Bevallen doe je best in Sint-Dimpna

AL TWEE JAAR GEEN DOODGEBOREN BABY MEER IN ALGEMEEN ZIEKENHUIS

Dokter Johan Vervliet, diensthoofd gynaecologie in het AZ, poseert naast de kersverse mama Hildegarde Wijnants en baby Fran.
Foto Maria De La Cruz Dokter Johan Vervliet, diensthoofd gynaecologie in het AZ, poseert naast de kersverse mama Hildegarde Wijnants en baby Fran.
In het ziekenhuis van Geel zijn de voorbije twee jaar geen baby's meer gestorven. Met die cijfers scoort het AZ Sint-Dimpna het best in heel Vlaanderen. Noem het toeval of geluk? "Zeker niet", zegt gynaecoloog Johan Vervliet. "Wij vormen op materniteit één team. Daardoor gaan kostbare seconden niet verloren."

In Vlaanderen zijn vorig jaar 65.000 kinderen geboren, van wie er 395 gestorven zijn. 115 baby's overleden in de eerste week na hun geboorte door bijvoorbeeld een zuurstoftekort of een aangeboren afwijking, 270 kinderen stierven al in de buik van de moeder, na 22 weken zwangerschap. Die cijfers brengen het Vlaamse gemiddelde op 5,9 doodgeboortes per 1.000 kinderen. In Geel zitten ze opvallend laag onder dat cijfer. In het AZ Sint-Dimpna zijn er de voorbije vijf jaar slechts drie sterftegevallen geweest, dat maakt het aantal doodgeboortes nog minder dan 1 op 1.000.

Altijd zelfde aanpak

De jongste twee jaar was er in de Geelse materniteit zelfs geen énkel doodgeboren kind. "Dat je zoiets één jaar meemaakt, kan toeval zijn. Twee jaar ook nog. Maar dat we over de jongste vijf jaar zo opvallend weinig doodgeboortes meemaken, is toch wel een duidelijk gevolg van onze werking en is niet zomaar 'een gelukje'", zegt Johan Vervliet, diensthoofd gynaecologie.


Sinds tien jaar werken de zes gynaecologen, 32 vroedvrouwen en vijf kinderartsen op de Geelse materniteit volgens één protocol. "We hanteren allemaal dezelfde afspraken en daardoor vormen we een echt en hecht team, dat heel georganiseerd is. Bij de ziekenhuizen in grote steden is dat anders. Daar heeft elke gynaecoloog àndere afspraken, wat voor de vroedvrouwen allesbehalve gemakkelijk is", legt dokter Vervliet uit.

Wachtsysteem

"We werken bijvoorbeeld ook met een vast wachtsysteem dat elke avond ingaat. Daardoor is de gynaecoloog met wacht binnen de 5 à 10 minuten in het ziekenhuis. Dat is anders dan vroeger toen ik hier in 1990 begon te werken. Toen behandelde elke gynaecoloog zijn eigen patiënt. We hebben gemerkt dat door met één en hetzelfde protocol te werken, er minder kostbare seconden verloren gaan. In de andere Kempense ziekenhuizen werken ze ondertussen ook op die manier. We kunnen het iedereen aanraden."


Behalve dat goede teamwork, spelen nog andere medische factoren mee. Patiënten 'opvoeden' hoort daar ook bij. "Wij geven aan elke zwangere vrouw mee dat ze dìrect naar het ziekenhuis moet komen van zodra ze haar kindje niet meer voelt bewegen. Er zijn vrouwen in Vlaanderen die pas na een week naar het ziekenhuis gaan", legt dokter Vervliet uit. De gynaecologen verwijzen zwangere vrouwen die voor 32 weken - voor 7 maanden dus - dreigen te bevallen, in de mate van het mogelijk door naar universitaire ziekenhuizen. Daar beschikken ze over een speciale afdeling intensieve zorgen voor baby's die beademd moeten worden. "Het gebeurt ook dat er moeders bij ons na 28 weken bevallen en het kind bij ons in de couveuse aan de machine beademd wordt. Als het nodig is, sturen we ze nadien nog naar de afdeling neonatologie in een universitair ziekenhuis", legt Vervliet uit.

Top vijf

Het inschatten van een keizersnede is eveneens van levensbelang en dat kunnen ze in het AZ Sint-Dimpna goed. Dokter Vervliet: "Ook bij de cijfers van keizersneden scoren we heel goed. Het aantal in Vlaanderen lag vorig jaar op 21% keizersnedes, bij ons was dat 16%. Daarmee behoren we in de top vijf van Vlaanderen."