Welkom in het Limburg van An Swartenbroekx: “Ik ben niet iemand die blijft hangen, maar ik koester wel de plekjes uit mijn jeugd”

“Hé, is dat niet Bieke?”, vraagt een leerling bij de poort van het lyceum — haar vroegere school — zich af.  An Swartenbroekx (49) is het intussen wel gewend om herkend te worden als haar F.C. De Kampioenen-personage. Bijna 30 jaar is de actrice weg uit Genk, maar de herinneringen aan haar avontuurlijke, jongensachtige jeugdjaren blijven. “Ik ben niet iemand die blijft hangen in het verleden, maar ik koester wel de favoriete plekjes uit mijn jeugd”. 

Het ouderlijk huis

 Met haar vader René
Mine Dalemans Met haar vader René

An gaat wekelijks op bezoek bij haar vader René (83). “Soms ook maar één keer in de maand”, bekent ze. “We zijn zielsverwanten. We delen dezelfde passies: literatuur, theater, film en reizen. We hebben dezelfde sarcastische humor”. Haar grootste angst is dat haar vader er op een dag niet meer zal zijn. “Hij moet blijven leven, ik kan niet zonder hem.” Haar visites maken hem blij. “Ze komt telkens als een wervelwind binnengestormd. Haar opgewektheid geeft me energie.”

Het lyceum

Aan het lyceum.
Mine Dalemans Aan het lyceum.

Zes jaar lyceum, zes jaar uniform. “Ik lag er niet wakker van. Integendeel, omdat ik me ‘s ochtends nooit moest afvragen welke kleren ik zou aandoen, kon ik langer in mijn bed blijven liggen.  En daarbij, ik voegde wel een accent toe aan het uniform”, vertelt ze. “Ik was geen rebelse tiener, maar ik liet ook niet over me heen lopen. Als ik iets onrechtvaardig vond, stond ik aan de deur van de directeur. Activiteiten organiseren, was mijn ding. Op school kon ik mijn creativiteit kwijt. Ik heb goeie leraren gehad, die de kunst vonden me warm te maken voor vakken waarin ik weinig interesse had”.

Thor

Het oude Thor-stadion, nu de thuishaven van Racing Genk.
Mine Dalemans Het oude Thor-stadion, nu de thuishaven van Racing Genk.

Als Bieke is ze fan van de pottenstampers van FC De Kampioenen, als geboren Genkse volgt ze de sportieve resultaten van Racing Genk. Maar Thor Waterschei (in 1988 ging de club met KFC Winterslag op in KRC Genk) zit in haar DNA. “Ik ben een Thoriaan, ik was een hevige supporter”, laat ze bij het stadion van Racing (het oude Thor-stadion) horen. “Mijn kamer hing  vol met posters van spelers van Thor, zoals Lei Clijsters en Pierke Janssen. Ik heb geen enkele thuismatch gemist. Ik herinner me nog levendig de memorabele match tegen Paris Saint- Germain (PSG). Het was David tegen Goliath. Maar het kleine Thor versloeg de vedetteploeg van PSG. Onvergetelijk!”

De terril

Op ‘haar berg’ in Waterschei.
Mine Dalemans Op ‘haar berg’ in Waterschei.

An keert terug naar de terril van Waterschei. “Het was verboden de top te beklimmen, maar ik deed het toch”, biecht ze op. Tijdens haar tienerjaren was ze niet van ‘haar berg’ weg te slaan. “Tijdens de examenperiodes was dat mijn favoriete plekje om te studeren. Stil en ideaal om te blokken! Vanop de top had ik een mooi panorama over Genk. Het geeft me een heerlijk gevoel om hier terug te staan, ik geniet opnieuw van het vergezicht”.

Het kerkhof

Bij het graf van haar moeder.
Mine Dalemans Bij het graf van haar moeder.

Ze hurkt neer bij het graf van haar moeder (Hilde Geurden) die 10 jaar geleden stierf. Op haar graf staan plastic bloemen. “Dat zou ze vreselijk gevonden hebben, mijn moeder hield van levende bloemen”, zegt An. De behoefte aan gezelligheid en het samenzijn met de familie heeft ze van haar mama. “De bijeenkomsten met de familie zijn me heilig”, bekent ze. Ze vindt haar moeder een moedige vrouw. “Mijn moeder was hartpatiënt. Ze verbleef langdurig in ziekenhuizen en onderging zes open hartoperaties. Ondanks de tegenslagen, bleef ze doorgaan. Ik ben ook een doorzetter.” An is naar eigen zeggen geen ‘kerkhofloper’. “Ik sta hooguit een paar keer per jaar aan haar graf. Maar mijn moeder zit voor altijd in m’n hart.”

Café ‘t Hikske

Achter de tapkraan.
Mine Dalemans Achter de tapkraan.

Toen An een ‘go’ kreeg om de rol van Bieke te spelen in F.C. De Kampioenen, wilde ze ter voorbereiding het echte leven van een barmeisje leren kennen. Hiervoor liep ze een tijdje mee in ‘t Hikske. “Hier leerde ik pinten tappen met een juiste schuimkraag”, zegt ze. Bij haar bezoek aan het café was de zaak gesloten, maar als toeval liep ze Bart Raets, mede-uitbater van het café, tegen het lijf. Voor An deed hij de deur met plezier open. “Ik zie me hier terug achter de tapkraan staan”, zegt ze. “Ik voel weer de aparte sfeer van toen: een klein, knus café waar muziek een belangrijke rol speelde.”

Op de paraclub

Terug bij de paraclub op het vliegveld van Zwartberg.
Mine Dalemans Terug bij de paraclub op het vliegveld van Zwartberg.

An gaat geen enkele uitdaging uit de weg. Diepzeeduiken, door nauwe spleten in grotten kruipen of hoge toppen beklimmen: An deed het allemaal. Haar drang naar avontuur en gevaar begon toen ze bij de paraclub op het vliegveld van Zwartberg uit een vliegtuig sprong. “Ik was 18 jaar, en mijn ouders wisten niet dat ik me voor de cursus had ingeschreven”, herinnert ze zich. “Ik voelde me een stoere griet tussen al de mannen die met een parachute wilden springen. Het gaf me een kick. Ik ben nog steeds een sportief iemand, maar aan valschermspringen doe ik niet meer”, besluit An.




Reacties

Alle reacties worden voor publicatie gelezen -en goed- of afgekeurd- door het moderatie-team van HLN. Elke reactie moet voldoen aan deze gedragsregels.
Je naam en voornaam verschijnen bij je reactie.


Video