"Ik had de keuze: ongelukkig zijn of muzikant worden"

Stoomboot stelt derde album 'Zwarte Doos' voor

Niels Boutsen, alias Stoomboot. "Een nummer schrijven heeft iets therapeutisch."
Foto Vertommen Niels Boutsen, alias Stoomboot. "Een nummer schrijven heeft iets therapeutisch."
"Kleinkunstenaar? Daar heb ik de volle baard niet voor", grapt Niels Boutsen (25), alias Stoomboot. Voorts vindt hij de vergelijking best ok. Toch valt het moeilijk om de voormalige winnaar van de Nekkawedstrijd in één hokje te duwen, zeker nu hij zijn derde album 'Zwarte Doos' voorgesteld heeft in thuisstad Leuven. Minder ingetogen, bredere thema's. "Elke keer dezelfde plaat maken, dat werkt niet."

Gitaar, bas, drums, piano en zelfs een synthesizer. 'Zwarte Doos' klinkt anders dan de ingetogen nummers op de twee eerdere albums van Stoomboot - albums die hem bekendheid brachten in Vlaanderen. "Het is deze keer wat ruwer", knikt Niels, die amper 19 was toen hij - met enkel een akoestische gitaar als begeleiding - de muzikale Nekkawedstrijd op zijn naam schreef. "Ook de onderwerpen van de nummers zijn anders. Mijn vorige twee albums waren eigenlijk heel braaf en gingen bijna uitsluitend over vrouwen die ik niet kon krijgen. Vrouwen die ik op een zeer vriendelijke manier probeerde te overtuigen om voor mij te vallen - wat niet zo'n succesvolle manier van werken was. Het zag ernaar uit dat ik opnieuw zo'n plaat zou maken, maar het toeval wil dat ik afgelopen zomer getrouwd ben met de vrouw van mijn leven. Deze keer heb ik dan ook gepuurd uit de verhalen en ideeën die in mijn hoofd blijven rondzwerven. Er staat een ode aan mijn vrouw op, nummers over de aanslagen in Zaventem, over de verkiezing van Trump. Alle dingen die in mijn hoofd zaten en die ik niet kon loslaten. Daarom heet het album ook Zwarte Doos. Als muzikant moet je evolueren. Elke keer dezelfde plaat maken, dat werkt niet."

Verandert je kijk op de wereld met het ouder worden?

"Stoomboot is begonnen toen ik in Leuven studeerde. Intussen heb ik een vrouw, een job (leerkracht geschiedenis, red.), een huis. Mijn leven is veranderd. Logisch dus dat ook mijn muziek verandert. Maar ik probeer altijd de beste plaat te maken die ik op dat gegeven moment kan maken. Ik wil tot het uiterste gaan van wat ik kan."

Je deelt heel persoonlijke verhalen. Een manier om dingen te verwerken?

"Door muziek te maken en liedjes te zingen, krijg ik dingen gezegd die ik anders niet zou kunnen zeggen. Zoals het nummer 'Je komt alleen maar buiten in de winter', dat over de depressie van mijn vader gaat. Het is voor mij een manier om dat te plaatsen. Met mijn papa is het trouwens goed gekomen, hoor. Maar het heeft iets therapeutisch om daar een nummer over te schrijven. Mijn moeder is relatietherapeut en mijn vader kinderpsychiater, dus in therapie gaan was geen optie. Ik had de keuze: ongelukkig worden of muzikant zijn. (lacht)"

Wil je de wereld veranderen, zoals de kleinkunstenaars dat ooit wilden doen?

"Grote gebaren en leuzen ga je bij mij niet vinden. Ik breng mijn verhalen, en wellicht zijn er aanknopingspunten met de verhalen van de mensen in de zaal. Ik zing wel over Trump, maar de boodschap is vooral: adem eens rustig in en kijk rond naar de wereld. Denk na over waar we met z'n allen naartoe gaan. Ik wou dat ik een pasklare oplossing had voor de problemen in de wereld, maar die heb ik dus helemaal niet. Ik kan alleen de mensen aanmanen om even stil te staan."

Ooit bracht je die boodschap met meer venijn, toen je in punkbandjes speelde.

"Van mijn ouders moest ik als tiener naar de muziekacademie, en daar had ik geen zin in. Dus koos ik maar een instrument waarmee je flink wat 'schade kunt berokkenen': drums. Om mijn puberteit wat meer gewicht te geven, speelde ik in punkbandjes. Dat was tof, maar ik wilde iets tekstueel doen. En zo kwam ik bij kleinkunst terecht. Ik doe wat ik graag doe. Dat zeg ik ook tegen de jongeren op school: het maakt niet uit wat je doet, als je het maar graag doet. Dat is een cliché, maar het is zo. Voor mij is dat muziek en het is fantastisch dat muziek mijn beroep geworden is."

Je bent ook leraar geschiedenis. Is dat ook een passie?

"Ja, toch wel. Ik vind het heel aangenaam om jongeren bewust te maken van wat er rondom hen gebeurt. Ik doe dat als geschiedenisleerkracht én muzikant."

Wie zijn je voorbeelden in de kleinkunstwereld?

"Wat Zjef Vanuytsel gedaan heeft, is ongelooflijk. Ik heb ook het geluk gehad om met hem enkele optredens te doen voor hij stierf. Kommil Foo levert ook prachtig werk. En dan is er nog Raymond van het Groenewoud. Zij vormen de heilige Drievuldigheid. Het zijn voorbeelden, maar ik ben vooral op zoek naar mijn eigen stem. Toch is het jammer dat ik de glorietijd van de kleinkunst in de jaren 70 niet meegemaakt heb."

Tot slot: waarom een albumvoorstelling in Leuven?

"Het is gewoon fantastisch om dat in mijn thuisstad te doen. En het was uitverkocht! Het culturele weefsel van Leuven heeft me van in het begin erg ondersteund. De Open Mic's in Het Depot, de goede raad die ik overal kreeg,... Leuven heeft me opgenomen en gestimuleerd om op zoek te gaan naar wat ik wilde doen."