"Stoppen doe ik pas als ik doodval"

KAPPER THEO VERCAMMEN HANTEERT AL 66 JAAR KAM EN SCHAAR

Herenkapper Theo, met bolhoed en in gilet, komt graag goed voor de dag tijdens het werk.
Foto Klaas De Scheirder Herenkapper Theo, met bolhoed en in gilet, komt graag goed voor de dag tijdens het werk.
Genieten van een welverdiend pensioen? Niet voor herenkapper Theo uit Deurne. Volgende maand viert hij zijn 80ste verjaardag, maar aan stoppen denkt hij niet. "Al 66 jaar sta ik in het vak. Ik blijf kapper tot ik mijn laatste adem uitblaas."

Gekrulde snorrenpunten, een vleug(je) zoete parfum en een Stetson hoed: herenkapper Theo Vercammen komt graag goed voor de dag. "Uit respect voor mijn klanten", lacht hij. "Een jeansbroek? Niet aan mij besteed. Liever draag ik een gilet of een vest. Onlangs liet ik rode knoppen aan mijn jasje naaien. Nu past het beter bij een van mijn brilmonturen."


Met 66 dienstjaren op de teller is de kans groot dat Theo de langst knippende herenkapper van het land is. In 1952 begon hij met een leercontract in een kapperszaak in Merksem. Vijf jaar later knipte hij bij het leger de kopjes van honderden officieren en soldaten. En in 1969 begon Theo zijn eigen zaak in de Paulus Beyestraat vlakbij het Rivierenhof.


Sindsdien heeft de tijd er precies stilgestaan. De hydraulische pompstoel, de antieke kapperstafel, het etui met scheermesjes, de verstuiver voor eau de cologne en de lederen scheerriem: het kapsalon ademt de sfeer van lang vervlogen tijden. "Ik gebruik ook nog oude technieken", zegt Theo fier. "Dat appreciëren mijn klanten. Er is eentje die er telkens voor van Londerzeel naar Deurne komt."

Moppenboekje

Tijd heeft op Theo geen vat, zo lijkt het wel. Op z'n 79ste - volgende maand wordt hij 80 - dartelt hij door zijn kapsalon. Hij rakelt anekdotes over klanten op en toont oude foto's en krantenknipsels. Bij het tevoorschijn halen van een rood zakboekje verschijnt op Theo's gelaat een guitige glimlach. "Mijn moppenboekje", knipoogt hij. "Meer dan tweehonderd mopjes heb ik er al in neergeschreven. Af en toe trakteer ik mijn klanten op een grapje. In mijn kapsalon moet gelachen kunnen worden. Misschien is dat de reden dat ik het al zo lang volhoud?"


Aan stoppen denkt Theo nog lang niet. "Mijn klantenbestand is doorheen de jaren uitgedund", zegt hij. "Dat is normaal, gezien hun hoge leeftijd. Daarom heb ik onlangs besloten om de zaak enkel op dinsdag en woensdag te openen. Maar stoppen? Ik mag er niet aan denken. Ik blijf kapper tot ik mijn laatste adem uitblaas. Voorlopig mag ik niet klagen over mijn gezondheid. Mijn handen trillen niet en mijn geheugen laat me niet in de steek. Ik heb zelfs nog geen enkele spatader overgehouden aan dat jarenlange rechtstaan."


Een definitief pensioen zien Theo's klanten ook niet zitten. "Ik hoop dat ik eerder dan Theo het loodje leg, anders moet ik op zoek naar een nieuwe kapper", grapt Willy Van Uffel (78). "Naast een goede kameraad is Theo een uitstekende vakman. Ik kan geen slecht woord over hem uitbrengen."