Afscheid van ‘de krokodillen van het stadhuis’ (1)

Martine De Regge: “Als het moet, kom ik betogen voor mijn wijk!”

Martine De Regge
Wannes Nimmegeers Martine De Regge
Niet alleen burgemeester Termont vertrekt na 42 jaar uit het Gentse stadhuis. Met Sas van Rouveroij (Open Vld), Paul Goossens (CD&V) en Martine De Regge (sp.a) verdwijnen nog een paar anciens uit de gemeenteraadszaal. Stuk voor stuk waren het actieve mensen, die zich ingezet hebben voor de stad, ze zijn een deel van het politieke geheugen, met een berg ervaring.

Vandaag: afscheid van Martine De Regge, na 30 jaar.

Schepen De Regge, u bent de enige schepen die ooit een taart in het gezicht heeft gekregen.

“Ja, maar ook alleen omdat ik mij kon bukken voor de tweede taart. Ik vond het zelf een hilarisch moment. Het was bij de opening van het nieuwe buurtcentrum in de Sas en Bassijnwijk in Gentbrugge. Om die wijk te bouwen hadden we een paar krakers moeten uitzetten. Die waren op die opening aanwezig. Plots, tijdens mijn speech, stelde één van hen zich recht en smeet die taart in mijn gezicht. Ik vond het dus best grappig eigenlijk, ik ben opgegroeid tussen nogal ruw volk. Ik deed mijn uitleg dus gewoon voort. Plots zag ik nòg iemand rechtstaan. Die taart zag ik dus wel komen, en ik heb mij op tijd gebukt. En dan heb ik gevraagd: “Zijn er nog mensen met taarten? Gooi die dan nu, dan kan ik ‘mijnen parlé’ daarna afwerken.” Diegene die zich toen nog recht stelde werd door de andere mensen wel tegengehouden. Ja, ik heb veel plezante zaken meegemaakt in mijn stadhuisperiode.”

Hoe bent u daar beland, in dat stadhuis?

“Wel, ik groeide op in een rood nest, in de Bernadettewijk. Mijn vader was bij de vakbond, mijn moeder werkte daar. Politiek was wel een thema thuis, dan neem je dat mee. Maar ik had nooit de ambitie om aan politiek te doen. Ik ben maatschappelijk assistent van opleiding, en ik werkte in het jeugdhuis de Jamclub in de Muide. Marc Lootens werkte daar ook, en die vroeg mij om in 1988 om op de lijst te staan. Ik heb 3 keer ja en dan toch weer neen gezegd, en uiteindelijk toch toegegeven. Ik kreeg de 24ste plaats. Niemand, en vooral ikzelf niet, had verwacht dat ik rechtstreeks verkozen zou worden. Toen ik in 1989 op mijn 32ste de raad binnenstapte vroeg burgemeester Gilbert Temmerman zelfs: “Wie is die kleine?”. Ik was toen de jongste bij de socialisten.”

U bent ook vrij snel schepen geworden.

“Ik heb gewoon veel geluk gehad. Ik werd in 1994 opnieuw verkozen. Ik stelde me kandidaat voor het mandaat van schepen van cultuur. Dat haalde ik net niet, maar toen Nadia senator werd, volgde ik haar op als schepen van sociale zaken, huisvesting en emancipatie. Dat was in september 1995. Sindsdien ben ik altijd schepen gebleven.”

Martine De Regge
Wannes Nimmegeers Martine De Regge

U hebt twee legislaturen dezelfde bevoegdheden gehouden?

“Ja, en ik heb daar heel veel kunnen doen. Ik heb buurtcentra geopend, jeugdinfrastructuur ook, ik heb jeugdorganisaties ondersteuning gegeven, financieel en met lokalen. De polyvalente zalen in Gentbrugge, Oostakker, aan de Opgeëistenlaan en in Zwijnaarde kwamen er, en ook de zaadjes voor die in Wondelgem werden gelegd. Het was echt een heel breed departement, heel sociaal gericht ook. Ik heb dat heel graag gedaan.”

