“Aan mijn baard trekken? Een tik tegen de schenen”

Raymond Paessens hangt na 35 jaar zijn mijter aan de haak

Spoiler alert: de Sint heeft niet graag dat de jongste kinderen dit artikel lezen. Want hulpsint Raymond stopt ermee. Na 35 jaar hangt Raymond Paessens (74) zijn soutane en mijter aan de haak. Wijk Linderakkers in Kaggevinne en de Diestse scholen en verenigingen moeten op zoek naar een nieuwe hulpsint die de kneepjes van het vak kent.
Raymond Paessens was 35 jaar lang de helpende hand van Sinterklaas.
Bollen Raymond Paessens was 35 jaar lang de helpende hand van Sinterklaas.

Het bekende rood-witte kostuum ligt al klaar, nog enkele dagen en Raymond trekt voor de laatste keer van huis tot huis in zijn wijk. Dan is het aan iemand anders om het Sintkostuum – gemaakt door wijkbewoonster Maria Brams – te passen. Die eerste 6 december in 1984 deed Raymond zijn ronde langs zes huizen, goed voor zeven kinderen. Vorig jaar waren dat 42 kinderen en 18 huizen. En dan nog de scholen, de scouts, de zwemclub, de turnkring … Het zijn drukke dagen voor Raymond.

In de wijk brengt hij cadeautjes rond, een traktatie van het wijkcomité. Raymonds vrouw Emmy heeft een neus ontwikkeld voor speelgoedsolden en -koopjes, en hamstert het hele jaar door autootjes, poppen, gezelschapsspelen, Lego en Playmobil. In het dikke boek van Sinterklaas noteert Emmy alle details van elk bezoek. Wat de kinderen kregen, hoe oud ze zijn, hoe ze heten, en ja, ook of ze braaf waren geweest. Zo weten we dat onze eigenste Het Laatste Nieuws-journaliste Inge Bosschaerts op haar zesde een ganzenbord kreeg van de Sint, op haar zevende rolschaatsen en op haar achtste een barbiepop. En dat ze wel eens ruzie maakte met haar jongere broer Wim.

De vrouw van Taymond houdt alle details bij van elk bezoek.
Bollen De vrouw van Taymond houdt alle details bij van elk bezoek.

Als Sinterklaas moet je een fenomenaal geheugen hebben. Wat zijn de andere eigenschappen van een goede Sint?

Raymond haalt er een papiertje bij. Zijn leidraad, zegt maar. Hij leest voor: “Zacht en lief, en begripvol. Nooit kwaad worden en respect hebben voor je kledij. Nooit alcohol gebruiken. Ik heb ze al gezien, de dronken Sinten. Erg vind ik dat. Als je van huis tot huis gaat en je gaat in op elke vraag om iets te drinken, dan ben je dronken aan je zevende huis. Dan kraam je onzin uit en je stinkt naar de drank. Dan kan gewoon niet.”

Ben je zelf nooit uit je rol gevallen?

“Nee, als ik mijn kostuum aan heb, bén ik Sinterklaas. Dat is niet altijd gemakkelijk, zeker als je ergens bent waar veel kinderen zijn. Het politiekorps van Diest vroeg me eens in de binnenspeeltuin in Testelt. Voor hun kinderen had ik cadeautjes mee maar er waren natuurlijk nog veel andere kinderen die ook op bezoek wilden bij de Sint. Maar voor hen had ik niets. Daarom heb ik altijd een voorraad snoepzakjes bij als ik op ronde ben in de wijk. Als er dan een kindje me op straat ziet, kan ik toch iets geven.”

Raymond Paessens.
Bollen Raymond Paessens.

Je komt thuis bij de mensen als grote kindervriend. Ook bij zieke kinderen, bange kinderen, blije kinderen. Wat kom je zoal tegen?

“Goh, je hebt veel warme nesten. Maar soms ook een koelkast, jammer genoeg.”

Raymond zwijgt even, zoekt voorzichtig naar woorden. “Als een kind je toevertrouwt dat het ongelukkig is, dat hij ’s nachts huilt in bed, dan krijg ik het moeilijk. Het is al gebeurd dat ik de ouders streng toespreek over dingen die niet kunnen. Als Sinterklaas kan ik dat. Veel wil ik daar niet over zeggen.”

