Moeder sterft na mishandeling zoon: "Ik heb haar nooit geslagen"

De 81-jarige Julia Van Deyck lag op een ochtend dood in bed. Haar zoon Frank K. zou haar geslagen hebben. "Een geval van oudermishandeling", stelt de procureur die vijf jaar cel vordert. "Ik heb mijn moeke nooit één klap gegeven", verdedigt hij zich.


Op 8 maart 2017 werd Julia Van Deyck dood in haar bed in de sociale woning op het Antwerpse Kiel aangetroffen. De buren en de hulpverleners van het CAW vreesden dat de opvliegendheid van haar zoon Frank K. haar fataal was geworden. De enige zoon woonde in om zijn zieke moeder te verzorgen. De openbare aanklager citeerde een buurtbewoner die Frank hoorde roepen: "Als ge niet blijft zitten, dan klop ik u in de zetel", of ook "Nu krijg je een klein tikske, maar de volgende keer is het nen harde klap. Een medewerkster van het CAW pakte de schrik van haar leven toen Frank K. met een honkbalknuppel keihard op tafel sloeg na een brief van de fiscus.


Volgens de openbare aanklager is het verslag van de wetsdokter voldoende duidelijk. Julia Van Deyck stierf door een nierfalen. De nieren waren verstopt geraakt omdat haar spieren en weefsels waren afgebroken door de vele slagen van haar zoon Frank K.


Volgens advocaat Ben Crosiers is Frank K. inderdaad "een man met een kort lontje." Maar Frank is ook iemand met een beperkte intelligentie, op het infantiele af. "Als het brood op was, wist hij niet hoe dit op te lossen en ging raad vragen bij het CAW. Deze man leefde met zijn moeder in compleet isolement. Zij hadden niemand anders dan elkaar."


De laatste weken voor haar dood takelde Julia af. Zij moest vaak naar het toilet. Frank K. tilde haar dan op door haar stevig bij de armen te pakken. "Dat verklaart die vele blauwe plekken", stelde advocaat Crosiers. De blauwe plekken aan de zijkant van haar gezicht waren een gevolg van een val uit bed.


Frank K. kreeg het laatste woord: "Ik zweer op het graf van mijn moeder dat ik haar nooit heb geslagen." Hij hoopt te worden vrijgesproken.


De rechter doet uitspraak op 7 november. (PLA)