"Wéér Belgisch schip minder. Hoeveel nog?"

REDER WILLY VERSLUYS (70) NA KAPSEIZEN 0.13 MORGENSTER

Oostends reder Willy Versluys aan de kaai. Hij schat de toekomst van de Belgische visserij somber in.
Foto Benny Proot Oostends reder Willy Versluys aan de kaai. Hij schat de toekomst van de Belgische visserij somber in.
"Het verlies van de O.13 Morgenster is een slag. Ik hoop dat de vislicentie in Belgische handen blijft", zegt reder Willy Versluys (70). Het baart hem zorgen dat er maar 13 van de 34 kustvaartuigen onder Belgische vlag ook in Belgische handen zijn. "De Nederlanders bezitten al meer dan de helft."

"Van de 34 kustvaartuigen, de kleine vissersboten tot 24 meter, waren er voor het verlies van de Morgenster nog 13 in Belgische handen. En nu is er weer eentje verdwenen. De Nederlanders bezitten meer dan de helft en ook de Spanjaarden zijn hier actief. Eurokotters - middelgrote schepen - hebben zelfs geen Belgische eigenaars meer", zegt Versluys. "Als Belgisch reder is het niet meer evident om te investeren in een nieuw vaartuig. Pakweg anderhalf miljoen euro, wie kan dat zomaar op tafel leggen? De banken moeten ook willen. Maar het risico is groot geworden in deze onzekere tijden, ook met bijvoorbeeld de Brexit. Als de logica gevolgd wordt, wordt de vislicentie van de O.13 Morgenster verkocht aan de Nederlanders of Spanjaarden. En dat juich ik niet toe. Het is afwachten wat rederij Hollebeke doet", aldus Versluys.

Opbrengsten stromen weg

Als de licentie naar het buitenland gaat, komen volgens Versluys ook buitenlanders op de vissersboten werken en stromen de opbrengsten naar het buitenland. Emiel Brouckaert, directeur van de Oostendse rederscentrale, wil toch wat nuanceren. "Veel Belgische rederijen hebben inderdaad buitenlandse aandeelhouders, maar het blijven Belgische bedrijven. Wij zien ook liever gebeuren dat rederijen in Belgische handen blijven, maar beter buitenlandse investeerders dan geen", reageert Brouckaert. "In de rederijen was er vroeger een familiale traditie, maar de kinderen slaan nu andere richtingen in", aldus Brouckaert, die met Europese partners in volle onderhandeling is over Belgische visserij voor de Engelse kust na de Brexit.


Bovendien verbiedt de Europese Unie overheidsinvesteringen in visserij als middel om de overbevissing aan te pakken. Er zijn ook restricties in het aantal vislicenties per land. "Terwijl er in de Noordzee geen overbevissing is", aldus Brouckaert. Het gevolg: oude vissersschepen worden opgelapt en niet vervangen. "De gemiddelde leeftijd van de kleine vissersschepen is 45 tot 50 jaar", beaamt Willy Versluys. De schepen die zijn vergaan, waren ook oude exemplaren: de Z.19 Sonja (1974), Z.582 Asannat (1961) en O.13 Morgenster (1989). "Maar het is niet omdat een schip ouder is, dat het sneller vergaat. Natuurlijk zijn nieuwe schepen uitgerust met betere technieken, maar er is geen verband tussen ouderdom en kapseizen", reageren zowel Versluys als Brouckaert.