“Ik kom ook bij zieke kinderen. Een leerling van de school met kanker? Die bracht ik een huisbezoek, samen met de directrice. Dat zijn warme momenten.”

Wat doe je met bange kinderen?

“Nooit forceren. Een kindje dat niet durft te komen voor een hand of een foto, hoeft helemaal niet komen. Ze mogen gerust aan moeders rok blijven hangen.”

Aan je baard trekken? Je mijter afnemen? Al gebeurd?

“Gelukkig niet. Als ik een school bezoek en ik moet over de speelplaats van het secundair, dan heb je altijd wel leerlingen die toeren willen uithalen. Mijn baard aftrekken of zo. Dan hou ik mijn staf voor me en geef ik een tik tegen de schenen van wie te dichtbij komt. Dat werkt.”

Hoe pak je de moeilijke vragen aan? Als een kind bijvoorbeeld zegt: ik heb u daarnet gezien en u droeg een andere baard’?

“Ik heb mijn standaardantwoorden klaar. De winkels verkopen ook graag speelgoed. En daarom bootsen ze een Sinterklaas na. Ik zeg niet zelf dat ik de enige echte ben. Ik zeg wel: ik kom hier bij jullie, wie denken jullie dat de echte Sint is?’ Ze durven niet tegen te stribbelen, hoor.”

En de vraag: ‘Maar Sint, wij hebben geen schouw. Hoe geraak je binnen?’

“Met een loper die de politie me geeft. Die moet ik na mijn bezoekjes teruggeven, natuurlijk. Ik durf toch die daken niet meer op, die zijn veel te hoog geworden.”

Wanneer hebben kinderen door dat er achter die baard geen echte heilige schuilt?

“In de school van Campus Voorzienigheid bezoek ik de kleuterklassen en alle klassen van de lagere school. In het derde leerjaar heb je nog kinderen die in de Sint geloven maar ook kinderen die er niet meer in geloven. Daar speel ik nog de echte Sint. Maar in het vijfde en zeker in het zesde leerjaar, weten de kinderen wel beter. Hen pak ik anders aan. Ik waarschuw hen voor de jaren die volgen. Ik vraag hen: wie kent de mannelijke bij? Een dar. Ik schrijf D, A en R in grote letters op het bord. De D staat voor drugs, A voor alcohol en de R voor roken. Ik trek er dikke rode strepen door en waarschuw hen toch maar even voor de gevaren.”

“In het zesde leerjaar mogen kinderen me interviewen. Hoe oud is de Sint? De Sint heeft geen leeftijd, zeg ik dan. Hoe weten we wie je echt bent, vragen ze ook wel eens. Ik vertelde hen eens dat ik me de volgende vrijdag zou kenbaar maken. Als ze in groep aan de schoolpoort zouden staan. Dus ik die vrijdag naar de school met de fiets. Ik zie die zesdejaars staan en ik fiets er snel voorbij, terwijl ik roep ‘dag lieve kinderen’. Je moest ze zien kijken. Voor ze goed en wel doorhadden wat er gebeurde, was ik alweer weg. Dat was lachen.”

Ben je in elk huis welkom?

“In onze wijk wonen Turken, koptische christenen, Egyptenaren. De eerste keer bij Turken, was het even raar. De mama vroeg me aan de deur om mijn schoenen uit te doen. Maar de Sint doet zijn schoenen niet uit, zei ik haar. Want je kan de Sint – een bisschop – niet vragen zijn schoenen uit te doen, toch? Een ongemakkelijk moment. Het heeft nadien enkele jaren geduurd maar nu is de Sint er hartelijk welkom. Met zijn schoenen aan.”

En wat vindt de Sint van de Pietendiscussie?

Raymond zucht eens diep. “Alsof die kinderen iets racistisch zoeken achter de kleur van Zwarte Piet. Komaan zeg. Of het nu een zwart gezicht is of slechts enkele roetvegen, mij maakt dat niet veel uit.”




Reacties

Alle reacties worden voor publicatie gelezen -en goed- of afgekeurd- door het moderatie-team van HLN. Elke reactie moet voldoen aan deze gedragsregels.
Je naam en voornaam verschijnen bij je reactie.