Baggeraar DEME wil plasticvanger op Schelde

Tachtig procent van afval in zee komt uit rivieren

Baggerbedrijf DEME heeft een projectvoorstel ingediend bij de Vlaamse overheid om op de Schelde een ‘plasticvanger’ te installeren. Als alles goed gaat, zal het proefproject al in april in gebruik genomen worden onder de brug van Temse.
De installatie van DEME zou geplaatst worden aan de Scheldebrug in Temse
Joris Vergauwen De installatie van DEME zou geplaatst worden aan de Scheldebrug in Temse

De Vlaamse Waterweg, de overheidsinstantie die de bevaarbare waterlopen beheert, riep in juni vorig jaar bedrijven op om voorstellen te doen om plastic afval uit de rivieren te vissen. In het Scheldebekken zouden op 8 locaties plasticvangers moeten komen, installaties die stukken en kleine deeltjes plastic uit het water halen. Als die vangers succesvol werken zal de Vlaamse Waterweg de investering terugbetalen. Baggeraar DEME ging op de projectoproep in en stelde voor om onder de brug van Temse een plasticvanger te installeren. Het systeem is uitgerust met vangnetten en een vaartuig. Een systeem van objectherkenning zorgt ervoor dat plastic vaartuigen van kajakkers, maar ook vissen niet mee worden opgevist.

Boyan Slat

“Het project van de Nederlandse ingenieur Boyan Slat vestigde de aandacht op het probleem van ‘plastic soep’ in onze zeeën en oceanen”, zegt Vicky Cosemans, woordvoerder bij DEME. “Maar wij willen het probleem dichter bij de bron aanpakken: aan de stromen en rivieren langs waar het afval de zee bereikt”. Uit onderzoek blijkt dat liefst 80 procent van het plastic afval in de oceaan via riviermondingen daar belandt. Als het project een succes wordt, betaalt de Vlaamse Waterweg de investering van 2,5 miljoen euro terug. “Dat succes is helemaal nog niet zeker,” meent Tom Maris, onderzoeker aan de Universiteit Antwerpen. Hij voert samen met doctoraatsstudent Bert Teunkens een twee jaar durende studie uit naar de plasticstroom van de Schelde richting de oceanen. “Als ik het plan van DEME zo hoor, willen ze zich vooral focussen op het drijvende afval en gaan ze dat met netten vangen. Alle beetjes helpen natuurlijk, maar zo missen ze 85 procent van het afval dat in de Schelde rondwaart. Het overgrote deel van plasticdeeltjes in de Schelde drijft immers niet aan het oppervlak, maar zweeft op grotere diepte door het water. . Je hebt een deel plastic zakken, flesjes en dergelijke die drijven op het water, maar dat is slechts het topje van de ijsberg. Als je echt iets aan het plastic probleem wil doen moet je ook het plastic uit dieper gelegen water kunnen filteren”.

Efficiëntie

Ook projecten in Rotterdam, Parijs en de gigantische oceaanvanger van de Nederlandse uitvinder Boyan Slat worstelen met hetzelfde probleem: ze vangen enkel wat drijft. “Om te weten te komen op welke diepte zich de meeste plasticdeeltjes voortbewegen bouwen we nu een eigen speciaal net waarmee staalnames op verschillende diepten mogelijk worden”, zegt Tom. “In het voorjaar moet die staalvanger klaar zijn. Op die manier zullen we hopelijk ook kunnen bijdragen aan de ontwikkeling van efficiënte plasticvangsystemen.”

Natuur en Bos

De onderzoekers werken voor hun staalafnames ook samen met Natuur en Bos. “We zetten bij laagwater op de Schelde ook visfuiken uit. Natuur en Bos telt, meet en weegt de vis in die fuiken zitten en wij doen hetzelfde met plastic. Ook met een visserijboot met grote armen wordt zowel vis als plastic opgehaald”, zegt Tom. Toch één lichtpuntje alvast: “We vangen veel plastic op de Schelde, maar voorlopig zit er, gelukkig, nog altijd veel meer vis in de netten dan plastic”.




Reacties

Alle reacties worden voor publicatie gelezen -en goed- of afgekeurd- door het moderatie-team van HLN. Elke reactie moet voldoen aan deze gedragsregels.
Je naam en voornaam verschijnen bij je reactie.