"We gaan eeuwig door, dat zijn we de gesneuvelden verplicht"

Voorzitter van Last Post Comité staat voor meest symbolische ceremonie ooit

Benoit Mottrie, al sinds 2006 voorzitter van het Last Post Comité, is een gedreven man.
Foto's Eric Flamand Benoit Mottrie, al sinds 2006 voorzitter van het Last Post Comité, is een gedreven man.
Als voorzitter van het Last Post Comité reisde Benoit Mottrie al de hele wereld rond. Morgen staat hij voor de meest symbolische Last Post aller tijden: die van 11 november 2018, exact 100 jaar na de Wapenstilstand. Hét moment voor een gesprek met de man die de hand schudde van zowel Queen Elisabeth en talloze staats-hoofden als van Canadese indianen en Nieuw-Zeelandse Maori's. "De Last Post leeft meer dan ooit"

Het zijn drukke tijden voor Benoit Mottrie (53), voorzitter van het Last Post Comité sinds 2006. De charismatische, rijzige en gedistingeerde Ieperling heeft niet alleen een succesvolle autohandel en een groot gezin, maar moet tegelijk de bekendste herdenkingsceremonie ter wereld in goede banen leiden: de Last Post.

Een Canadese indiaan onder de Menenpoort, hier tijdens een ceremonie in november 2017.
Eric Flamand Een Canadese indiaan onder de Menenpoort, hier tijdens een ceremonie in november 2017.

Benoit, naast je activiteiten als zakenman neem je ook nog eens de leiding van de Last Post op je. Vanwaar die betrokkenheid?

"Ver hoef je het niet te zoeken. Mijn overgrootvader was een van de stichters van het comité, dat in 1928 werd opgericht. Later is mijn oom, Guy Gruwez, decennialang voorzitter geweest. Toen ik na mijn studies in 1990 terugkwam naar Ieper, was het bijna vanzelfsprekend dat ik in het bestuur zou stappen. Toen Guy stopte, heb ik de fakkel van hem overgenomen."

Valt het te combineren met een gezinsleven?

"Absoluut. Ik ben op de koop toe nog maar getrouwd, want ik stapte vorig jaar in het huwelijksbootje met Isabelle. We hebben allebei twee zonen uit een vorige relatie, wat maakt dat we nu met zes zijn. En zondagmorgen is heilig voor me. Dan ga ik fietsen of lopen."

Je woont net buiten de vestingmuren, op een boogscheut van de Menenpoort. Hoe sterk is je band met de kattenstad?

"Ik ben geboren op 100 meter van de plaats waar ik nu woon. Na mijn tijd in de Sint-Jozefsschool en het college verhuisde ik naar de abdijschool van Zevenkerken, het internaat waar ook prins Laurent en prins Filip zaten. Maar al die tijd ben ik blijven basketten bij Iebac. Op mijn dertigste ben ik ermee gestopt, want het is een sport die fysiek een hoge tol eist."

In al die jaren heb je wellicht ook vreemde verzoeken gekregen van mensen die hun eer willen betuigen?

"Absoluut. En het is niet altijd evident om 'nee' te zeggen. Als we de vraag krijgen of er tijdens de ceremonie mag gebeden worden, dan staan we dat toe, maar wel op voorwaarde dat alle soldaten worden herdacht - en niet alleen de gesneuvelden met een bepaalde geloofsovertuiging. Alles wat naar zelfverheerlijking neigt of 'voor de show' wordt gedaan, sluiten we zonder meer uit. Al is het niet altijd makkelijk om een lijn te trekken bij wat kan en niet kan. Ik zal nooit de ceremonie vergeten van de Canadese indianen die in 2002 de geesten van de soldaten onder de Menenpoort wilden vangen met behulp van een speciale fluit, om ze mee naar huis te nemen. Omdat het een eerbetoon is dat aansluit bij onze doelstellingen, net als de haka van de Nieuw-Zeelandse Maori's trouwens, konden we dat niet weigeren. Maar zoiets plannen we altijd na het einde van het laatste klaroengeschal."