Na de verkiezingen van 2006 kreeg u openbare werken op uw bord.

“Dat was iets helemaal anders. Daarmee heb je altijd heel zichtbare resultaten, en je beroert veel mensen. Denk maar aan de bouw van de Stadshal. Ik vond dat heel boeiend, hoe Gentenaars zich betrokken voelen bij hun stad, hoe die discussie pro en contra woedde. Intussen is die Stadshal aanvaard, en wordt ze veel gebruikt. Ik ben er trots op. Op heel die Kobra-werken trouwens.”

Maar er waren ook moeilijke dossiers.

“Oh ja, denk maar aan de kasseienoorlog in de Muide, mijn eigen wijk. Uiteindelijk hebben we die procedures gewonnen, als stad, maar intussen lagen er al opnieuw kasseien. We wilden de mensen in de Londenstraat geen twee winters lang gijzelen met putten voor hun deur omdat de procedures nog liepen. Het is ook gewoon niet altijd leuk. Bij de stadsverniewingswerken moest ik ooit samen met Karin Temmerman onteigeningen in het Rabot aankondigen. Daar zat toen een gezin dat al voor de dérde keer onteigend werd door de stad. Ik word nog emotioneel als ik daaraan denk. Maar die mensen vroegen ons gewoon: kan je ons nu wel laten weten welke de volgende wijk is die jullie gaan aanpakken? Dan trekken we daar alvast niet naartoe.”

Je bent vandaag niet herverkozen, terwijl je graag nog 3 jaar schepen was geweest.

“Door de nieuwe pensioenregeling moet ik nog 3 jaar werken. Ik zal wel ergens terecht komen, al is solliciteren op je 62ste niet de meest eenvoudige zaak. Misschien kan ik bedrijven uit de nood helpen als interim-leidinggevende als iemand daar een tijdje wegvalt, voor zwangerschapsverlof bijvoorbeeld? Ik weet het nog niet. Mijn eigen situatie vind ik trouwens ondergeschikt aan de situatie van mijn partij. De socialisten hebben slecht gescoord. Ik hoop uit de grond van mijn hart dat het nieuwe college het goed zal doen, dat ze mooie dingen kunnen realiseren. Ik hoop dat de kwaliteit van de discussies verbetert, in de gemeenteraad. Dat het weer over de essentie mag gaan. En ik zal het met plezier volgen, als gewone Gentenaar.”

Wie gaat zich nu kwaad maken op die van het Vlaams Belang?

“Ja, die reputatie had ik wel (lacht)… Maar ik kan daar gewoon niet tegen. Ik krijg kippenvel van mensen met zo’n visie op de maatschappij en de mensen. En dan maak ik mij kwaad, ja. Raadsleden die mij kennen, zagen dat altijd al van ver komen, en deden dan vooraf teken dat ik ‘zen’ moest blijven. Wat bijna nooit lukte.”

Ook in het college was u diegene die wel eens op tafel klopte als het niet vooruit ging?

“Tja, iemand moet die rol spelen. En op een gegeven moment is alles wel gezegd. Dan moet je gewoon beslissen, en niet blijven leuteren.”

Gaat u het missen?

“Absoluut. Maar ik blijf betrokken. Op een andere manier dan. Nu ga ik mij samen met de andere bewoners keihard inzetten voor de belangen van De Muide, mijn wijk. We willen dat het doorgaand verkeer verlegd wordt van de New Orleansstraat naar de Port Arthurlaan. En als er daarvoor betoogd moet worden voor het stadhuis, dan kom ik mee, ’t zal wel zijn! Maar ik zal met evenveel plezier komen slenteren op het volgende Lichtfestival, nog zo’n initiatief dat ik mee heb opgestart, met Lieven Decaluwe toen, en waarop ik trots ben.

Martine De Regge bouwde mee aan de stad
WN Martine De Regge bouwde mee aan de stad



Reacties

Alle reacties worden voor publicatie gelezen -en goed- of afgekeurd- door het moderatie-team van HLN. Elke reactie moet voldoen aan deze gedragsregels.
Je naam en voornaam verschijnen bij je reactie.