Augustijn Vermandere brengt eerste plaat uit in West-Vlaams: “Papa zingt wel over vaderschap, veel deed hij er toch niet voor”

Dieter Bacquaert
Op zijn 41ste slaat Augustijn, de jongste zoon van volkszanger Willem Vermandere (79), een weg in die hij altijd heeft gemeden. Na drie Engelstalige cd’s brengt hij z’n eerste plaat uit in z’n eigen dialect, het sappig West-Vlaams. “Of mijn pa trots is? Hij is blij dat ik m’n bezigheid heb, maar hij zal mijn cd zeker niet voor z’n plezier opleggen”, zegt Augustijn in Dag Allemaal.

Augustijn Vermandere heeft een haat-liefdeverhouding met zijn beroemde achternaam, al zal hij dat zelf nooit met zoveel woorden toegeven. “Mijn vader was al een legende toen ik geboren werd”, zegt hij. “En ja, het is natuurlijk een voordeel om Vermandere te heten. Zo was er meteen aandacht voor mijn ­muziek. Maar nu ik in het West-Vlaams zing, heb ik beslist om dat als Augustijn te doen. Al zijn er ­organisatoren die mijn familienaam erbij zetten op de affiche.”

Uit commerciële overwegingen?

Het zal wel commerciëler zijn om als een Vermandere op te treden, maar eigenlijk vind ik Augustijn genoeg als naam. Je hoort mijn voornaam niet veel, dus onthouden de mensen die wel.

Je hebt inderdaad een opmerkelijke voornaam. Augustijn is een gekend...

... bier!

Een gekende heilige, wilde ik zeggen. Augustinus schreef de eerste kloosterregels neer. Wilde je vader zo verwijzen naar zijn eigen verleden in het klooster?

Ik weet niet waarom mijn ouders mij zo hebben genoemd. Mijn vader zat ook niet in een augustijnenklooster, maar bij de paters oblaten. Mijn eigen zoon heet Mozes, ook een figuur met een hele geschiedenis. Joke en ik vonden dat gewoon een mooie naam.

Je bent opgegroeid in Steenkerke, een piepklein dorp bij Veurne. Besefte je als kind wie je vader was?

Op school werd toch geregeld gevraagd of ik ‘de zoon van’ was. Ik heb daar nooit problemen mee gehad. Als kind ging ik soms mee naar optredens van hem en hij is echt goed, hoor. Ik ben trots op mijn vader.

Je hebt nochtans jarenlang in het ­Engels gezongen. Om toch maar niet in zijn voetsporen te treden?

In het middelbaar speelde ik al bij een paar groepjes. Meestal brachten we covers en dan ligt het voor de hand dat je Engelstalige nummers speelt. Nederlands was absoluut niet hip in die tijd. Dat is nu wel aan het veranderen. Ik speel momenteel zelfs in een coverband die enkel Nederlandstalige nummers brengt.

Speel je dan ook covers van Willem ­Vermandere?

Misschien komt dat nog, maar momenteel ben ik daar nog niet aan toe.

Moest je muziek spelen als kind?

Eén van mijn allervroegste herinneringen is dat ik een kinderviool kreeg van mijn vader. Ik moet een jaar of drie geweest zijn. Toen voelde ik wel iets van dwang en misschien ben ik er om die reden op afgeknapt. Maar ons huis stond vol muziekinstrumenten en op mijn zesde begon ik uit mezelf op de piano te spelen.

Piano leren spelen vergt discipline. Kon je die opbrengen?

Absoluut. Tot mijn 16de heb ik pianoles gevolgd in avondschool. In mijn laatste jaar kwam ik zelf aandraven met rock-’n-rollpartituren. Dat vond mijn leraar leuk, maar ik moest wel mijn toonladders blijven oefenen en studeren op de verplichte stukken. Ondertussen speelde ik al gitaar en basgitaar in groepjes met vrienden en ben ik gestopt met die muzieklessen.

Heb je ook samen met je vader ­gemusiceerd?

Mijn broer, mijn twee zussen, mijn vader en ik spelen nu nog samen in de nachtmis op kerstdag. Thuis stond de radio meestal op een klassieke post, al legde mijn moeder soms een plaat op van The Beatles, maar eigenlijk had mijn vader het liefst dat we zelf muziek maakten. Daar stimuleerde hij ons wél in.

Je zegt het alsof hij jullie nergens ­anders in heeft gestimuleerd.

Hij heeft ons vooral vrij gelaten. Mijn zussen hebben hem nog verweten dat ze nooit een duwtje in de rug kregen van hem. Een kind kan dat nodig hebben. Maar hij vond dat we ons plan moesten trekken. Ook wat onze studies betreft.

Hield jullie vader zich afzijdig?

Hij was vaak van huis om op te treden en dat was schitterend. Alle vriendjes van het dorp kwamen bij ons spelen omdat het daar zo leuk was. Maar als hij thuis was, moesten we op onze tenen lopen om hem zeker niet te storen. Zich bezig ­houden met zijn kinderen was niet echt vaders ding.

