mij dat ook gaandeweg. Hij kocht een verrekijker voor me en ik was vertrokken. Al snel schakelde ik echter over op vogelspotten. Dan gingen we samen naar de Ardennen of ergens in het buitenland, hij voor de insecten en ik voor de vogels. Ik met mijn verrekijker, hij met een loep en een fototoestel. Een zestal jaar geleden ging ik bij Natuurpunt CVN ook een cursus natuurgids volgen. En in het middelbaar volgde ik drie jaar de richting land- en tuinbouw en daarna drie jaar biotechniek. Mijn drie kinderen zijn ondertussen ook aangestoken en dat doet me veel plezier. Voor tieners is het natuurlijk niet evident om ’s morgens in alle vroegte uit bed te kruipen om vogels te gaan observeren. (lacht) Mijn vrouw heeft de smaak ook al te pakken, maar bij haar beperkt het zich toch vooral tot onze eigen tuin. Shhtt, luister een vink. Je herkent het typische ‘suskewiet’. Hier dan toch, want in Wallonië klinkt een vink anders. Hetzelfde geluid, maar dan zonder dat kenmerkende ‘suskewiet’. Bij vogels bestaan dus ook dialecten, registers noemen ze dat. En hoor je die ‘prrr-tik’? Dat is een pimpelmeesje. En die ‘tiktiktiktik’? Overduidelijk spechten. Dat snerpend getsjirp? Zonder twijfel een roodborstje.

Ik heb nog geen vogel gezien en jij noemt hier botweg meteen vier soorten op.

(lacht) Tja, na al die jaren is dat een automatisme geworden. Het is zeker niet mijn bedoeling om je omver te blazen met mijn kennis. Ik beheers slechts de basis. De echte kenners hadden je waarschijnlijk al met tientallen soorten om de oren geslagen. Tegenwoordig bestaan daar trouwens geweldige apps voor. ‘Tjilp! Vogelzang uit West-Europa’ is er zo eentje. Daarmee kan je ter plekke geluiden checken en dubbelchecken voor het geval je twijfelt. Ook xeno-canto.org is een zegen op dat vlak. Die website bundelt duizenden vogelgeluiden van over heel de wereld, opgeladen door gewone liefhebbers als jij en ik. Het is alleen jammer dat sommigen daar misbruik van maken.

Hoezo?

Die apps en websites maken het natuurlijk mogelijk om die geluiden gelijk waar af te spelen. Als je dat hier bijvoorbeeld middenin het bos doet, zou dat vogels in de war kunnen brengen. Sommigen willen zo een reactie van een bepaalde vogelsoort uitlokken om te kijken of ie daadwerkelijk in de buurt is. Stel dat je zoiets heel frequent doet, kan dat zelfs de habitat van bepaalde vogels verstoren, omdat ze bijvoorbeeld denken dat een van hun predators in de buurt is, terwijl dat eigenlijk niet zo is. Echte vogelliefhebbers gebruiken die hulpmiddelen dus enkel ter herkenning.

Horen is één ding, zien een ander. Wat gebruik je daarvoor?

Ik heb altijd een goeie verrekijker, telescoop en fototoestel op zak. Wat die eerste twee betreft, zweer ik bij het Oostenrijks merk Swarovksi, bekend van de kristallen.

Begijn Le Bleu *** stekene, Belgie - 25/02//2019 Photo by Pieter-Jan Vanstockstraeten / Photonews ***
Begijn Le Bleu *** stekene, Belgie - 25/02//2019 Photo by Pieter-Jan Vanstockstraeten / Photonews ***

Waarom?

Enerzijds omdat het verdomd goeie marchandise is. Anderzijds omdat ze met hun producten vooral inzetten op birding (vogels observeren, nvdr). Net als alle andere optiekmerken maakt Swarovski ook vizieren, verrekijkers en telescopen voor de jacht. Veel minder evenwel dan hun voornaamste concurrenten. Dat vind ik ook niet onbelangrijk als natuurliefhebber. Al is het toch vooral de kwaliteit van hun lenzen die het ‘m doet. Met zo’n materiaal blijf je zelfs minutenlang gefascineerd naar een simpel roodborstje kijken.

Kwaliteit kent meestal zijn prijs.

‘k Had het kunnen denken. Wil je dat echt weten? (lacht) Tja, voor die verrekijker tel je toch snel zo’n 2.000 euro neer en voor die telescoop mag je daar gerust nog duizend euro bijdoen. Dat is duur, ja, maar voor een doorwinterde vogelaar is niks zo erg als een vogel niet of nauwelijks gezien te hebben door minderwaardig materiaal. Bovendien gaat zoiets ook z’n tijd mee, hé.

Je doet blijkbaar ook aan digiscoping, wat moet ik me daarbij voorstellen?

