Beschuldigde leest brief voor: "Zelfs van onze trouwdag heb ik niet kunnen genieten"

Een archiefbeeld van Rens Van Herk uit juni.
Foto JVN Een archiefbeeld van Rens Van Herk uit juni.
Beschuldigde Rens Van Herk las bij aanvang van zijn proces zelf een brief voor. Daarin drukte hij zijn liefde voor Marta uit en omschreef hij hoe het zover is kunnen komen.

"Deze dag had er nooit mogen zijn. Ik was gelukkig en ik had nog nooit iemand kwaad gedaan", las Van Herk voor uit zijn brief. "Ik had niet het recht om iemand het leven te ontnemen. Ik zou mijn eigen leven geven om dat van mijn vrouw terug te krijgen. Het voelde als een leuke tijd toen we elkaar ontmoetten. We hadden samen mooie plannen. In het begin ging alles goed, maar al snel kwamen er problemen. Ze zag dingen die niet gebeurd zijn. Ze haalde dingen in haar hoofd die er niet waren. Ik dacht altijd dat het de dag nadien wel beter zou gaan, maar dat bleek niet het geval. Zelfs van onze trouwdag heb ik niet kunnen genieten. Want ook op die dag waren er een hoop spanningen. Terug uit het ziekenhuis (na zijn eerste wanhoopspoging, red.) werd de situatie alleen maar slechter. Familie en vrienden zagen steeds meer dat er iets niet klopte in onze relatie. Maar als ze er naar vroegen, vertelde ik nooit de waarheid. Ik had gehoopt dat Kerstmis een nieuwe start zou betekenen. Maar wat ik ook probeerde, niks was goed genoeg."


Over het moment dat hij haar wurgde, zegt beschuldigde Van Herk: "Ik ging op haar liggen en moest huilen. Toen ik zag dat Marta niet meer ademde, ging ik nog meer huilen. Ik besefte dat ze niet meer in leven was. Dan wilde ik ook niet meer leven. Ik heb een afscheidsbrief geschreven. De avond was een plotselinge uitbarsting na een maandenlange opkropping van emoties. De rechtbank zal een straf uitspreken, maar de grootste straf is dat ik moet voortleven zonder Marta." (JVN)