Besefte hij dat zelf?

Nu wel. ‘Waar was ik toen jullie klein waren?’ zingt hij. Daar moeten wij het mee doen. Hij kan wel ­babbelen en schrijven over het ­vaderschap, maar aan het vader-zijn, deed hij toch niet veel.

In welke studies heb jij ‘je plan’ ­getrokken?

Na mijn middelbaar Latijn-wiskunde ben ik in Brussel informatica gaan studeren.

Informatica? Je gaat toch niet zeggen dat jouw vader een computer had?

Mijn ouders leven vandaag nog steeds heel primitief, maar toen mijn pa op een dag een nieuwe typemachine nodig had, zei iemand dat hij beter een computer kon kopen. Hij kon daar niet mee uit de voeten, dus heb ik die computer rap aangeslagen. Ik was toen elf, denk ik.

Heb je ook als informaticus gewerkt?

Ik werk voortdurend met mijn computer. Alle muziek die ik schrijf, neem ik meteen op. Ik maak mijn eigen videoclips, mijn eigen websites. Die studie informatica komt dus goed van pas, al ben ik er wel mee gestopt na een jaar.

Om je volledig aan de muziek te ­wijden?

Nog niet. Ik wilde vrije grafiek studeren, maar op de toelatingsproef snapten ze niets van mijn motivatie. Omdat ik al een kot had, ben ik dan maar wiskunde gaan studeren in Gent.

Eerst informatica, dan wiskunde. Waren die studies een manier om te rebelleren tegen je ­artistieke afkomst?

Nee, ik doe gewoon wat ik wil. Mijn hele leven al. En wiskunde vond ik het interessantste vak in de informatica. Tot ik in het derde jaar zat en aan Amalia, mijn jongste zus, zei dat ik mijn twijfels had over die studie. ‘Wat wil je echt doen in het leven?’, vroeg ze. ‘Als ik mocht kiezen zou ik voor de muziek gaan’, zei ik.

Dus deed je op dat moment toch niet wat je echt wilde.

Ik had een duwtje nodig en dat heeft mijn zus me gegeven. Omdat Amalia naar Noorwegen wilde vertrekken, mocht ik in dit huis komen wonen. Ik heb er dan een muziekstudio gebouwd om andere bandjes op te nemen.

Wilde je producer worden?

Eerst wel, maar al snel had ik door dat ik zelf wilde creëren. Met mijn groep The Johnsonz kregen we een contract van Universal om zes platen op te nemen. We hadden al getekend, toen Universal de hele ­Belgische afdeling opdoekte.

En jij kon weer van vooraf aan beginnen?

De RVA vond dat ik maar iets kon doen met mijn ­studio-ervaring. Dan ben ik zeven seizoenen als geluidsingenieur gaan werken voor de Kaboutershow in Plopsaland. Dat was heel leuk. Ik heb ook muziek gemaakt voor het animatie­figuurtje Hopla op Ketnet. En ik heb drie Engelstalige cd’s opgenomen als Willemsson.

Nu zing je in het West-Vlaams. Had je daar ook een duwtje voor nodig?

Nee, ik moest er juist helemaal alleen voor zijn. Toen Joke op reis was met Mozes in Italië, zat ik plots met een zinnetje in mijn hoofd over West-Vlamingen die nooit content zijn. In het Engels kreeg ik dat niet gezegd, maar in het West-Vlaams had ik ­meteen een strofe en het refreintje. ‘Ik kan toch niet in het West-Vlaams beginnen’, dacht ik.

Omdat je niet met je vader ­vergeleken wil worden?

Ik word al mijn hele leven ­vergeleken met hem, maar nu zal dat nog veel heviger zijn. Daarom heb ik ook zelf een liedje geschreven dat mijn ­vader beter is. Zo ben ik de kritiek voor. (lacht)

Heeft hij je nieuwe plaat al ­gehoord?

Ja. ‘Doe maar voort’, zei hij. En dat hij mijn muziek toch interessanter vindt nu ik in het West-Vlaams zing. Maar ik weet ook dat hij mijn cd niet zal opleggen voor zijn plezier. Hij is al content dat ik mijn bezigheid heb.

Op 1 maart wordt je cd feestelijk gelanceerd in De Grote Post in Oostende. Komt hij?

Ik denk het niet en mijn moeder zeker niet. Zij zit het liefst in haar tuin, mijn vader is altijd bezig met beelden, schilderijen en linosnedes. Dat is voor hem zijn echte werk, niet het optreden met zijn gitaar. Eigenlijk komen ze geen van beiden graag buiten. Zeker niet als er veel volk is.

Dieter Bacquaert



Reacties

Alle reacties zijn welkom zolang ze voldoen aan de do's en don'ts die je hier kan terugvinden: gedragsregels. Elke dag ontvangen wij duizenden reacties, het kan enkele uren duren voor jouw reactie wordt geplaatst. Wordt jouw reactie afgekeurd dan werd er geoordeeld dat deze onze gedragsregels schendt.