Studenten steken windmolen in elkaar in Senegal

Project voorziet schooltje met 800 leerlingen van stroom

De studenten aan het werk aan de molen, met materialen die ze ter plaatse bijeen zochten. De lokale bevolking helpt mee.
KOS De studenten aan het werk aan de molen, met materialen die ze ter plaatse bijeen zochten. De lokale bevolking helpt mee.
UHasselt-studenten Jeroen Aerts en Joachim Broeders trokken drie maanden naar Senegal om er een windmolen te bouwen voor een lokaal schooltje. Geen sinecure, want alle materialen moesten ze ter plaatse bij elkaar zoeken. "800 leerlingen zijn nu wel gewapend tegen stroompannes", zeggen ze trots.

Jeroen en Joachim, twee studenten industrieel ingenieur uit Beringen en Hasselt, kregen in het kader van hun masterproef de vraag van de vzw Students for Energy in Africa (SEA) of ze het niet zagen zitten zich aan een buitenlands avontuur te wagen. SEA is een Belgische organisatie die zich inzet voor projecten rond hernieuwbare energie in Afrika en die laat uitvoeren door studenten in samenwerking met de lokale bevolking. "De vraag was: bedenk een alternatieve energiebron voor een schooltje in Nianing. Daar kampen ze namelijk vaak met stroompannes", zegt Joachim. "De eerste taak was dus bekijken welke mogelijkheden van stroomvoorzieningen we konden aanbieden en wat het best in de omgeving past. Na een hele voorstudie viel onze keuze uiteindelijk op een windmolen die de noodzakelijke energie zou opslaan in batterijen. Op die manier blijft de elektriciteitstoevoer voor het schooltje waar toch zo'n 800 kinderen les volgen, verzekerd."

Jeroen Aerts en Joachim Broeders, studenten aan de UHasselt, hadden nog nooit eerder een windmolen gebouwd.
Mine Dalemans Jeroen Aerts en Joachim Broeders, studenten aan de UHasselt, hadden nog nooit eerder een windmolen gebouwd.

Lokale materialen

Begin februari trokken de twee jonge twintigers ter plekke om er hun plannen om te zetten in een concreet project. "Het was toch een ander sfeertje dan hier in Limburg, terwijl we bovendien nog nooit een windmolen in elkaar hadden gezet", lachen ze. "Zo wilden we per se dat de molen herstelbaar zou zijn door de lokale bevolking indien er later mankementen zouden optreden. Dat betekende dan ook werken met materialen die ter plaatse makkelijk te vinden zijn. Het heeft ons dus wel enige tijd gekost om die allemaal bij elkaar te vinden. Het staal ginds is ook niet van dezelfde kwaliteit als hier, dus ook daar moesten we rekening mee houden in de plannen." Eenmaal het bouwen daadwerkelijk aan de gang was, konden de twee Limburgers alvast op veel belangstelling van de schoolkinderen rekenen.

500 kilogram materiaal

"Het concept van een windmolen die stroom opwekt, was hen aanvankelijk vreemd, maar eens we dat hadden uitgelegd, waren ze heel geïnteresseerd." Met goed 500 kilogram aan materiaal, wat hulp van de lokale bevolking en zo'n 6.000 euro aan fondsen konden Jeroen en Joachim hun project na zo'n drie maanden realiseren. "En daar zijn we toch wel trots op. Of we nog eens teruggaan naar Senegal? Misschien niet om nog zo'n molen te bouwen maar persoonlijk wil ik zeker terug naar Afrika", zegt Broeders.