Red Lion Arthur De Sloover: “Blij dat ik niet beroemd ben door WK-winst”

Bijna 3.000 hockeyspelers in West-Vlaanderen, verdubbeling sinds 2016

Arthur De Sloover in de club Saint-Georges, waar alles begon
Johan Anckaert Arthur De Sloover in de club Saint-Georges, waar alles begon
De Red Lions legden midden december Nederland over de knie op een voor ons land historische WK-finale hockey in het Indiase Bhubaneswar. Arthur De Sloover (21) is de enige West-Vlaamse Red Lion. “Hockey is niet meer elitair”, zegt de Kortrijkzaan. “Het aantal spelers is zo goed als verdubbeld in België, sinds de kwalificatie voor de Olympische Spelen in Peking in 2016.” Er zijn, volgens cijfers van mei 2018 van de Koninklijke Belgische Hockey Bond, 46.700 spelers in ons land. In West-Vlaanderen zijn er dat 2.675, verspreid over de clubs Koninklijke Hockey Club Brugge, Saint-Georges in Kortrijk, Constantia in Waregem, Roeselare, Knokke, Eclair HC Oostende, Westhoek Wildcats Ieper-Poperinge en Sporkin Veurne.

Arthur, je bent in de hockeysport geboren?

“De héle familie speelt hockey. Mijn grootvader Xavier Gerniers zat lang geleden in het nationaal team, mijn peter Thierry Gerniers moest stoppen voor zijn studies, mijn nichtje Alix Gerniers won de Gouden Stick als beste hockeyspeelster van ons land, mijn ouders, mijn zus… we doen het allemaal. Het zit gewoon in de genen. Ik kreeg mijn eerste hockeystick toen ik 3 jaar was. Ik speelde thuis in de tuin en in het waskot. Het waskot ging er zelfs een beetje kapot van. Een stenen plintje brokkelde er af omdat ik als kind voortdurend met een hockeybal tegen de muur van het waskot speelde en passte. Ik deed ook andere sporten. Vooral tennis lag me, maar ik koos uiteindelijk voor hockey omdat ik liever een ploegsport dan een individuele sport doe. Je speelt met vrienden. Het plezier is het belangrijkste, terwijl de ploegmaats je kunnen optrekken als je eens een mindere dag hebt. Tennis is mentaal veel moeilijker, want uiteindelijk ben je maar alleen als je een tornooi speelt.”

Speelde de club Saint-Georges een grote rol?

Arthur ontpopte zich tot een klasbak in de koninklijke club Saint-Georges in de Doorniksewijk in Kortrijk. “Ik begon er toen ik 4 was. Ze zagen er snel mijn talent. Ik had geluk: Saint-Georges investeerde in de jeugd, ik maak deel uit van een topgeneratie én er kwam met Vitali Kholopov een toptrainer. Hij steekt er tot op de dag van vandaag bovenuit, door zijn techniek. Dankzij hem leerde ik twee fantastische dribbels tot in de perfectie aan. Je draagt dat voor de rest van je carrière mee, want ik gebruik die dribbels nu nog altijd. Ik kan niet zonder hockey. De selecties voor de Red Lions geven me een boost. En ik voel dat ik nog steeds beter en beter aan het worden ben. Mijn sterkte? De rust die ik op het veld uitstraal. Het gebeurt zelden dat ik onder druk sta, want ik heb amper stress. Mijn zwakte is dat ik soms te weinig een leider ben op het veld omdat ik wat te verlegen ben. Fysiek kan het ook nog beter. Ik moet letten op wat ik eet, zeker in periodes met minder trainingen, omdat ik door mijn lichaamsbouw anders snel zou aankomen. Dat betekent géén alcohol, ook om blessures te voorkomen, en verder best geen frietjes en hamburgers.”

Vitali Kholopov leerde Arthur dribbelen.
Johan Anckaert Vitali Kholopov leerde Arthur dribbelen.

Ben je nu beroemd na de WK-winst?

“Totaal niet en ik ben daar blij om. Ik wil geen Messi of Ronaldo zijn, die worden continu lastig gevallen. Er zijn nu meer journalisten die een interview willen en dat is goed omdat hockey zo meer aandacht krijgt nu we eens echt een prijs pakten. Maar het is niet zo dat ik nu op straat wordt aangeklampt. Ik blijf met mijn beide voetjes stevig op de grond. Het is aan de Red Lions om altijd ons best te doen en zoveel mogelijk te winnen, zodat het land trots op ons blijft. We kunnen nog veel bereiken. Het ultieme doel is om na onze zilveren medaille op de Olympische Spelen in Rio in 2016 nu goud te pakken, op de Spelen in Tokio in 2020. Dat is het enige wat echt telt, de winst op het wereldkampioenschap verandert daar niets aan. De motivatie zal er zeker zijn.”

Hoe kijk je terug op de WK-finale?

Jongste Red Lion Arthur was bijna de schlemiel op de WK-finale toen zijn goal tijdens de shoot-outs door een voetfout afgekeurd werd. “De moed zakte in mijn schoenen. Ik dacht ‘het zal toch geen waar zijn zeker’. Ik zou het mezelf nooit vergeven hebben. Maar uiteindelijk hebben we bij de Red Lions gelukkig wel de beste doelman van de wereld. Waardoor ik snel weer de knop omdraaide en er bleef in geloven dat alles goed zou aflopen. Wat effectief ook gebeurde.”

