PKK-drugszaak draait (opnieuw) uit op sisser

De zaak rond een vermeende Turks-Koerdische drugsbende die banden onderhield met terreurorganisatie PKK, is opnieuw een lege doos gebleken. Na de correctionele rechtbank heeft nu ook het Antwerpse hof van beroep de verdachten vrijgesproken. Het Openbaar Ministerie krijgt lik op stuk. "Het louter opsommen van bezwarende elementen, dat levert geen bewijs."

De leden van de vermoedelijke Turks-Koerdische drugsbende werden ongeveer twee jaar geleden opgepakt. De verdachten zouden gewiekste wietkwekers zijn die hun opbrengsten doorsluisden naar de Koerdische vrijheidsbeweging PKK.

'Baby's'

Tijdens het onderzoek, dat in april 2015 was gestart, werden telefoons afgeluisterd en observaties uitgevoerd. Er doken tal van verdachte gesprekken op. De verdachten hadden het bijvoorbeeld over 'baby's', waarmee volgens de politie cannabisplantjes werden bedoeld. Een doorbraak kwam er op 16 december 2015, toen in de Antwerpse Van Breestraat in een voormalige fotostudio een plantage met 253 oogstrijpe planten werd gevonden.


Vorig jaar eiste het Openbaar Ministerie voor de correctionele rechtbank celstraffen tot 6 jaar. De zaak draaide uit op een sisser van formaat. Over de vermeende banden met de PKK werden nooit harde bewijzen gevonden. Slechts twee mannen werden veroordeeld tot 2 jaar en 30 maanden cel, waarvan de helft met uitstel, voor hun betrokkenheid bij de plantage in de Van Breestraat.


Liefst 17 anderen, die ervan verdacht werden een criminele organisatie te vormen, werden vrijgesproken wegens gebrek aan bewijs.


Het Openbaar Ministerie tekende beroep aan tegen 11 vrijspraken, maar haalt nu opnieuw bakzeil. In het arrest haalt het hof fel uit naar de manier waarop de bewijslast werd opgebouwd. "Het louter opsommen van verdachte of bezwarende elementen levert geen bewijs dat de beklaagden een criminele organisatie vormden. Men moet effectief kunnen aantonen dat er een misdrijf werd gepleegd."


Advocaten spreken schande: "Onze cliënten zaten maanden in voorhechtenis, ze zijn door een hel gegaan. Het Openbaar Ministerie en de onderzoeksrechter hebben een mal figuur geslagen." (BJS)