Unieke gevangenisdocumenten uit WOII belanden in Stedelijk Museum

Albert Aerts en Marcel Brosens keerden na deportatie niet terug

Het Stedelijk Museum is sinds enkel dagen in het bezit van twee vrij unieke archiefstukken uit WOII. Het gaat om twee fiches van Hoogstratenaren Albert Aerts en Marcel Brosens die in 1944 tijdens een razzia werden opgepakt door de Duitse bezetter en in de “Kriegswehrmachtgefängnis” in Antwerpen belandden. Ze keerden na hun deportatie naar Duitsland nooit terug.
Piet Van Deun en Francis Huijbrechts met de unieke documenten.
Ton Wiggenraad Piet Van Deun en Francis Huijbrechts met de unieke documenten.

Het was een verzamelaar uit Wechelderzande die met de documenten langskwam in het museum en uiteindelijk besloot om ze te laten toevoegen aan de collectie van het Stedelijk Museum. “Het gaat om unieke documenten over de gevangenneming van Albert Aerts en Marcel Brosens”, vertellen conservator Piet Van Deun en voorzitter van Erfgoed Hoogstraten Francis Huijbrechts. “De fiches komen uit de administratie van de “Kriegswehrmachtgefängnis” die in de Antwerpse Begijnenstraat werd geïnstalleerd tijdens WOII. Het was een speciale afdeling waar de Duitse bezetter verdachten liet opsluiten zoals mensen uit het verzet. Op de kaarten werd onder meer genoteerd wanneer ze werden binnengebracht, in welke cel ze zaten en welke bezittingen ze nog hadden. En ook van wat ze beticht werden, in dit geval ‘lidmaatschap van de Witte Brigade’.”

Razzia

Albert Aerts en Marcel Brosens waren twee van de ongeveer twintig Kempenaren uit Meer, Minderhout, Hoogstraten en Antwerpen die op 1 mei 1944 werden opgepakt. Een kleine maand later werden er achttien van naar Duitsland gedeporteerd als politieke gevangene. “Van die groep zouden er uiteindelijk maar twee terugkeren en dat waren niet Albert en Marcel”, vertelt Francis Huybrechts. “Marcel was meer dan waarschijnlijk lid geworden van de verzetsgroep Kempisch Legioen en werd vermoedelijk daarom aangehouden. Hij belandde in Buchenwald en later in Harzungen waar hij onder meer ingezet werd als arbeider bij tunnelwerken. Hij werd een laatste keer gezien in februari 1945, maar verdween later van de radar. Zijn begraafplaats is onbekend.” Ook van Albert Aerts is niet geweten waar hij begraven ligt. “Albert was van Merksplas en kwam op zijn twintigste naar Hoogstraten”, vertelt Francis Huijbrechts. “Hij was mogelijk geen lid van een verzetsgroep, maar stond wel op de lijst die het oorlogsbestuur moest opmaken van mannen die in Duitsland tewerkgesteld konden worden. Hij is uiteindelijk overleden tijdens een transport in april 1945, maar zijn begraafplaats is nooit gevonden.” Beide heren staan wel vereeuwigd op monumenten in Meer en Hoogstraten.

Laatste bewijzen

Het Stedelijk Museum is enorm trots dat ze de twee documenten van inwoners van Hoogstraten in haar bezit heeft gekregen. “Het gaat immers om een van de laatste tastbare bewijzen van het drama voor een groep van twintig Kempenaren dat begon op 1 mei 1944 en bijna voor niemand goed is afgelopen”, vertelt Piet Van Deun. “We zullen die documenten zeker eens gebruiken in een tentoonstelling.”

De fiche van Marcel Brosens.
Ton Wiggenraad De fiche van Marcel Brosens.



Reacties

Alle reacties worden voor publicatie gelezen -en goed- of afgekeurd- door het moderatie-team van HLN. Elke reactie moet voldoen aan deze gedragsregels.
Je naam en voornaam verschijnen bij je reactie.