Ga naar de mobiele website
^ Top

"Als ik kan optreden, laat ik alles vallen"

Frontman De Geest over dertig jaar wachten op debuutalbum

Geert hoopt deze zomer enkele festivals te kunnen doen met De Geest.
Foto Van Galen Geert hoopt deze zomer enkele festivals te kunnen doen met De Geest.
Dertig jaar timmert Geert Vanloffelt (46) al aan de weg, maar 2018 moet hét jaar worden voor zijn band De Geest. De titelloze debuutplaat ligt in de rekken, het vertrouwen is groot. "Volgens mijn omgeving moest ik me er maar bij neerleggen dat het nooit iets zou worden. Twee maanden later had ik een radiohit te pakken", lacht hij.

Er zit een enfant terrible in Geert Vanloffelt, afkomstig uit het Genkse Termien. Zijn spaarcenten heeft hij erdoor gejaagd, en de volgende 500 euro die hij te veel heeft, investeert hij ongetwijfeld ook in zijn grootste passie: muziek. "Wat morgen komt, zien we dan wel", zegt hij daar zelf over. Leven in rock 'n' roll-stijl, met ballen aan je lijf. Maar steeds met beide voeten op de grond.

We hebben er lang op moeten wachten, maar je debuutplaat ligt er eindelijk.

"Na mijn doorbraak in 2015 met 'Maan' - een hit op Radio 2 - heb ik nog tal van singles uitgebracht. Maar in die periode had platenlabel CNR andere prioriteiten. Intussen schreef ik teksten voor artiesten die bij hetzelfde label zaten, zoals Niels De Stadsbader, Luc Steeno, John Terra, en Aurelie. En uiteindelijk was het dan toch tijd voor mij. Een gunst ook voor het harde - en blijkbaar goede - werk dat ik aflever."

Muzikant anno 2018: veel werken

en weinig verdienen?

"Ik heb aan de verkoop van mijn muziek nooit iets verdiend. Maar elke euro die via live-optredens binnenkomt, investeer ik opnieuw in de muziek. Mijn laatste spaargeld zit in dit album. De ene helft zijn nummers die ik al eens opgenomen heb - ook met eigen middelen. De andere helft werd opgenomen in samenwerking met de platenfirma. Hier zitten duizenden euro's in. Anderen verklaren mij voor gek, maar je moet soms een sprong in het diepe durven maken, én eventueel op je bek gaan. Ik heb nog altijd een job als deeltijds vertegenwoordiger en ben ook journalist. Maar het liefst van al zou ik me enkel met muziek bezighouden, dag en nacht. Rusten is niets voor mij, een stabiel leven schrikt me af."

Vanwaar die onrust?

"Ik ben altijd op zoek geweest naar mezelf, naar mijn roots. Maar die heb ik eigenlijk niet. Ik heet dan wel Vanloffelt, maar mijn moeder is een Poolse. Aan vaders kant zijn er Duitse en Oekraïense roots. Ik heb me er van kindsbeen af nooit echt bij horen voelen in deze maatschappij. Dat zit zo in je hoofd, constant op zoek gaan naar je ziel. Ik groeide op in Termien, en zocht altijd het gevaar op. Op mijn zestiende langs het politiekantoor crossen, of op mijn negentiende stoppen met studeren om in een café te gaan werken en het later over te nemen. Ik ben niet gemaakt om 's avonds met het gezin in de zetel te zitten en twee keer per jaar te gaan skiën."

Toch combineer je je carrière

met vrouw en kinderen.

"En ik zie hen heel graag, maar zij weten hoe ik in elkaar zit. Muziek en passie is alles voor mij. Ik doe mijn best om er voor mijn kinderen te zijn, maar mijn vrouw staat er geregeld alleen voor in de opvoeding. Als ik morgen de kans krijg om op te treden, dan zal ik die kans nooit laten liggen, wat er die dag ook gepland stond."

Krijg je nooit het verwijt egoïstisch te zijn?

"Ik heb soms een doel voor ogen, durf dingen radicaal om te gooien en sleep er dan soms mensen in mee, ja. Maar anderzijds begrijpen mensen mijn passie ook. Je hebt maar één leven, morgen kan het gedaan zijn. Ik heb dat gezien bij mijn broer Dirk, die als twintiger stierf. Hij lag wellicht dronken op straat en werd aangereden. Dirk was nog bij bewustzijn toen hij de spoedafdeling binnengebracht werd, maar de dokters zagen meteen heel wat inwendige bloedingen. Ze vroegen hem om familie te contacteren. Hij heeft mij toen gebeld, maar ik was niet thuis. Niet veel later is hij gestorven... Daar heb ik het lang moeilijk mee gehad, als destijds 22-jarige gast. Mijn broer was écht rock 'n' roll, misschien wel té. Maar hij was op veel vlakken ook een voorbeeld - hij zat in een bluesband. Hoe dan ook: het heeft me mee gevormd tot wie ik vandaag ben."

Het nummer 'Nacht', dat je schreef

na de moord op Luana Romagnoli,

staat ook op je album?

"Inderdaad. Ik reed die dag door Genk-centrum en zag héél veel bloemen en kaarsen liggen. Op dat moment wist ik nog niet wat er gebeurd was, maar het heeft een sterke indruk op mij gemaakt. In het nummer stel ik mezelf in de plaats van de nabestaanden. Ik wil er ook het zinloze geweld mee aankaarten. Onbegrijpelijk dat er vandaag nog altijd zoveel mensen het recht in eigen handen nemen. De familie van Luana vond het nummer alleszins mooi en heeft me daar ook uitvoerig voor bedankt."

Wat wordt in 2018 het doel van De Geest?

"Ik hoop in de zomermaanden op enkele grote festivals in Vlaanderen of Nederland te mogen spelen. Genk on Stage afsluiten, zou ook geweldig zijn. We zitten op een kantelpunt. Ik ben elke week op de baan om het album ergens voor te stellen, en tot dusver verkochten we al 1.500 exemplaren. Relatief veel als je weet dat de cd-verkoop in het algemeen ingestort is. Toch zou 10.000 stuks mogelijk moeten zijn. Daar heb je wel 'airplay' op de radio voor nodig, maar Qmusic zal De Geest nooit draaien. Mijn Nederlandstalige teksten zijn laagdrempelig, ideaal voor Radio 2. Maar ik wil ook het Radio 1-publiek overtuigen, al krijg ik daar de kans nog niet toe. Op televisie komen is dan ook weer belangrijk. Ik wil me alleszins blijven bewijzen, ook al ben ik misschien 46 jaar. Uiteindelijk is dat ook maar een getal."

Je gaat door tot je 80ste?

"Zo oud zal ik niet worden. (lacht) Daar heb ik te fel voor geleefd. Soms tikken mijn kinderen me op de vingers wanneer ik weer een sigaret opsteek. Ik plaag hen er dan mee. Maar ik leef nu eenmaal mijn eigen leven. Soms met fouten, maar ik probeer ook maar mens te zijn. Altijd met muziek, altijd met De Geest."

Meer over


Meld een bug