Na inventaris steenuilen, nu nieuwe nestkasten om vogels meer kansen te geven

Vrijwilligers zorgen met prioriteit voor nestkasten aan de Schommeldreef om de steenuilen daar meer broedplaatsen te geven.
Geert De Rycke Vrijwilligers zorgen met prioriteit voor nestkasten aan de Schommeldreef om de steenuilen daar meer broedplaatsen te geven.
De meeste steenuilen zijn te vinden aan de Ouden Briel en in Opstal. Het minste zijn er in Vlassenbroek. Dat blijkt uit een uitgebreide inventarisatie van de Steenuilenwerkgroep Midden-Schelde in Baasrode, Buggenhout, Grembergen en Lebbeke. Natuurliefhebbers sloegen de handen in elkaar om de vogels meer kansen te geven. De eerste nestkasten daarvoor zijn een feit.

Gewapend met zaklampen en geluidsapparatuur trokken twaalf gedreven vrijwilligers de voorbije maanden ‘s avonds en ‘s nachts op pad in Baasrode, Buggenhout, Grembergen en Lebbeke om de huidige populatie steenuilen in deze regio te inventariseren en in kaart te brengen. Op basis van die resultaten moeten initiatieven worden uitgezet om de vogels meer kansen te geven. “De steenuil is door Vogelbescherming Vlaanderen uitgeroepen tot vogel van het jaar”, zegt voorzitter Geert Aerts. “De roofvogel heeft het tegenwoordig niet gemakkelijk om aan voedsel te geraken en een geschikte schuil- of nestplaatsen te vinden. De knotwilgen waar hij graag in leeft en broedt worden immers steeds minder in aantal.”

Gewapend met zaklampen en geluidsapparatuur trokken de vrijwilligers wekenlang ‘s avonds op pad.
Geert De Rycke Gewapend met zaklampen en geluidsapparatuur trokken de vrijwilligers wekenlang ‘s avonds op pad.

Sigma-werken

Dat blijkt vooral het geval in de polders in Vlassenbroek in Baasrode, zo geeft de recente inventarisatie aan. In dit gebied werden de minste steenuilen geteld, nog niet eens één per vierkante kilometer. “Dat is de allerlaagste score in ons onderzoeksgebied”, zegt Dimitri Beeckman. “Vermoedelijk zijn de Sigma-werken, in het kader van de aanleg van een gecontroleerd overstromingsgebied, de oorzaak. Voor de aanleg van dijken en dergelijke moesten heel wat oude knotwilgen geveld worden en dat brengt de vernietiging van de biotoop van de steenuilen met zich mee. Steenuilen zijn hier dus vertrokken. Maar wat we wel vaststellen, is dat de aangrenzende gebieden wel heel goed scoren. De populatie heeft zich dus verplaatst naar grenszones aan de Vlassenbroekpolder.”

Al bij al blijkt het over het algemeen in deze regio niet al te slecht te gaan met de steenuilen. “In totaal werd er op maar liefst 315 punten in Baasrode, Buggenhout, Lebbeke en Grembergen gemeten en werden 115 steenuilen geregistreerd”, zegt Aerts. “Dat is gemiddeld 1,51 steenuilen per vierkante kilometer. Dat is niet slecht, maar het kan zeker beter. De aantallen verschillen sterk per gemeente. De meeste uilen werden gehoord aan de Ouden Briel, met een gemiddelde van 3,43 uilen per vierkante kilometer. In Opstal zijn het er 2,36 per vierkante kilometer.”

De vrijwilligers van de Steenuilenwerkgroep breiden hun acties in de toekomst nog uit.
Geert De Rycke De vrijwilligers van de Steenuilenwerkgroep breiden hun acties in de toekomst nog uit.

Nestkasten

De eerste acties om de steenuilen in dit gebied meer kansen te geven, neemt de werkgroep in Buggenhout. “De Schommeldreef waar een aantal oud knotwilgen illegaal geveld werden, krijgt prioriteit om voor extra broedplaatsen te zorgen”, zegt Aerts. “We hebben er een aantal nestkasten geplaatst. In dit gebied nabij de Hoge Jan broedde immers al sinds lange tijd een steenuilenkoppel. We zien dat paartje natuurlijk graag blijven.”

De werkgroep zal elke drie jaar haar inventarisatie herhalen. Zo kan het perfect volgen of de maatregelen succes hebben op de populatie steenuilen. “In tussentijd wordt het broedsucces opgevolgd door de controle van nestkasten en het ringen van jonge vogels”, zegt Beeckman. “In 2020 willen we bovendien nieuwe gebieden in kaart brengen. We denken aan Appels, Dendermonde, Sint-Gillis, Oudegem, Schoonaarde en eventueel Berlare. Uiteraard zullen we daarvoor samenwerken met de andere plaatselijke Natuurpunt-afdelingen.”




1 reactie

Alle reacties worden voor publicatie gelezen -en goed- of afgekeurd- door het moderatie-team van HLN. Elke reactie moet voldoen aan deze gedragsregels.
Je naam en voornaam verschijnen bij je reactie.


  • Tim De Cock

    In de polder rond Vlassenbroek zaten er tot 2 jaar geleden heel veel steenuilen, maar zoals hierboven reeds vermeld is hun hele biotoop vernietigd. Evenals dat van zovele andere dieren en planten. Er werden duizenden bomen gerooid. Om modder en muggen in de plaats te krijgen. Nu nog het biotoop van de bevers vernietigen en het is een dorre woestijn. Waar zijn de groenen en natuurverenigingen nu? Of zijn ze tevreden met een methaanuistotende en co2 uitstotende dorre vlakte.