"Die traagheid van vroeger, het had wel iets..."

MUZIKANT VAN LENNY EN DE WESPEN BLIKT OP ZIJN VEERTIGSTE NOSTALGISCH TERUG

'Alles gaat goed'. Zo heet de nieuwe single van Lenny en de Wespen uit het album Instant. Met frontman Lennaert 'Lenny' Maes gaat het ook goed. Hij is dit jaar veertig geworden en dat merk je aan zijn muziek. Meer dan ooit blikt hij terug naar vroeger, toen politici nog niet twitterden en je nog naar de platenzaak moest om muziek te kopen.
Lennaert Maes heeft nog even tijd voor een babbel voor hij het podium opgaat.
Vertommen Lennaert Maes heeft nog even tijd voor een babbel voor hij het podium opgaat.

Lenny en zijn Wespen deden woensdag nog de Stadsschouwburg vollopen in thuisstad Leuven. Met Eva de Roovere als speciale gast. Voor de show heeft Lennaert tijd voor een gesprek over wat hem bezighoudt: zijn dochtertje Marie, zijn muziek en twitterende politici.

In het titelnummer Instant blik je nostalgisch terug naar de traagheid in het leven. Naar toen mensen nog brieven schreven en wachtten op het nachttarief om te telefoneren. Mis je die tijd?

"Ach, ik ontsnap er zelf ook niet aan. De snelheid van vandaag is best wel handig. Je stelt een vraag op een groep op een forum van de sociale media en je hebt meteen een antwoord. Vroeger moest je daarvoor naar de bibliotheek en was je uren kwijt. Maar die traagheid had wel iets."

"Brieven schrijven, dat is op sterven na dood. Dat had toch iets heel romantisch? Ik had vroeger een penvriendin uit Olsene waar ik natuurlijk stiekem heel verliefd op was. Ik legde mijn ziel in de brieven die ik schreef. Dat was niet één briefje maar telkens wel drie volgeschreven bladen, voor- en achterzijde. En als die brief vertrokken was, was het twee weken wachten op een antwoord. Die brieven kregen iets heilig. Ze hadden meer belang dan de snelle berichten die je nu via het internet verstuurt en vliegensvlug heen en weer gaan. En waardoor misverstanden ontstaan. Want je hebt de tijd niet voor nuance als je vanachter je computer of op je smartphone commentaren schrijft op posts van andere mensen die je niet kent en niet recht in de ogen kijkt."

"Tijd geeft waarde aan de dingen. Als ik de bus nam naar Leuven om in de plantenwinkel een plaat uit te zoeken, dan kreeg die plaat waarde. Vandaag is muziek een beetje te grabbel gegooid. Ik mag er niet te veel over zeuren, want ik doe dat ook. Lenny en de Wespen staan ook op Spotify. Zo bereiken we veel mensen - wat mooi meegenomen is - maar het is ook 'hap, slik en weg'. Van die platen die ik vroeger uitzocht, kende ik elke noot. Ik kon alle nummers van begin tot einde meezingen."

Heeft het te maken met ouder worden dat je daarover nadenkt? Je bent dit jaar veertig geworden.

"Misschien wel. Vroeger had ik niet de behoefte om daarover te schrijven. Allicht mijmer ik wat meer. Ik schrijf nummers over de dingen die in mijn hoofd zitten en de nostalgie is in mijn muziek geslopen. Het is de binding van het nieuwe album geworden."

Je dochter Marie is negen. Vind je het erg dat zij die traagheid van toen moet missen?

"Ik ben vooral blij dat het een heel creatief kind is. Ze zit altijd dingen te maken en liedjes te zingen. Maar geduld heeft ze niet meer. Alles moet dadelijk gebeuren. Dat geduld probeer ik haar mee te geven, maar ik hoor dan mezelf als oudere mens die het heeft over 'in onze tijd...'."

