AXL

COLUMN | Rat vs Hond

Klaas De Scheirder

'Hoe gaat het met je broer? Het is weer even geleden dat ik hem nog eens gezien heb', kreun ik terwijl ik een enorme witte wolk uit mijn e-sigaret tover.


'Goed!', antwoordt Jef. 'Ik zie hem straks. We gaan in de Kinepolis naar de première van 'Take us home' van Luc Wyns kijken. Naar het schijnt, is het een fantastische documentaire. Ze verwachten vijfduizend fans en mijn broer en ik willen dat voor geen goud missen.'


Ik hou van echte mannen. Op zuiver platonisch niveau, uiteraard. Echte mannen zijn eervol, eerlijk, respectvol, trouw aan vrouw en kind (No matter what, Erik Goossens!), diplomatisch als ze geconfronteerd worden met logica en uiterst efficiënte weerwolven als ze fysiek bedreigd worden. Kerels die in extreme crisissituaties hun vrouw tegen de grond smakken en met gestrekte armen op hun eega gaan liggen, hopend dat de kogel die driehonderd meter verder wordt afgevuurd door een maniak vanuit een stukgeslagen hotelraam eerder zijn schedel zal doorboren dan de kleine teen van zijn geliefde.


Jef is zo'n man.


'Ah bon, een documentaire over Rood-Wit. Ik ben eens benieuwd', mompel ik.


'Weet je wat? Ik heb nog een kaart over. Waarom ga je straks niet mee naar de Kinepolis?' vraagt hij enthousiast.


'Tja, waarom niet, hè', antwoord ik. 'Ik heb vanavond toch niets te doen.'


Hij geeft me een schouderklopje. 'Zo mag ik het horen!'


Ik neem nog eens een teug van mijn elektronische sigaret.


'Alhoewel ... is het wel een goed idee, Jef? Volgens mij ga ik daar de enige Rat zijn tussen duizenden Honden. Da's nu niet echt het beeld dat ik heb van een gezellig avondje uit. Er moet maar één paljas tussen zitten die te veel gezopen heeft en ...'


'En wat?' onderbreekt Jef me. 'Ze gaan je er niet de keel oversnijden, hè! Wat is het ergste dat je kan overkomen. Een blauw oog? Als dat zou gebeuren, krijgt de dader van mij twee blauwe ogen terug!'


'Hmm, zou jij dat als Hond doen voor een Rat als ik?' vraag ik.


'Absoluut!' klinkt het naast me.


Ik denk even na. 'Toch maar niet, makker. Volgende keer misschien', fluister ik.