Zitten er gokkers bij de Red Lions?

De Kansspelcommissie onderzoekt mogelijke illegale weddenschappen door spelers en/of stafleden: “We hebben er met de spelersgroep over gepraat en zijn formeel: niemand gokt op eigen wedstrijden. Voorbarige uitspraken wil ik niet doen, maar ik vermoed toch dat het uitvergroot is. Het zal op niets uitdraaien. We zijn slim genoeg om te weten dat gokken op eigen wedstrijden niet kan.”

Arthur troont trots zijn gouden WK-medaille
Johan Anckaert Arthur troont trots zijn gouden WK-medaille

Heb je een sterke band met Kortrijk?

“Ik kom elk weekend naar huis (Arthur volgt het derde jaar Toegepaste Economische Wetenschappen in UAntwerpen, red.). Mijn ouders wonen in Kortrijk, net zoals mijn vriendin en vrienden. Je kan me wel eens in de winkelstraten aantreffen, want mijn vriendin shopt graag. Ik doe dat wel graag, ik ben een voorbeeldige vriend (lacht). En als we een koffietje willen drinken, trekken we vaak naar Kaffee Renée in de Lange Steenstraat. Ik heb het lager in ’t Fort en het middelbaar in de Pleinschool gevolgd. Waar ik heel mooie herinneringen aan heb, want ik maakte er vrienden voor het leven. Ik kreeg na onze WK-titel een brief van de Pleinschool, om mij te feliciteren. Het doet me deugd dat ze in mijn oude school nog weten wie ik ben en aan mij denken. Ik hoor dat ze er in een prijzenkast een gehandtekende foto van mij hebben opgehangen. Ik hoop om er binnenkort eens binnen te springen. Uit nieuwsgierigheid ook, want de Pleinschool is ondertussen helemaal vernieuwd. Ik ben fier op Kortrijk, ja. Ik vind dat burgemeester Vincent Van Quickenborne supergoed bezig is. Hij en het stadsbestuur doen inspanningen om van Kortrijk een echte sportstad te maken en de stad wordt ook steeds mooier dankzij bijvoorbeeld de verlaging van de Leieboorden aan de Broeltorens en straks de vernieuwing van de stationsbuurt.”

Over zijn vriendin: “Ze is perfect”

Arthur is samen met studente kinesitherapie Emma Verstraete (21): “Het leuke is: we zaten in de derde graad in de Pleinschool twee jaar samen in de klas, zonder dat het iets werd. Maar door in onze studies daarna elk onze eigen weg te gaan, ik naar Antwerpen en zij naar Brugge en nadien Leuven, vonden we elkaar. Het loopt super. We doen er alles aan om tijd voor elkaar vrij te maken tijdens de week en Leuven ligt toch al wat dichter bij Antwerpen dan Brugge. Hoe de vonk oversprong? Dat was in oktober 2015. Mijn vriendin danst bij de school Pirouette in Wevelgem. Ik trok met een paar vrienden naar een optreden, om haar te zien dansen. We spraken daarna af en hebben die avond voor het eerst gekust. Emma is perfect voor mij. Mijn druk leven is niet alledaags. Het is niet makkelijk om iemand te vinden die daar mee akkoord gaat en bereid is om zich altijd aan te passen. Zo zit ik ook vaak in het buitenland. Ik ben heel blij dat ze toch de inspanning doet om positief te zijn en mij dat te gunnen.”

Arthur straalt als hij over zijn vriendin praat: “Ze is perfect”
Johan Anckaert Arthur straalt als hij over zijn vriendin praat: “Ze is perfect”

Wat brengt de toekomst?

“Ik leef van hockey, maar ga er nooit rijk van worden. Ik ben pas 21 jaar, zit aan de helft van mijn studies en kan nog tien jaar mee als hockeyspeler. Dus er is nog meer dan tijd genoeg om over mijn toekomst na te denken. Wat wél al zeker is: ik word later nooit trainer of coach. Het is gewoon mijn ding niet, ik ben er te verlegen voor. Het wordt dus helemaal iets anders, maar wat weet ik nog niet. Of ik ooit bij de Nederlandse topclub HC Bloemendaal (Arthur speelt nu bij Koninklijke Beerschot, red.) aan de bak wil? Die ambitie is er zeker, want de Nederlandse competitie is nog net iets beter dan in ons land. Maar het hoeft niet per se hoor, ik voel me goed bij Beerschot. We zien wel. Ik neem nu eerst met de Red Lions vanaf januari deel aan de Hockey Pro League. Dat is een nieuw internationaal tornooi waar de beste landen ter wereld elkaar bekampen. Pittig, want we beginnen met vier zware uitmatchen in een kleine drie weken: in Spanje, Argentinië, Nieuw-Zeeland en Australië. Goed voor acht vluchten en 55 vlieguren. Het wordt een avontuur op zich. Zo ben ik nog nooit in Argentinië en Australië geweest. Leuk om die landen nu wat te leren kennen.”




Reacties

Alle reacties worden voor publicatie gelezen -en goed- of afgekeurd- door het moderatie-team van HLN. Elke reactie moet voldoen aan deze gedragsregels.
Je naam en voornaam verschijnen bij je reactie.