Amper 1,55 m groot, maar kracht voor 10

VOORMALIG WORSTELKAMPIOEN MAURICE MEWIS (87) OVERLEDEN

In actie tijdens een kamp. Maurice (l.) probeert zijn tegenstander over zich te werpen.
Fam. Mewis In actie tijdens een kamp. Maurice (l.) probeert zijn tegenstander over zich te werpen.
Vorige week is Maurice Mewis op 87-jarige leeftijd gestorven. 'Maurice wie?' denkt u misschien, maar de man was in de worstelwereld niets minder dan een legende. Hij was amper 1 meter 55 groot, maar kon vinnig uit de hoek komen en stond bekend om zijn hoofdgreep en salto waarmee hij zelfs olympisch kampioenen op de grond kreeg. De laatste twee jaren verbleef Maurice in het rusthuis na een hartoperatie. Hij overleed op 23 februari.

Mewis behaalde verschillende successen met zijn kenmerkende Grieks-Romeinse stijl. Als mechanieker van beroep verdiende Mewis zijn geld, om dan als liefhebber te kunnen worstelen. "Toen waren wij liefhebbers van de sport, wij worstelden omdat we dat graag deden. Voor het geld moest je het niet doen", zegt Jef Mewis, broer van Maurice en ook gewezen worstelkampioen.


De familie Mewis baatte in de jaren 1930 een café uit op de Grote Markt in Antwerpen, 'De Ware Vrienden'. Op jonge leeftijd deden Maurice en zijn broer Jef niets liever dan vechten met hun vader, wat hem de bijnaam 'Peirdeworst' opleverde. "Het was al heel snel duidelijk dat Maurice een geboren worstelaar was", zegt Jef Mewis.


Maurice begon als 16-jarige tiener in 1945 te worstelen. Amper vijf jaar later startte zijn internationale carrière op de World Cup in Stockholm met een zesde plaats. In 1951 verbaasde hij vriend en vijand door in zijn eerste kamp de grote favoriet en olympisch kampioen Lennart Viitala te verslaan op het wereldkampioenschap in Helsinki.


In totaal nam Maurice vier keer deel aan de Olympische Spelen met wisselend succes. Een medaille heeft hij nooit mee naar huis genomen, maar na een zevende plaats in 1952 en 1956 en een tiende plaats in 1960, was het orgelpunt een vierde plaats op de Olympische Spelen van 1964 in Tokio.

1965: Maurice worstelt met zijn zoon Julien (l.).
Fam. Mewis 1965: Maurice worstelt met zijn zoon Julien (l.).

Klein hartje

"Zijn grootste successen behaalde hij op het wereldkampioenschap van 1953 in Napels en het Europees kampioenschap in Duitsland in 1966 waar hij telkens een bronzen medaille won", vertelt Jef. In die tijd was reizen niet zo vanzelfsprekend. Maurice, de stoere worstelaar, kroop telkens met een klein hartje in het vliegtuig. "Wij waren daar niet happig op, gelukkig waren we goeie slapers, kopkes tegen elkaar en wij sliepen heel de vlucht", vertelt Jef. De reis naar Melbourne in Australië duurde een goeie week. "Tja, die vliegtuigjes toen, zijn niet de straaljagers van vandaag hè."


Op zijn 38ste gooide Maurice de handdoek in de ring. "Hij wilde geen oude worstelaar worden", vertelt Jef. Daarna is hij nog enkele jaren bondscoach geweest van het Belgische worstelteam. Uiteindelijk keerde Maurice nog één keer terug naar de ring. "Hij ergerde zich aan de nieuwe generatie worstelaars. Doetjes, vond hij die. Hij zei altijd dat worstelen in zijn tijd nog echt vechten was. En om zijn punt te bewijzen deed hij op zijn zestigste nog mee aan het Belgisch kampioenschap. Dat hij dat nog wint ook, had niemand natuurlijk zien aankomen", lacht Jef. Daarna was het definitief gedaan met worstelen.


Maurice verbleef de laatste twee jaar van zijn leven in het rusthuis De Oever. Nadat een hartoperatie slecht uitdraaide, had hij last van dementie. Uiteindelijk overleed hij op 23 februari.

Maurice als zeventiger.
Fam. Mewis Maurice als zeventiger.
Als beginnend worstelaar in de jaren 50.
Fam. Mewis Als beginnend worstelaar in de jaren 50.