Laatste verzetsheld brengt haar verhaal uit

92-jarige Théa Verspecht was als tiener in WOII bij de weerstand

Théa Verspecht en haar man Edmond Thuy, met hun vier kinderen, burgemeester Lieven Dehandschutter (rechts) en Marcella Piessens (links), die haar verhaal optekende.
JVS Théa Verspecht en haar man Edmond Thuy, met hun vier kinderen, burgemeester Lieven Dehandschutter (rechts) en Marcella Piessens (links), die haar verhaal optekende.
Het einde van de Tweede Wereldoorlog ligt al 73 jaar achter ons. Niet veel mensen kunnen het nog navertellen. Met het boek ‘Mijn Oorlogsverhaal’ geeft de 92-jarige Théa Verspecht uit Sint-Niklaas haar verhaal wel nog mee aan de volgende generaties. Zij is vandaag wellicht de laatste, nog levende verzetsheld in onze regio. Als tienermeisje in de oorlogsjaren 1940-1945 was ze boodschapper voor de weerstand tussen Hamme en Sint-Niklaas.

“Ik was 14 toen de oorlog in 1940 begon. Men zei dat ik vrij volwassen was voor mijn leeftijd. Door mijn vader Adolf en mijn nonkel Peer, die fervente weerstanders waren, ben ik zelf in het verzet terechtgekomen. Mijn vader had in de Eerste Wereldoorlog twee jaar dwangarbeid voor de Duitsers moeten verrichten, echte slavenarbeid, en hij kwam ziek terug, gekraakt door ontbering. Onze nonkel was voorzitter van de weerstandsbeweging NKB, die uiterst geheim was. Wij woonden toen in Hamme, maar de leden van de weerstand van Sint-Niklaas kwamen regelmatig naar ons om samen beslissingen te nemen. Dat gebeurde in het huis van mijn grootouders. Zo kwam ik in contact met de verzetsbeweging. En het was soms erg spannend. In het grote huis van mijn grootouders, met vier slaapkamers, moest er soms logement verschaft worden aan Duitse soldaten. Ik kan me nog herinneren dat de soldaten naar hun kamer gingen en de trap opliepen naast de kamer waar de vergadering van de weerstand plaatsvond.”

“De weerstand deed wat het kon: gestrande piloten helpen, gezochte weerstanders onderdak bieden, mensen aan rantsoenbonnen helpen, belangrijke berichten doorgeven enzovoort. Ons familiehuis was de centrale plek. Ik was van alles op de hoogte, maar ik loste geen woord, zelfs niet tegen mijn beste vrienden. Later zouden ze erg schrikken toen ik hen vertelde over mijn verzetsactiviteiten. Toen ik zestien werd, gaven mijn ouders me de toestemming om meer betrokken te worden bij het verzet. Zo werd ik boodschapper. Wie zou immers een jong meisje verdenken? Ik kreeg een fiets om het contact met onze vrienden van de weerstand in Sint-Niklaas te onderhouden. Het zwaarste voor mij was ‘den berg van Elverseel’, op de lange baan tussen Hamme en Sint-Niklaas. ‘Mon de Vos’ was mijn verbindingsman in Sint-Niklaas, met Bruwiere en Goegebuurs als betrokkenen. Ik bezorgde hen telkens een gesloten enveloppe met informatie.”

Théa Verspecht (in het rood) krijgt felicitaties van koning Albert II.
RV Théa Verspecht (in het rood) krijgt felicitaties van koning Albert II.

Aparte band

“Toen Hamme werd bevrijd, was Sint-Niklaas nog bezet gebied. Ik moest het bericht van onze bevrijding overbrengen. Ik moest dus terug naar bezet gebied en de Duitse bezetter was op dat moment gevaarlijker dan ooit. Aan de Dendermondse Steenweg zag ik Duitsers met een tank aankomen. Ze vonden het verdacht en hebben me gezocht. Ik hoorde hen roepen: ‘Wo ist das Mädchen?’, maar ik had me verstopt in een beek. Zelf was ik gewapend met een revolver. Maar die heb ik nooit moeten gebruiken.”

“Na de oorlog was het heel fijn om met de andere weerstanders onze verhalen en vriendschap te delen. Het schept een aparte band. Er waren mooie momenten, onder meer met de verbroedering tussen de NKB en de Brigade Piron. Ik heb nog steeds mijn paspoort van de weerstand. Ik ben erkend als gewapend weerstander van 13 december 1942 tot 17 november 1944. Ik heb verscheidene eretekens en onderscheidingen gekregen, waaronder ‘Ridder in de orde van Leopold II’ en ‘La Croix du Combattant de l’Europe’, waar ik natuurlijk fier op ben. Ik ben nog altijd aanwezig op herdenkingsplechtigheden, zolang mijn gezondheid het toelaat.”

Als jong koppel na de oorlog, met haar man Edmond Thuy.
RV Als jong koppel na de oorlog, met haar man Edmond Thuy.

“Na de oorlog leerde ik mijn man Edmond Thuy kennen. We trouwden in 1949. Hij zat niet in het verzet, maar hij had natuurlijk ook de oorlog van dichtbij meegemaakt. We zijn intussen 69 jaar getrouwd en hebben vier kinderen, vijf kleinkinderen en vier achterkleinkinderen. Vele overlevenden zijn er niet meer van de weerstand. Wellicht ben ik nog de enige in Hamme en Sint-Niklaas. Ik wilde dit verhaal daarom graag nog vertellen. Mijn familie en kinderen weten niet goed wat er zich in de oorlog afspeelde en welke rol ik daarin opnam. Ik heb als jong meisje veel meegemaakt in de oorlog. Ik hoop daarom dat mijn kinderen dit document met enige fierheid zullen doorgeven aan de jongste generaties, dat zou ik heel waardevol vinden.” 




1 reactie

Alle reacties worden voor publicatie gelezen -en goed- of afgekeurd- door het moderatie-team van HLN. Elke reactie moet voldoen aan deze gedragsregels.
Je naam en voornaam verschijnen bij je reactie.


  • Sarah Vanderveken

    Waar kan je dit boek kopen?