De oudste zussen van het land

MARIE-ROSE, ELEONORE EN MONIQUE ZIJN SAMEN BIJNA 300 JAAR

Eleonore (102), Marie-Rose (103) en Monique (92) komen om de twee weken bij elkaar op bezoek.
Foto Proot Eleonore (102), Marie-Rose (103) en Monique (92) komen om de twee weken bij elkaar op bezoek.
De oudste zussen van het land wonen in Brugge. Marie-Rose (103), Eleonore (102) en Monique (92) Reuse zijn nog altijd met zijn drieën. Ze hebben nog één grote wens. "Volgend jaar in september zijn we samen 300 jaar en dat willen we vieren."

Vader Emile Reuse en moeder Leontine Bonvalet hadden vast goede genen, want hun drie dochters zijn nog altijd in leven. Ze hebben alle drie een beetje last van hun ogen, maar babbelen kunnen ze als de beste. Om de twee weken komen ze bij elkaar op bezoek. Eleonore en Monique verblijven in residentie Ten Eeckhoutte in het stadscentrum. Marie-Rose, de oudste, woont in woonzorgcentrum Regina Coeli, nabij het Jan Breydelstadion.

Kakkernestje

"Vader en moeder hadden goede genen, want ze zijn zelf 91 en 86 jaar geworden", vertelt Marie-Rose. "Papa was voetballer. Eerst bij Club en later nog drie seizoenen bij Cercle Brugge. Hij was zelfs international. We woonden in een vrij ruim huis in de Rijselstraat in Sint-Michiels, net achter het station. Ik heb altijd heel vaak opgetrokken met mijn zus Eleonore, die een jaartje jonger is. We trokken samen naar school en zorgden later voor onze kleine zus, 'het kakkernestje' Monique."


De levensvreugde spat ervan af bij Marie-Rose. Hoewel ze de oudste is en al twee pacemakers heeft versleten, staat ze als een echte optimist in het leven. "Ik denk dat dat een voorwaarde is om lang te leven."


Maar ook haar twee zussen zijn van het sterke ras. Ze waren maar met drie thuis, hebben alle drie kinderen gekregen en hebben hun man overleefd. "Ik was 32 toen ik mijn man verloor. Daar stond ik dan met zes kinderen. Ik heb toen gezworen dat ik goed voor hen zou zorgen en dat ze niks tekort zouden komen", vertelt Eleonore, die al eens een karretje nodig heeft om zich door de residentie voort te bewegen. "Maar voor de rest voel ik me nog heel goed", knipoogt ze.

Turnoefeningen

De jongste, Monique, woont ondertussen ook al tien jaar in Ten Eeckhoutte. Ze doet nog mee met de turnoefeningen, maar komt sinds haar dijbeenbreuk vier jaar geleden nog amper buiten. "We verzorgen ons alle drie nog goed. We gaan naar de pedicure en de manicure, we gaan om de drie weken naar de kapper en dragen graag mooie kleren."


Hun geheim om zo oud te worden? "We kregen als kind altijd een lepeltje levertraan op onze nuchtere maag. Daar mocht je een stuk chocolade na eten, dat bleef nog in de keel hangen. We aten ook elke week biefstuk met friet en een goeie 'klak' mosterd. En 's avonds karnemelk met bruine suiker. Die werd afgewogen, want volgens onze pa namen we altijd te veel (gieren het uit)."

Laatste nicht gestorven

Ze hebben elk hun eigen persoonlijkheid, maar het is duidelijk dat de drie zussen erg goed overeen komen. Vroeger gingen ze om de twee weken samen op restaurant. Nu spreken ze af in Ten Eeckhoutte om samen te eten. En tussendoor bellen ze naar elkaar. "We babbelen over vroeger. Maar ook over mensen die gestorven zijn. Kijk, ze hebben vandaag (gisteren, red.) onze laatste nicht van 88 begraven. We hebben ze allemaal overleefd..." Samen hebben de zussen nog één droom. Volgend jaar, in september, zullen ze 104, 103 en 93 jaar zijn. Samengeteld is dat precies 300. "En dan willen we één groot familiefeest geven. Ik hoor dat zoiets nog nooit is gebeurd. Het zou mooi zijn, mochten we dat samen nog meemaken."