Beklaagden drugszaak geven elkaar de schuld

De rechter in Ieper heeft zeven beklaagden veroordeeld in een zaak rond verkoop en bezit van soft- en harddrugs. De hoofdbeklaagde kreeg twee jaar cel. Enkele betrokkenen schoven de schuld in elkaars schoenen.


Het openbaar ministerie sprak in de rechtbank van handel en bezit van cannabis, cocaïne, heroïne en speed. Ook stelden sommige beklaagden hun woning ter beschikking voor gebruik en verkoop. Hoofdbeklaagde is de 36-jarige H.A., een in Somalië geboren Ieperling. Zijn raadsman zei dat zijn cliënt alleen als tussenpersoon optrad. Hij werd evenwel veroordeeld tot twee jaar cel. G.N. (41) uit Ieper kreeg één jaar cel, maar hij betwistte de feiten. "De man werd in Angola geraakt door een verdwaalde kogel en is een chronisch pijnpatiënt. In plaats van zich te laten opereren, begon hij hasj te roken om de pijn te bestrijden. Ook nam hij een lijntje speed om de dag door te raken als bouwvakker", pleitte zijn advocaat. Een 40-jarige vrouw uit Ieper beweerde dan weer dat ze enkele beklaagden in haar woning binnenliet, zonder dat ze wist wat die eigenlijk uitspookten. Een andere man uit Ieper zei dat hij alleen de sleutel van zijn woning aan de eerste beklaagde gaf. "Mijn cliënt is een tijdje bij zijn vriendin gaan inwonen in Poperinge, op het moment dat zij moest bevallen", aldus zijn raadsman. "Het was niet de bedoeling dat die andere man drugs zou nemen in de woning." Bij een huiszoeking werd er niets gevonden, alleen in de brievenbus werd een geheim vakje aangetroffen waarin resten van speed werden gevonden. Vijf betrokkenen werden veroordeeld tot een celstraf, al dan niet deels met uitstel. Twee van hen kregen een werkstraf of opschorting van straf. (AHK/CMW)