Brug die 100.000 levens redde

VANAF VANDAAG WANDELEN 104.000 MENSEN OVER VREDESBRUG

De mensenmassa op de kaaien duwt en trekt om via de pontonbrug veiliger oorden te bereiken.
Foto Great War different De mensenmassa op de kaaien duwt en trekt om via de pontonbrug veiliger oorden te bereiken.
De pontonbrug waar straks 104.000 mensen over wandelen is niet enkel een knap staaltje van techniek van onze Burchtse en Nederlandse geniesoldaten. Het herinnert ons ook aan de beangstigende vlucht van duizenden militairen en 100.000 inwoners voor de Duitse bezetter, vlak voor de overgave van Antwerpen.

De pontonbrug die vandaag aan het Steen over de Schelde wordt gelegd, lag in 1914 zo'n 80 meter verder richting het Noorden, als onderdeel van een groot militair plan. De brug maakte, net als 5 andere bruggen over de Schelde en Rupel, deel uit van de oorlogsstrategie van ons land. In het neutrale België gold Antwerpen dankzij haar fortengordel als réduit, de veilige, onneembare stad voor mocht er een buitenlandse inval komen.


Op 19 augustus 1914 verhuisde de koning, de regering en de legertop van Brussel naar Antwerpen tijdens de Duitse aanval. Zo werd de stad twee maanden lang de hoofdstad van België.


In 1914 ligt er enkel in Temse een vaste brug over de Schelde. In Antwerpen vertrekken van op de Suikerrui ook veerboten. Dat volstond echter niet. Daarom worden er vier bruggen gebouwd over de Schelde: tussen het Steen en Sint-Anna, tussen Hoboken en Burcht, tussen Hemiksem en Bazel en in Rupelmonde. Er komen twee bruggen over de Rupel: aan het Tolhuis en aan het Hellegat.

Fortengordel

De brug aan het Steen werd in een week in elkaar gezet en dreef op 25 opgevorderde binnenschepen. De schepen werden verankerd zodat ze niet uit elkaar dreven door het tij of de stroming. De bouw van de brug start op 2 augustus 1914, twee dagen voor de Duitse inval in ons land. Antwerpen blijkt echter al snel niet onneembaar. De Duitsers schieten met hun zware artillerie de fortengordel aan flarden. In de nacht van 7 op 8 oktober breekt dan de hel los. Meer dan 4.000 obussen en 140 zeppelinbommen vallen op de stad. De chaos is compleet.


Koning Albert was al in de namiddag van 7 oktober naar Sint-Niklaas gevlucht. Het veldleger trok zich terug over de pontonbruggen aan het Steen en Hoboken Burcht, richting Oostende. Na het vernietigende bombardement diezelfde nacht wil ook de bevolking zo snel mogelijk weg, om te vluchten richting Nederland. Schrijver Jozef Muls beschreef in zijn dagboek hoe duizenden met paarden, karren, kinderen en bejaarden halsoverkop vluchtten voor 'het doffe geblaf van de zware Duitsche kanonnen'. Een half miljoen Vlamingen slaat op de vlucht voor het oorlogsgeweld. Een flink deel van hen, komt terecht in Nederland. Onder hen ook 33.000 militairen.

Overgave

De brug aan het Steen, redde minstens 100.000 levens, maar wordt in de ochtend van 9 oktober opgeblazen door het Belgisch leger om ze niet in Duitse handen te laten. De Duitsers treffen een quasi lege stad aan. Van de 300.000 inwoners bleven er slechts zo'n 10.000 achter, verscholen in de schuilkelders. De Duitse bevelhebber Von Beseler is woedend wanneer hij verneemt dat er geen enkele Belgische legerleider meer in de stad te vinden is. Noodgedwongen wordt de overgave dan maar met burgemeester De Vos geregeld in Kontich. Op 9 oktober 1914 om 17.40 uur is het verdrag van Kontich ondertekend: Antwerpen geeft zich over.