"Puur op karakter weer naar huis gefietst"

MARNIX PLANT EEN 'TOCHTJE': 7 WEKEN, 108 COLS, 5.300 KM

Marnix in volle uitrusting, hier op de Galibier.
Foto Vergauwen Marnix in volle uitrusting, hier op de Galibier.
Marnix Vanhee (60) uit Temse heeft in de voorbije zeven weken de loodzware 'Honderd Cols Tocht' tot een goed einde gebracht. In totaal reed hij - in zijn eentje - 5.300 kilometer door Frankrijk, goed voor 108 cols en nog eens een honderdtal côtes.

Op zaterdag 26 mei vertrok Marnix met de fiets in Temse, richting de Vogezen - waar de Honderd Cols Tocht begint. Vorige week arriveerde hij weer in zijn thuisbasis Temse, met een teller die 5.300 kilometer aangaf. Kilometers die Marnix verzamelde langs het Centraal Massief, de Pyreneeën en de Alpen. Liefst 108 cols en nog een honderdtal côtes bedwong hij, goed voor een totaal van 75.000 hoogtemeters. Ter vergelijking: in de Tour leggen de renners dit jaar in totaal 3.329 kilometer af, en krijgen ze 25 cols voor de pedalen. "Zes jaar geleden heb ik voor het eerst over deze Honderd Cols Tocht gehoord", vertelt Marnix. "Ik nam me voor om er na mijn pensioen aan te beginnen en ik heb me er ook gedurende enkele maanden intensief op voorbereid. Eind mei was ik klaar om te vertrekken."


"Ik ben altijd een vakantiefietser geweest en trek er regelmatig op uit met kameraden", vervolgt Marnix. "Maar ik heb ervoor gekozen om deze tocht alleen te doen. Dan hoef je met niks of niemand rekening te houden, en heb je alle vrijheid. Dit was ook geen fietsvakantie. Ik zat tien tot dertien uur per dag op de fiets, en 's avonds zette ik mijn tentje op. En dan ben je nog eens twee uur bezig met eten klaarmaken en de planning voor de volgende dag uit te werken. Veel tijd schiet er niet over, ook niet om je eenzaam te voelen. Ik ben bovendien alleenstaand, wat voor zo'n onderneming ook een groot voordeel is. Mijn dochter heb ik wel om de twee dagen gecontacteerd - je weet nooit of er iets fout loopt. Er zijn enkele moeilijke momenten geweest, maar niks dat ik niet zelf kon oplossen."

Onderkoeling

De tocht zelf is 4.000 kilometer lang, maar Marnix deed daar nog eens 1.300 kilometer bij door in Temse te vertrekken. En dat deed hij op zijn stalen koersfiets, met een aanhangwagentje vol spullen - goed voor 40 kilo. "In het eerste deel van de tocht heb ik afgezien. Vanaf het Centraal Massief tot en met de Pyreneeën was het slecht weer. Het regende bijna onophoudelijk en op de bergtoppen was het amper 8 graden. Ik kreeg onderkoelingsverschijnselen, maar ik beet door. En toen ik aan de Mont Ventoux kwam, werd het weer 30 à 35 graden. De Alpen heb ik goed verteerd, maar daarna voelde ik me helemaal leeglopen in het Juragebergte. Op de Grand Colombier heb ik mijn klop gekregen, en daar ben ik niet meer van hersteld. Al mijn reserves waren opgebruikt. Maar puur op karakter ben ik toch nog helemaal naar huis gereden."


Het is zijn grote liefde voor de bergen die Marnix naar deze mythische tocht geleid heeft. "Wat de toekomst brengt, weet ik nog niet. De volgende wordt een tocht langs de Maas of de Donau, lekker plat. (lacht) We zullen zien, want de bergen hebben altijd een grote aantrekkingskracht op mij gehad."