Dat is het principe waarbij je je fototoestel via een lens aansluit op je telescoop om op die manier foto’s te maken. Daardoor kan je uiteraard veel meer inzoomen en krijg je de vogels beter te zien. Of ik iets van plan ben met die foto’s? Nee, niet meteen. Al geef ik vanaf volgend jaar wel lezingen over vogelspotten en die zal ik wel illustreren met eigen foto’s. Voor de rest doe ik dat puur voor mijn plezier. Met die lezingen trek ik wel de kleinere zaaltjes in, van bibliotheken en zo. Daarmee wil ik vermijden dat ik te zeer het ‘Foute Vrienden’-publiek aantrek, dat vooral op mijn comedy-capaciteiten afkomt. Niks mis mee, maar ik denk niet dat daar veel echte vogelliefhebbers tussen zitten. Ik heb ervaren dat mensen nog steeds meer op een naam afkomen en niet zozeer het onderwerp. Kijk, ik breng altijd alles op een humoristische manier natuurlijk, maar het is niet de bedoeling om van die lezing een stand-up-act te maken. Hoegenaamd niet. In de nasleep van die lezing heeft de stad Antwerpen me trouwens gevraagd om een tiental ornithologische wandelingen te gidsen. Met mijn achtergrond als natuurgids zie ik dat uiteraard volledig zitten. Kijk, zie je die half omgewaaide boomstam daar? Typisch iets voor spechten. Luister! Die ‘tit-tit-tit-tit’ is een koolmees. En bovendien een koolmees die duidelijk maakt ‘Weg hier, dit is van mij!’ In principe zal hij meteen antwoord krijgen.

Ik zie dat je ook driftig notities maakt.

Ja, dat hoort erbij. Het is belangrijk dat je precies noteert wat je hoort of ziet, want bij birding is horen evenwaardig aan zien. Met daarbij de exacte plaatsbepaling – zo’n gps-locatie kan tegenwoordig perfect met je smartphone – en het tijdstip. Die gegevens zet je dan bijvoorbeeld op de website waarnemingen.be van Natuurpunt of een app. Voor liefhebbers is dat een onvervalste schatkamer, een wetenschappelijk onderbouwde bovendien.

Je kan toch schrijven wat je wil?

Dat kan, ja, maar voor eventuele fouten of onmogelijke waarnemingen word je vrijwel meteen op de vingers getikt. Vorige week gaf ik bijvoorbeeld nog in dat ik een boomvalk gezien had. Waarop meteen de reactie kwam ‘Ja? Het is wel nog wat vroeg voor boomvalken.’ (lacht) Alles wordt gecontroleerd en daarbij wordt enorm kort op de bal gespeeld. In diezelfde week had ik in het natuurgebied De Blankaart in het West-Vlaamse Woumen ook een blauwe kiekendief gespot. Per ongeluk noteerde ik ‘adult in broedbiotoop’, maar die vogel zit hier alleen maar in de winter. Niet veel later kreeg ik al een mail binnen: ‘Broedbiotoop? Dat zal wel een vergissing zijn.’ De echte freaks halen er zo de fouten of valse meldingen uit. En maar goed ook. Daarnaast kijken ze erop toe dat waarnemingen van bepaalde vogelsoorten meteen geschrapt worden.

Pardon?

Neem nu de oehoe, die momenteel overal zijn biotoop aan het afbakenen is. Ook al zie of hoor je zo’n uil zitten, mag dat in principe niet gemeld worden uit vrees voor verstoring. Met de grauwe kiekendief wordt dat ook gedaan. Die was vorig jaar nog in de Blankaart, maar dat werd stilgehouden. Die vogels nestelen op de grond wat het nog makkelijker maakt om hen te storen. Het FIR, de Federatie der Instandhouding van Roofvogels, heeft zelfs vrijwilligers om bepaalde nesten te bewaken. Vooral in zuiderse landen aan de Middellandse Zee worden volop eieren gestolen. Al moet je natuurlijk al een serieuze vogelliefhebber zijn om zo’n nest te gaan bewaken. Even stil. Heb je dat klein gesis gehoord? Dat zijn goudhaantjes, die zitten hier omdat ze houden van naaldbomen. Het kleinste vogeltje dat hier in Vlaanderen rondvliegt. Prachtig.

Wat is de beste periode om hier aan vogelspotting te doen?

Door het uitzonderlijk goeie en warme weer was er eind februari duidelijk al meer activiteit dan anders, maar het topseizoen begint pas echt volgende maand. In de lente beginnen alle vogels te zingen en zijn ze overal aanwezig. Ze vliegen heen en weer omdat ze eten moeten zoeken voor hun kroost. Bovendien is het nog niet te warm en is het bladerdek nog niet volgroeid waardoor je ze goed kan zien. Dat is echt de ultieme periode. In de zomer zijn ze moe en moeten ze uitrusten omdat ze zodanig veel energie in hun broedsel gestoken hebben. Van bepaalde soorten zijn de pluimen tegen dan ook al versleten en is het wachten op nieuwe om weer aan de trek te beginnen. Maar ieder seizoen heeft wel wat. Ik ga ook in de winter op pad. Al is het dan vooral genieten geblazen van de tuinvogels. Ik voeder iedere dag. Op zo’n seizoen gooi ik gemiddeld toch 150 kg vogelvoer buiten. (lacht) Dat loont. Op piekmomenten zitten zeker vijftig à zestig vogels in onze tuin: een bonte specht, soms een sperwer, Turkse tortels, een keep, zwarte mees, groenlingen, te veel om op te noemen. Voor mij is dat echt een feest.

