Archeologen ontdekken soldaten WOI

STOFFELIJKE RESTEN VAN 14 MILITAIREN GEVONDEN OP WERF GASLEIDING

Archeologen onderzoeken de resten van een soldaat op het tracé van de gasleiding.
Henk Deleu Archeologen onderzoeken de resten van een soldaat op het tracé van de gasleiding.
In Langemark-Poelkapelle hebben archeologen deze week 14 stoffelijke overschotten van gesneuvelde WOI-soldaten gevonden. Dat gebeurde tijdens de voorbereidende werken voor de aanleg van een gasleiding tussen Houthulst en Langemark-Poelkapelle. Ook een graf uit de Romeinse periode werd opgegraven.

Fluxys heeft in 2014 en 2015 al een gasleiding aangelegd over een lengte van 74 kilometer. Die loopt van Alveringem tot in Maldegem. "Vorige maand gingen we dan van start met de werken voor een aftakking van zo'n 7 km tussen Houthulst en Langemark-Poelkapelle", aldus Marc Simoen, verantwoordelijke Projecten Leidingbouw bij Fluxys. "In Langemark-Poelkapelle bouwen we ook een drukreduceerstation, dat de schakel moet vormen tussen ons hogedruknet en het lagedruknet van de openbare distributie."


In voorbereiding van de eigenlijke werken, die in juni beginnen, onderzoeken archeologen het tracé. Er werden al stoffelijke overschotten van 14 soldaten ontdekt, net als loopgraven en een graf uit de Romeinse periode.


De archeologische zoektocht begon aan het eindstation, wellicht de meest interessant plek voor vondsten uit WOI. Een stuk van het terrein bevindt zich pal op de frontlijn, waar in april 1915 de Canadezen een aanval inzetten tegen de Duitse linie. De eerste dag alleen al raakten er 230 geallieerde soldaten van één regiment vermist.


Er werden deze week reeds 14 stoffelijke resten van soldaten gevonden. "Ze lagen bijna allemaal in bomkraters. Vaak waren ze in heel slechte staat, door bombardementen, maar ook door het bewerken van de grond door landbouwers."

Resten van een graf uit de Romeinse tijd.
Henk Deleu Resten van een graf uit de Romeinse tijd.

Geheim

Drie militairen beter bewaard gebleven. Eén van hen gaf al iets meer van zijn geheim prijs. "We zijn voorzichtig beginnen afgraven en al vlug kwam een geweer aan de oppervlakte", aldus archeoloog-projectleider Simon Verdegem. "Aan de hand van zijn knopen en zijn kraaginsignes hebben we kunnen achterhalen dat een van de aangetroffen soldaten lid was van het Britse 1ste bataljon van het Royal Warwickshire Regiment. Omdat hij speciale knopen draagt, gaat het wellicht om een officier. Indien we een pistool vinden, dan hebben we meteen ook meer zekerheid." Van de andere dertien gesneuvelden op de eerste site zijn er drie die niet aan een nationaliteit kunnen gelinkt worden, is er één Duitser en zijn de tien andere bijna zeker Brits.


De archeoloog vermoedt dat de gesneuvelden niet door hun makkers werden begraven. "Daarvoor liggen er gewoon te veel spullen bij, die anders wel waren meegenomen door hun wapenbroeders. Ofwel zijn ze ter plaatse gesneuveld, ofwel door Duitse soldaten in de put gegooid."


De stoffelijke overschotten worden per stuk verzameld en gewassen. Daarna volgt een onderzoek door een antropologe en binnen de 30 dagen moet alles worden overgedragen aan de politie. Op zijn beurt draagt de politie de resten over aan het instituut voor veteranen en oorlogsslachtoffers, die contact opneemt met het land van herkomst, als de nationaliteit achterhaald kan worden.

Romeinse tijd

Wat verder op het tracé zijn overblijfselen van Duitse loopgraven ontdekt, iets wat duidelijk aan de kleur van de aarde te zien is.


Nog een paar kilometer verder werd een vondst gedaan die stamt uit een heel andere periode, namelijk de Romeinse tijd. "We zijn er op brandrestgraven gestoten. Eén graf bevatte vijftien potjes en mogelijk een bronzen spiegel, wat wel heel veel is", aldus Jan Decorte. "Het moet een belangrijk graf zijn geweest dat wellicht uit de 1ste of 2de eeuw na Christus stamt. In die tijd was de streek al volledig ingenomen door de Romeinen."


Voor de wetenschappers wordt het een race. Hun werk moet begin juni zeker klaar zijn. "We zijn nu ongeveer aan de helft van het traject, dus stilzitten moeten we zeker niet doen", klinkt het nog.