Palais de Glace tegen de vlakte

VROEGERE OLYMPISCHE IJSPISTE VERDWIJNT VOOR NIEUWE FLATS

De afbraak van parking Leopold, waar Palais de Glace lag, is al begonnen.
Klaas De Scheirder De afbraak van parking Leopold, waar Palais de Glace lag, is al begonnen.
De garage Leopold in de Henri Van Heurckstraat wordt momenteel afgebroken voor de bouw van nieuwe flats. Daarmee gaat ook een van de laatste relikwieën uit ons olympisch verleden tegen de vlakte. In 1920 heette de garage nog Palais de Glace, een ijspiste waar onder meer de eerste olympische ijshockeywedstrijden plaatsvonden.

Parking Leopold heeft een rijk verleden. Het gebouw deed ooit nog dienst als Renault Garage en als stelplaats voor taxi's van de Antwerpse Taxi Maatschappij. Maar de olympische historie van het gebouw lijkt helemaal tussen de barsten in de betonvloer verdwenen.


Het Palais de Glace was oorspronkelijk een rolschaatspiste, de 'Skating du Cercle', in wat toen nog de Gezondstraat heette. Die piste opende in 1910, naar een ontwerp van ingenieur Walter Van Kuyck, zoon van de Antwerpse schepen van schone kunsten Frans Van Kuyck.

Zo zag het Palais de Glace eruit in zijn glorieperiode.
Dieter Lizen Zo zag het Palais de Glace eruit in zijn glorieperiode.

Bourgeoisie

Vooral de dames uit de welgestelde bourgeoisie kwamen er 's namiddags graag elegant toertjes draaien en taart eten aan de gezellige tafeltjes rond de piste. Ondanks dat succes ging de NV achter de piste op de fles en in 1913 werd de N.V Palais de Glace gesticht met het doel de baan om te vormen tot een ijspiste. Nog datzelfde jaar zou de piste van 18 bij 56 meter openen. Een primeur voor Antwerpen. Die ijspiste zou in 1920 een grote rol spelen tijdens de Olympische Spelen.


Al in 1912 hadden onder meer enkele bonzen van voetbalclub Beerschot A.C. een kandidatuur voor de Antwerpse Olympische Spelen ingediend. Het Internationaal Olympisch Comité van de Franse baron Pierre de Coubertin verkoos na WO I uiteindelijk het dappere, kleine België dat meevocht met de geallieerden. Aan de Spelen van 1920 deden maar 64 vrouwen mee, op een totaal van 2.668 atleten (andere bronnen spreken van 4353 atleten).


Ze mochten enkel aantreden bij het tennissen, zwemmen en ijsschaatsen, een discipline die, net als het ijshockey doorging in het Palais de Glace, van 23 tot 29 april 1920. In Antwerpen stond ijshockey trouwens voor het eerst op het olympisch programma, mogelijk slechts als demonstratiesport. Daarnaast stond ook het kunst- of ijsschaatsen als wintersport op het programma van de Spelen. Het betekende de doorbraak van de wintersport, want vanaf 1924 werden in Chamonix de eerste Winterspelen apart van de Zomerspelen georganiseerd.


Met het Palais de Glace verdwijnt een van de laatste fysieke sporen van het olympisch verleden van Antwerpen. Het voormalige olympisch stadion op het Kiel en het honderd meter lange olympisch zwembad met springtoren, aangelegd ter hoogte van de Wezenberg in de Brialmontvesting, de brede gracht van versterkingen om de stad, bestaan enkel nog maar in de geschiedenisboekjes. Enkel de straatnamen rond het huidige Beerschotstadion herinneren er nog aan zoals de Schijfwerpers- en Atletenstraat en ook de naam van het huidige Wezenbergzwembad verwijst nog naar het olympisch verleden. Een andere relikwie is de olympische vlag met vijf ringen, symbool voor de vijf werelddelen, die voor het eerst in Antwerpen gehesen werd en tot op vandaag geldt als de olympische wimpel.