Veel mensen hebben veel ontzag voor de klaroenblazers, die plichtsgetrouw elke avond weer op het appel verschijnen.

"Het zijn stuk voor stuk gedreven mensen die hetzelfde engagement delen. Anders hou je dit niet vol. Momenteel zijn er acht blazers die elk een week lang beschikbaar moeten zijn en dan een week vrij hebben. Je moet bereid zijn flink wat van je vrije tijd op te offeren. Dat geldt trouwens voor alle leden. Maar we streven een nobel doel na: het blijven eren van de gevallen soldaten. Zij hebben het ultieme offer gebracht. Dit is wel het minste wat we voor hen kunnen doen. Dat is de basisgedachte achter de Last Post en al onze leden staan daar als één man achter."

Wat opvalt is dat tijdens de Last Post geen security aanwezig is. Zijn er nooit incidenten?

"Natuurlijk wel, maar we proberen die altijd zo discreet mogelijk op te lossen. Daar zorgen onze 'ceremonial assistants' voor. Als een dronken toerist doodleuk zijn frietjes onder de Menenpoort komt opeten, dan verzoeken we die heel vriendelijk maar dwingend om andere oorden op te zoeken. Re-enactors, die na een dag oorlogje spelen de Last Post willen bijwonen, verzoeken we om niet op de eerste rij te staan. Toen Nigel Farage (veelbesproken Britse politicus, red.) aantrad, hebben we dat zo diplomatisch mogelijk opgelost. We zijn amateurs, maar we doen ons uiterste best om professioneel over te komen." (lacht)

Dat zijn bescheiden woorden voor iemand die de Queen de hand drukte en onlangs nog prins William en Kate Middleton ontving.

"Die ontmoetingen zijn heel formeel. Kort, maar wel hartelijk. Het is verbazend om te zien hoe goed die mensen op de hoogte zijn van wat hier gebeurd is en waar wij met het comité voor staan. Ze hebben veel respect voor wat wij doen en dat is natuurlijk een hart onder de riem. Intussen kennen ze me, al kan mijn gestalte daar wel een rol in spelen." (lacht)

Zondagavond zullen er duizenden mensen bijeenkomen bij de Menenpoort om de plechtigheid bij te wonen. Dat was ooit anders.

"Zeker en vast. In de jaren 60 en 70 stonden er vaak slechts een handvol toeschouwers. Die grote massa van nu zal mettertijd uitdunnen, maar de voorbije vijf jaar hebben we enorm veel publiciteit kunnen maken, ook voor de stad, de musea en alle begraafplaatsen. Alle sites werden opgewaardeerd en hier in Ieper worden de oorlogstoeristen met open armen ontvangen. Wees er maar zeker van dat de bezoekers dat waarderen en dat we nu hebben gezaaid om later te kunnen oogsten. Naast het stadsbestuur en de Commonwealth War Graves Commission hebben ook figuren als Brendan Nelson (Australisch politicus en ereburger van Ieper, red.) al heel veel verwezenlijkt. Denk maar aan de terugkeer van de leeuwen. Ik kan niet bijhouden hoe vaak ik de vraag krijg of we na 2019 zullen stoppen met blazen, maar het volstaat om te wijzen op de steeds groeiende interesse van de Australiërs, die door onder meer de mensen van het War Memorial werd aangewakkerd. Als we in het buitenland worden uitgenodigd voor een ceremonie, dan worden we er als popsterren ontvangen. Dan merk je hoe hard de Last Post ook leeft bij pakweg de Nieuw-Zeelandse en Canadese bevolking. Hier mag geen twijfel over bestaan: wij blijven er eeuwig mee doorgaan. Dat zijn we de gevallen soldaten verplicht."