Steeds meer vis in de Schelde

INBO telt al 60 verschillende soorten

Langs de oevers worden fuiken geplaatst om de vissen te tellen.
rv/Frank Wagemans Langs de oevers worden fuiken geplaatst om de vissen te tellen.
Er zit steeds meer vis in de Schelde en ook het aantal soorten neemt toe. Dat blijkt uit tellingen van Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek. Een definitief rapport voor 2018 is er nog niet, maar volgens de onderzoekers is er alleszins een stijging ten opzicht van 2017. Vooral garnaal is aan een flinke opmars bezig.

Het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO) bemonstert elk jaar het visbestand op verschillende locaties langs de Schelde. In de reeks ‘havenhelden’ van de Vlaamse overheid heeft onderzoeker Jan Breine (61) al een eerste stand van zaken opgemaakt voor 2018 en dan specifiek voor de zogenaamde brakwaterzone, dat is het gebied tussen de grens met Nederland en het havengebied waar de meeste vissoorten voorkomen omdat daar zowel zeevissen als zoetwatervissen zitten.

“We bemonsteren die brakwaterzone met een ankerkuil en met fuiken”, zegt onderzoeker Jan Breine (61). “De ankerkuil gebruiken we voor de vaarzone centraal in de Schelde. We leggen het schip voor anker, tegen het tij in. Daarna laten we de netten te water en de stroming duwt de vis erin. Hier vangen we veel trekvissen die zich komen voortplanten en daarna naar de zoete wateren of de zee opschuiven. Dit jaar vingen we bijvoorbeeld enórm veel spiering en ansjovis. Nog in de centralere vaarzone zit er al eens een grietje, puitaal, haring of sprot in het net. In totaal vind je daar ongeveer 28 soorten.”

Onderzoeker Jan Breine ziet een stijging van de vispopulatie in de Schelde.
rv/Havenhelden Onderzoeker Jan Breine ziet een stijging van de vispopulatie in de Schelde.

De oevers van de Schelde worden bevist met fuiken. “Daar vangen we voornamelijk soorten die hun volledige levenscyclus in de monding blijven”, legt Breine uit. “Ik denk aan de grondel, het dikkopje, de grauwe poon en de rode poon. Andere vissen, zoals de tong, bot of de zeebaars, komen opgroeien in Antwerpen en trekken daarna naar zee. Tot slot vangen we langs de oevers brasem, blankvoorn, rietvoorn, pos, maar ook de snoekbaars, de voornaamste jager in dit gebied. Volgens onze meest recente gegevens zitten er langs de oevers ongeveer 32 soorten.”

Daarbij zitten ook zeldzame soorten zoals de fint of meivis, die nog maar sinds 2014 wordt waargenomen. “Net als de ansjovis komt de fint paaien in de zoetwaterzone om zich daarna richting zee te verspreiden”, weet Breine. “In de schorren en kreken naast de Schelde vinden jonge visjes veel kleine waterdiertjes, planten en nauwelijks roofvissen en daar is het dus ideaal om op te groeien. Wanneer ze groot genoeg zijn, gaan ze via de Schelde naar de zee of de inlandse natuurplassen.” Naast vissen zitten de Scheldewateren ook boordevol garnalen. “De laatste jaren komt de grijze garnaal voor tot in Branst en de steurgarnaal zit een beetje overal. Zeehonden komen we ook regelmatig tegen, voor hen beveiligen we onze netten, zodat ze er niet in kunnen. Ook bruinvissen zien we regelmatiger opduiken. Dat zijn allemaal tekenen dat het goed gaat met de waterkwaliteit.”




Reacties

Alle reacties worden voor publicatie gelezen -en goed- of afgekeurd- door het moderatie-team van HLN. Elke reactie moet voldoen aan deze gedragsregels.
Je naam en voornaam verschijnen bij je reactie.