"Het is ook onze eigen fout dat kinderen de tijd niet meer krijgen. Als ouders willen we ze altijd entertainen. Een vrije dag? Kom, we gaan naar Plopsaland. Of Planckendael. Vroeger had een bezoek aan de dierentuin iets speciaals, vandaag is dat belang veel kleiner voor de kinderen. Ik doe dat zelf ook. Maar als Marie een dagje thuisblijft zonder dat die dag volgepland werd, dan haalt ze al haar spullen boven, bouwt ze een winkeltje en speelt ze gewoon."

Sinds wanneer wist je dat je leven rond

muziek zou draaien?

"Als kind wilde ik al zanger worden, zoals elk kind op een bepaald moment. Maar ik zat toen al met liedjes in mijn hoofd. Ik dacht toen dat dat normaal wal, maar later kwam ik tot het besef dat het eigenlijk wel een beetje eigenaardig was. Een beetje zot, die stem in je hoofd. Maar een leuk soort zottigheid. Als tiener werd ik bang en koos ik voor de veiligheid van een opleiding Germaanse talen. Net zoals mijn zus. Maar muziek bleef in mijn leven en als student schreef ik nummers en maakte ik muziek. Grappige, studentikoze nummers. Na mijn studies ging ik lesgeven. Ik durfde de grote stap naar voltijds muziek maken niet te nemen, tot Bram Vermeulen me op de Nekkawedstrijd zag spelen. Hij zei me: 'waarom verstop je je? Je moet je toch niet schamen om te zijn wie je bent.' Dat hielp me te doen waarvoor ik gemaakt ben."

Was Bram Vermeulen je grote voorbeeld?

"Nee, dat waren de muzikanten die vroeger thuis altijd te horen waren. Boudewijn de Groot vooral. Onze pa heeft me trouwens genoemd naar Lennaert Nijgh, de liedjesschrijver van Boudewijn. Ook Doe Maar vond ik super."

"Bij ons thuis staat nooit muziek op. Het zou me te veel bezighouden want als ik muziek hoor, blijft die in mijn hoofd hangen. Ik krijg die knop niet uitgezet. Geen muziek betekent rust."

Met Lenny en de Wespen, Buurman, Yevgueni en zo meer is Nederlandstalige muziek helemaal in. Maar de echte protestsongs van de kleinkunst zijn er niet meer. Of toch?

"'Alles gaat goed' is een protestsong in schaapsvacht. Ik klaag dingen aan in een 'happy' vorm. Je ergeren aan dingen draagt niet bij. Ik spui mijn gal dan ook niet via comments op het internet. Dat zing ik ook: 'vanachter twitterlinies doen we ieder onze zeg. Maar we zitten elk maar wat te schieten.'"

"Het stoort me vooral dat ook politici daaraan meedoen. Trump in Amerika, maar ook hier bij ons zijn er politici die ongenuanceerde tweets de wereld in sturen. Je weet over wie ik het heb, ik heb er nog mee in de klas gezeten. Het is een politicus onwaardig om zich te uiten op dergelijke sloganeske manier. Het heeft iets heel kinderachtig. Iets onnozel. Een beetje staan roepen tegen elkaar. Ik vind dat een enorme verarming, ja. Jammer."

Nog eentje, vanwaar komt de naam Lenny

en de Wespen?

"Onze pa had vroeger een vriend met een Applecomputer ergens aan het eind van de jaren 1980. Telkens ik bij die vriend was, stond ik aan die computer omdat daar toffe spelletjes op stonden. Maar die man moest op die computer werken en duwde me telkens weg. Hij zei me dat ik net een wesp was: je sloeg die weg maar ze kwam altijd terug. Ik vond dat wel een coole geuzenaam en op school noemden mijn klasgenoten me sindsdien Wesp. Het werd de naam van mijn groepje in mijn studententijd. Omdat die bezetting nogal vaak veranderde, veranderde ook de naam in Lenny en de Wespen. Een beetje zoals Hugo Matthysen en de Bomen."

De leden van Lenny en de Wespen in vol ornaat.
Vertommen De leden van Lenny en de Wespen in vol ornaat.



Reacties

Je naam en voornaam verschijnen bij je reactie
Door het plaatsten van een reactie, ga je akkoord met de gedragsregels