"België is op verkeersvlak een ontwikkelingsland"

Alles dreigt dicht te slibben, terwijl goede voorbeelden ons omringen

Professor Miermans: al twee jaar met pensioen, maar nog altijd een referentie om 'U' tegen te zeggen.
Foto Coenen Professor Miermans: al twee jaar met pensioen, maar nog altijd een referentie om 'U' tegen te zeggen.
"België? Een ontwikkelingsland wat verkeer betreft." Straffe uitspraak, maar wel van een minstens even straf figuur: professor Willy Miermans, mede-oprichter van het instituut voor Mobiliteit. Officieel al twee jaar met pensioen, maar in de praktijk nog steeds druk gevraagd voor lezingen. En ook politici komen niet zelden ten rade wanneer ze dorpskernen willen aanpakken of met parkeerproblemen worstelen. Maar voor de duur van dit interview is zijn kostbare tijd voor ons.

Zelfs Italië en Spanje doen het merkelijk beter dan ons landje, zo meent de prof op rust van de Universiteit Hasselt. Lange files in Limburg? Even wachten nog, want ze komen er aan. We zitten op het randje van de congestie, zo blijkt. Zelf woont Miermans in het centrum van Maaseik, op een boogscheut van de Maasbrug. "Aan de overkant van die brug begint de beschaving als het op verkeer en ruimtelijke ordening aankomt", zo wijst hij richting Nederland.

Kom, kom, zo erg kan het in Limburg niet zijn. Het verkeer gaat hier toch redelijk vlot?

"Maar we zitten wel op het randje van de congestie. Kijk maar eens naar de E313, waar spitsstroken bijkomen. Er is niet veel meer nodig om de boel stil te leggen. Een klein ongeval of een futiliteit en alles staat vast. Of kijk eens naar de Kempische Steenweg richting Hasselt. Daar is het 's ochtends aanschuiven. Toen ik vroeger met de auto vanuit Maaseik naar de universitaire campus in Diepenbeek reed, dan deed ik daar een halfuurtje over. Vandaag zijn dat in de spits 75 minuten - meer dan een verdubbeling in dertig jaar tijd. En het verkeer blijft toenemen. Het is hier nog niet zo erg als in de Vlaamse ruit, tussen steden als Brussel, Gent en Antwerpen. Maar lange files zijn ook in Limburg onafwendbaar als we zo doorgaan."

Wat kunnen we doen?

"We zijn alleszins heel laat begonnen. Veel landen zagen het probleem al in de jaren zestig ontstaan. Toen was er een enorme stadsvlucht. Steden waren vreselijke plekken door al die automobilisten die absoluut op de Grote Markt wilden parkeren. Wie wil daar nu wonen? Daarom begon Zwitserland snel met het verkeersvrij maken van de stedelijke centra, en andere landen zijn vliegensvlug gevolgd. Probeer in Denemarken tegenwoordig maar eens een nieuwe school, ziekenhuis of verkaveling te bouwen. Ze halen er kaarten bij en bekijken eerst of het project wel goed aansluit op het openbaar vervoer. Zoniet, dan krijg je gegarandeerd een njet. Alle Europese landen doen het trouwens zo. Italië? Ga eens kijken in Bologna. Wat een prachtige fietsstad! Spanje? Heerlijk, die verkeersluwe centra in Baskenland."

Dus België is een ontwikkelingsland, zegt de professor verkeerskunde?

"Ja, op dat vlak zijn we de slechtste leerling van Europa. We blijven gewoon volharden in de boosheid. Onlangs werd hier in mijn thuisstad nog een ziekenhuis geopend... temidden de landelijke velden. Hoe moeten de mensen daar geraken? Met de auto, of met extra bussen betaald met gemeenschapsgeld. Dat is toch zot? Allemaal extra kosten en negatieve effecten voor de volgende decennia. Een goed verkeersbeleid en goede ruimtelijke ordening hangen nauw samen. En we blijven het maar fout doen."

Bereikbaarheid van stads- en dorpscentra is wel belangrijk voor de middenstand, die het nu al moeilijk heeft met al die webwinkels.

"Het weghalen van ziekenhuizen en scholen uit centra haalt meteen ook een massa klanten weg. Dat is pas erg voor de middenstand. Een verkeersluw centrum is aangenamer en leefbaarder. Onze auto's van 25 vierkante meter zijn net kleine studio's, en daar willen we 's ochtends allemaal individueel mee in het stadscentrum geraken om te gaan werken of te winkelen? Absurd. Gigantische problemen zijn dan onvermijdelijk. Vijftig jaar geleden waren er 400.000 auto's in België, nu al meer dan zes miljoen."

Wat stelt u voor...?

"De auto is goed om zotte plaatsen op zotte momenten te bereiken. Als journalist heeft u - sommige andere beroepen ook - een goed excuus. Al zal het wel duurder moeten worden. Rekeningrijden is onafwendbaar, want automobilisten betalen niet voldoende voor de maatschappelijke kosten die ze met zich meebrengen. Veel meer verplaatsingen zouden met het openbaar vervoer kunnen. Die sneltrams in Limburg moeten er dus absoluut komen. Op het vlak van spoorvoorzieningen is Limburg nog een complete woestenij. Op zijn minst in de buurt van steden is er vervolgens een 'systeemsprong' nodig. Dat betekent: parkeren aan de rand en verder met het openbaar vervoer of de fiets. Ik heb een passertje in huis gehaald waarmee ik kringetjes trek op landkaarten. Dan zie ik dat veel centra vlot bereikbaar zijn met de fiets."

Het is dus nog niet hopeloos?

"Maar neen, en zo wil ik ook nooit denken. In andere landen heeft het allemaal ook heel lang geduurd. We hebben een grote achterstand, maar het kan nog altijd. In steden als Hasselt of Genk worden elk jaar meer dan tweeduizend bouwvergunningen afgeleverd. Als we die voortaan alleen nog verstandig afleveren, dan krijg je in tien jaar tijd al een opmerkelijk verschil. Goed beleid is een kwestie van goede politici die het ook nog eens enkele decennia volhouden."