"Johan Museeuw maakte van mij sportjournalist"

Over de job die hij nooit vaarwel zal zeggen, en die hem nu ook naar het theater leidt

Voor Ruben is sportjournalist een droomjob. "Ik zou niet weten wat ik anders moet doen."
Foto Mozkito/RV Voor Ruben is sportjournalist een droomjob. "Ik zou niet weten wat ik anders moet doen."
Zeggen wij 'Ruben Van Gucht', dan kaatst u meer dan waarschijnlijk 'sportjournalist' terug. En dan dekt u de lading slechts deels. Vanaf 7 maart schuimt de 31-jarige Merchtemnaar culturele centra in Vlaanderen af met 'Sportman', een sfeervolle voordracht waarin hij zijn leukste ervaringen en anekdotes uit de sportwereld deelt. En in het najaar staat hij met Jacques Vermeire op de planken. "Ik hou ervan om verschillende dingen te doen."

Noem hem gerust een bezige bij. Naast zijn werk voor de sportredactie van de VRT schreef Van Gucht vorig jaar ook het boek 'Sportman'. "En het is op basis van dat boek dat ik nu ook 'de theaters ga doen'", vertelt hij. "In het boek, dat vorig jaar rond deze periode verscheen bij uitgeverij Van Halewijck, bundelde ik de mooiste verhalen uit de voorbije tien jaar van mijn journalistieke loopbaan. Onder meer over het Wereldkampioenschap Voetbal en de Olympische Spelen. Het zijn vooral verhalen uit de kleedkamers. Toen het boek uitkwam, kreeg ik meteen de vraag om er ook enkele lezingen over te geven. Aanvankelijk had ik daar niet zoveel zin in, maar uiteindelijk ben ik met twee bevriende muzikanten gaan samenzitten. We beslisten om de lezing een soort upgrade te geven, en er een echte theatervoorstelling van te maken."

Hoe ben je bij die muzikanten terechtgekomen?

"Mathieu en Guillaume zijn twee kleinkunstmuzikanten van mijn leeftijd. Ze brengen zowel Franstalige als Nederlandstalige liedjes en speelden al iedere week iets op Radio 2. Die muziek sluit mooi aan op mijn verhalen. Ze hebben, speciaal voor mijn voorstelling, ook enkele nieuwe nummers gemaakt. En uiteraard wordt er ook ambiance gebracht."

Muziek en anekdotes, maar wellicht vertel je ook meer over jezelf?

"Ja, ik vertel onder meer hoe en waarom ik journalist geworden ben, en welke mensen mij daartoe geïnspireerd hebben. Zo breng ik onder meer het verhaal van een communiefeest in 1996. Ik zat er als jonge gast op een tv'tje naar Parijs-Roubaix te kijken. Het waren de hoogdagen van Johan Museeuw, mijn jeugdheld. Door te kijken naar de koers, heb ik de passie ontdekt om sportjournalist te worden. Maar in Sportman gaat het vaak ook over minder bekende figuren. Zo vertel ik ook over Paul Beckers, de man die ooit wereldkampioen werd in de 24-urenloop."

Was het altijd jouw droom om sportjournalist te worden?

"Zeker en vast. Maar tussen iets willen en uiteindelijk ook je doel bereiken, zit nog een groot verschil. Ik heb communicatiewetenschappen gestudeerd en mijn stage bij Sporza kunnen doen. Maar mijn taalgebruik kon te veel gelinkt worden aan het dialect van Ramsdonk, mijn geboortestreek. Ik heb drie jaar logopedie gevolgd om mijn uitspraak goed te krijgen en een stemattest bij de VRT te behalen. Nadien ben ik begonnen bij de regionale televisie, om vervolgens door te groeien naar Exqi Sport. Ik had zo veel werk dat ik uiteindelijk ook opnieuw bij Sporza aan de slag kon. Dit is nog altijd mijn droomjob. Ik zou niet weten wat ik anders zou doen."

Vanaf november sta je ook met Jacques Vermeire op de planken. Kan je dat als journalist wel maken, zo met de gekste bekkentrekker van Vlaanderen?

"Ik heb het grote voordeel dat ik geen grappen moet maken of zotte smoelen moet trekken. Dat doet Jacques. Ik hoef alleen maar vragen te stellen, iets wat ik mijn hele leven al doe. En ik kan ook perfect het onderscheid maken tussen mijn journalistieke bezigheden en een optreden met Jacques Vermeire. Een postbode die na zijn uren nog als bakker werkt, die kan dat ook perfect combineren, toch? Ik hou van al die verschillende dingen die op mij afkomen. Ik schrijf boeken, ik schrijf columns. Dat is echt wel tof."

Wat is eigenlijk jouw favoriete sport?

"Ik ben een echte koersfanaat - hoewel ik mijn hele leven gevoetbald heb. Ik heb bij Bornem gespeeld, maar ook bij Delta Londerzeel en bij Sint-Jozef Londerzeel. Bij die laatste club ben ik ooit nog als klein ventje begonnen. Nadien ben ik overgestapt naar Bornem, waar ik uiteindelijk deel uitmaakte van de beloftenploeg. Ik speelde als verdedigende middenvelder - een stofzuiger, zeg maar. Omdat ik niet meteen kans maakte op een selectie voor de eerste ploeg, ben ik bij Delta Londerzeel in tweede provinciale gaan spelen. Tot enkele jaren geleden had ik nog een aansluitingskaart bij Sint-Jozef Londerzeel. Voor de trainingen had ik geen tijd, maar de coach kon wel op me rekenen wanneer hij een speler te kort kwam. Mijn conditie onderhield ik sowieso. Bij Delta en Sint-Jozef spelen nog veel vrienden van mij. Tot vorig jaar speelde mijn broer nog in de eerste ploeg van Sint-Jozef. Maar om nog eens te gaan kijken, heb ik helaas te weinig tijd."