De Toots van de jazztrompettisten

MON HARNIE OVERLIJDT OP 96-JARIGE LEEFTIJD

Mon Harnie op zijn negentigste verjaardag, uiteraard met trompet in de hand.
Peter François Mon Harnie op zijn negentigste verjaardag, uiteraard met trompet in de hand.
Edmond Harnie, een van de beste jazztrompettisten in Europa van zijn tijd, is niet meer. 'Mon' overleed op 96-jarige leeftijd in woonzorgcentrum De Maretak. "Noem hem gerust de Toots Thielemans van de jazztrompettisten", zegt Peter François, archivaris van de Halse harmonie Sint-Cecilia.

'Musicien de Jazz par excellence'. Zo wordt de carrière van Edmond Harnie samengevat op het overlijdensbericht. Mon was dan ook een uitzonderlijk muzikant. "Hij behoorde tot de vijf grootste muzikanten die Halle ooit gekend heeft", zegt Peter François, archivaris van de harmonie waar Harnie zelf ook sinds de jaren dertig lid van was. "Hij hoort thuis in het rijtje van onder meer cellist en componist Adrien François Servais en orgelist Leopold Sluys. Hij was uitzonderlijk omdat hij een zogenaamde 'highblower' was, een muzikant die hoge noten uit zijn trompet kon toveren. Dat is aartsmoeilijk."

Edmond met The Internationals. Zelf zit hij vooraan in het midden.
den AST - Streekmuseum Edmond met The Internationals. Zelf zit hij vooraan in het midden.

Gratis bier

Peter François blikte zes jaar geleden met Mon terug op diens rijkgevulde carrière in een uitgebreid interview voor De Vrolijke Noot, het verenigingsblad van de harmonie. Mon vertelde dat hij zich rond de leeftijd van 10 jaar samen met een vriend inschreef in de harmonie omdat die vriend gehoord had dat muzikanten op café gratis bier kregen. Later volgde hij muziekschool en vormde hij met andere muzikanten een orkestje. "We waren revolutionair", vertelde Mon. "Vier man met een accordeon: voor sommige mensen was dat bijna een misdaad. Ze noemden dat 'jasss'. In de muziekschool ben ik daarom ook aan de deur gezet. Ze hebben mij zo een formidabele dienst bewezen, want ik ben het dan gaan leren bij mensen die wisten wat het was."


Nog voor de Tweede Wereldoorlog speelde Mon bij het orkest van de toen opkomende Roger Rose. Tijdens de oorlog speelde hij nog altijd bij Rose, die met zijn orkest ook voor de geallieerden optrad. "We waren daar de koningen hé, godverdekke", vertelde hij daar zelf over. "Als je 'goesting' had in een steak, dan riep de verantwoordelijke 'een steak voor de muzikanten'. En dan zetten ze de vlammenwerper aan. (lacht) De vlammenwerper!"

BRT-orkest

Mon speelde mee in alle bekende orkesten in ons land. Na de oorlog trad hij op met The Internationals en ging het in 1953 richting Eddie Warner in Frankrijk. Nog eens drie jaar later stond Mon op de planken bij Jacques Hélian. Dat orkest werd begin jaren vijftig de beste big band van Europa genoemd. Toen Hélian het orkest wegens ziekte opdoekte, keerde Mon terug naar België, waar toen het BRT-orkest onder leiding van Francis Bay opgericht werd. De trompettist werd met open armen ontvangen, maar trok enkele jaren later alweer naar Berlijn, om zich er bij de big band van Werner Müller te voegen. Met dat orkest was hij zelfs aan de andere kant van de wereld te zien. "We zijn drie keer naar Japan geweest voor tv-opnames", vertelde Mon daar zes jaar geleden over. "De restaurants daar zijn formidabel. Je hebt een vitrine waar alle gerechten afgebeeld staan. Nummer zoveel, nummer zoveel... En ze brengen u dat! Praktische kerels, hoor. Nu kennen we dat hier ook, maar ik spreek hier over de jaren 60! Die samenleving, dat is prachtig om te zien. Dat is mij formidabel meegevallen."


Uiteindelijk zou Mon terugkeren naar het BRT-orkest. Hij bleef ook al die jaren trouw lid van de harmonie. Als hij kon, speelde hij zelfs mee. De jongste jaren lukte dat niet meer, maar zolang het lukte, speelde hij nog steeds op zijn trompet. Mon blikte ook met veel plezier terug op zijn carrière. "Het was alle dagen feest. Mentaal heb ik nooit gewerkt. Het was muziek spelen, iets wat ik doodgraag doe. Nog altijd, want anders zou ik op mijn negentigste geen trompet meer spelen. Dat is iets wat je elke dag moet doen, want anders ben je het kwijt. Maar hadden muzikanten geen gratis bier gekregen, dan was ik het nooit geworden. Daar kan je leven dus van afhangen: twee snotneuzen die zoiets zeggen... Al moet ik zeggen dat het in mijn leven goed gelukt is. Ik heb veel bier voor niks gekregen. (lacht)"


Morgen wordt om 10 uur afscheid genomen van Edmond Harnie in het crematorium van Ukkel.