Ruim een jaar geleden begon je met de podcast ‘Fwiet! Fwiet!’, wat moet ik me daar precies bij voorstellen?

Ik probeer maandelijks een bijdrage te leveren over vogels in de Lage Landen. In mijn zog probeer ik zoveel mogelijk betere en grotere vogelkenners dan ik een forum te geven. Veel wetenschappelijk veldwerk levert soms behoorlijk verrassende resultaten op, terwijl je daar nauwelijks iets over leest in de traditionele media. Dan vind ik het zalig om zo’n interessante mensen een duwtje in de rug te geven. Toen ik ermee begon vertelde ik mijn vrouw dat ik al content zou zijn met honderd luisteraars per keer. De eerste aflevering werd door bijna 6.000 mensen beluisterd. Al zaten daar toen nog veel curieuzeneuzen tussen natuurlijk. Gemiddeld luisteren toch 2.500 à 3.000 vogelliefhebbers, dat had ik nooit durven dromen. Op het moment dat ik het gezicht was van de jaarlijkse vogeltelcampagne van Natuurpunt piekte de podcast zelfs tot tienduizend luisteraars. (neemt plots zijn verrekijker) O manneke, dat is daar een kuifmees. (opgewonden) Ik had hem hier vorige week nog gehoord en opgeschreven als waargenomen, maar nog nooit eerder gezien. De max, jong. 

Na al die jaren is het mooi om zien hoe enthousiast je blijft vogels spotten.

Voor mij is het ook een compensatie voor mijn drukke comedyleven, waarbij altijd een publiek en pers komt kijken. Ik heb dit echt nodig. Ik moet buiten, ik moet wandelen, ik moet die rust hebben. Ik wil dit niemand opdringen, maar voor mij werkt het perfect. Wekelijks probeer ik toch mijn graantje mee te pikken. Minstens een voormiddag, idealiter een volledige dag. Dat is het summum. Op den duur wordt dat ook een spelletje, die vogelgeluiden.

Hoezo?

Ik kan het niet meer uitzetten. Zelfs niet als ik in mijn bed lig. Als ik dan een duif hoor moet ik weten welke duif het is. (lacht) Ik zal je trouwens iets vertellen waarmee je voortaan kan uitpakken. Je kent een Turkse tortel? Ja, en je weet wat een houtduif is? Oké. Wel, de roep van een houtduif bestaat uit vijf lettergrepen. (imiteert perfect) ‘Woewoewoe woe woe’. Terwijl de Turkse tortel ‘woewoe woe’ doet, slechts drie lettergrepen dus. (lacht)

In hoeverre verzamel je ook alles wat met vogels te maken heeft?

Ik hou al sinds mijn jeugd een collectie vogelschedels en veren bij. Die schedels liet ik vroeger dan helemaal kaalvreten. Daarnaast heb ik mijn stal ook een diepvriezer staan waarin ik dode vogels bewaar. Als ik ergens een dode vogel aantref die nog in relatief toonbare toestand is, neem ik die mee voor in de diepvries. Sommige vogels zijn echt te mooi om te laten liggen. Zo heb ik onder meer een roodborstje, een zeekoet, een groenling enzovoort.

Wat doe je daarmee?

Zowat maandelijks geef ik een workshop rond vliegen en veren op een of andere lagere school. Dan neem ik bijvoorbeeld dat roodborstje mee in een diepvrieszak met koelelementen. Die kinderen vinden dat geweldig om dat in real life te zien. Veel kinderen hebben totaal geen voeling meer met de natuur. Als ze dan zo’n roodborstje van zo dichtbij zien, die verwondering is aandoenlijk. Ze vinden alles fantastisch: de pluimpjes, de kleuren, de snavel, het lichte gewicht …

Welke vogel staat tot slot bovenaan je voorlopige nog ‘to spot’-lijstje?

Goh, alle vogels die ik nog nooit gehoord of gezien heb. (lacht) Maar als ik dan toch eentje moet kiezen, ga ik voor de klapekster. Een klauwierachtige vogel met een roofvogelbekje die zijn prooien op takken spietst. Heel bijzonder. Ook het mannetje van de wielewaal met prachtige geelzwarte kleuren staat hoog op mijn verlanglijstje.




Reacties

Alle reacties worden voor publicatie gelezen -en goed- of afgekeurd- door het moderatie-team van HLN. Elke reactie moet voldoen aan deze gedragsregels.
Je naam en voornaam verschijnen bij je reactie.