26 extra windmolens op Genk-Zuid

‘Zuidwind’ produceert stroom gelijk aan verbruik van 50.000 gezinnen

Energiespecialist Encon brengt stad, ontwikkelaars en bedrijven samen voor de bouw van 26 windmolens op Genk-Zuid.
Karolien Coenen Energiespecialist Encon brengt stad, ontwikkelaars en bedrijven samen voor de bouw van 26 windmolens op Genk-Zuid.
Op Genk-Zuid, met een kleine 400 bedrijven een van de grootste industriegebieden in Limburg, staan op dit moment al 19 windmolens die volop groene stroom produceren. Tegen 2022 komen daar 26 turbines bij verspreid over Genk, Bilzen, Diepenbeek en Zutendaal. “Zuidwind wordt een van de grootste windparken van Limburg en Vlaanderen”, zegt Robin Bruninx, directeur van energiebureau Encon. 

Zuidwind is een mooi voorbeeld van een samenwerking tussen overheden, ontwikkelaars en bedrijven. “We hebben de vragende partijen samengebracht”, licht Robin Bruninx toe. “Door samen te werken kunnen we de wensen van de partijen op elkaar afstemmen. Zo streven we naar een optimale inplanting van de turbines. De windmolens zijn de allernieuwste exemplaren voorzien van technieken die de impact op de omgeving  maximaal beperken.”

De 26 windmolens kosten 90 miljoen euro. Ze zullen tussen 150 en 240 meter hoog zijn en komen in een straal van 300 à 400 meter te staan. “Samen zijn ze goed voor 175 miljoen kilowattuur stroom”, legt Kevin Schrijvers van Encon uit. “Wat gelijkstaat met het stroomverbruik van 50.000 gezinnen, ongeveer het aantal gezinnen in de vier gemeenten die betrokken zijn bij Zuidwind.” 

Peter Vos, expert duurzame energie bij de stad Genk, ziet ook grote milieuvoordelen. “Met het windpark daalt de C02-uitstoot met 100.000 kiloton”, berekent hij. “Vergelijk het met het zuiverend effect van een bos van 32 vierkante kilometer.” Filip Vansteenkiste van chemiebedrijf DSM, een van de bedrijven die participeren in het windpark, haalt als extra voordeel aan dat er geen open ruimte opgeofferd wordt.

Geen overlast

De windmolens staan op de terreinen van de bedrijven die partner zijn in Zuidwind. De dichtstbijzijnde woningen liggen op 250 à 300 meter afstand. Robin Bruninx benadrukt dat de impact op de omgeving minimaal is. “Ik woon boven m’n zaak en op 20 meter afstand van een windmolen. Ik heb er geen last van. De auto’s op de Taunusweg veroorzaken veel meer overlast.” 

Zuidwind is ook een lokaal verhaal. “Een meerwaarde is niet alleen dat de stroom lokaal geproduceerd wordt”, zegt Bruninx. “De stroom wordt ook lokaal gebruikt. Burgers kunnen participeren in de twee windmolens die de stad alleen of met andere investeerders voor zijn rekening neemt”, beaamt Peter Vos. 




Reacties

Alle reacties worden voor publicatie gelezen -en goed- of afgekeurd- door het moderatie-team van HLN. Elke reactie moet voldoen aan deze gedragsregels.
Je naam en voornaam verschijnen bij je reactie.