“Wanneer KMSKA heropent? Geen idee”

Verbouwing van Vlaanderens kroonjuweel is werk van wel héél lange adem

Of het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten opengaat in 2020, 2021 of nog later: niemand die zich aan een pronostiek durft te wagen.  Maar ondanks dat het museum al jaren dicht is, blijft een 70-koppig team fulltime in de weer. “We weten nu al voor elk schilderij precies waar het zal hangen.”
Prof. Dr. Manfred Sellink en Carmen Willems in één van de nieuwe zalen in het museum
Klaas De Scheirder Prof. Dr. Manfred Sellink en Carmen Willems in één van de nieuwe zalen in het museum

Gaat het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten ooit nog open? Een vraag die op menig Antwerpenaars lippen brandt. Het antwoord is alleszins: ja, maar wanneer blijft voorlopig onduidelijk. De directie is voorzichtig. “We willen niet communiceren over een datum, als we die achteraf weer moeten bijstellen. De oorspronkelijke idee dat het museum zou opengaan in 2019 is ook een kwestie geweest van spraakverwarring. Zo was begin 2019 wel een mogelijkheid maar dan zijn daar de gevelrenovatie en de aanleg van de tuin nog bijgekomen, ook kantoren, ICT, security, zaten niet in het originele plan. Ook die dossiers hebben tijd nodig”, zegt Carmen Willems, zakelijk directeur bij het KMSKA. Opvallend: Willems startte pas vorig jaar bij het museum. “Sommige mensen vragen inderdaad: waarom niet opengaan zonder de renovatie van de gevel? Maar dat gaat simpelweg niet.”

De monumentale inkomhal van het KSMKA blijft behouden
Klaas De Scheirder De monumentale inkomhal van het KSMKA blijft behouden

Hoofddirecteur Prof. Dr. Manfred Sellink stapte ook pas in 2014 in, ook hij heeft ‘zijn’ museum nog nooit open geweten. “Toch heb ik geen seconde getwijfeld. Zonder enige twijfel is dit het kroonjuweel van Vlaanderen met een uitzonderlijke collectie.”

Masterplan

“Het masterplan dateert ondertussen uit 2003, en onderweg moesten er natuurlijk wel wat aanpassingen gebeuren. Een museumbezoeker uit 2003 verwacht iets helemaal anders dan een bezoeker uit 2020. Een museum moet buiten tickets en een dotatie van de Vlaamse overheid, ook elders financiën zien te vinden. We kijken daarvoor bijvoorbeeld naar het Rijksmuseum waar er ook events georganiseerd worden. Altijd met respect voor de kunst natuurlijk, maar recepties of galadiners moeten mogelijk gemaakt worden. Daarvoor moet je zien dat bepaalde zalen ook de mogelijkheid hebben tot catering bijvoorbeeld”, zegt Sellink.

1.700 stukken uitgeleend

Het KMSKA moest ondertussen een manier vinden om relevant te blijven. “Dat is een uitdaging maar ook heel leerrijk. We moesten met onze werken buiten komen, want ik vind het heel belangrijk dat deze werken - publiek eigendom - ook voor het publiek toegankelijk blijven. We hebben zo’n 1.700 stukken uitgeleend over de jaren. En er zijn verschillende projecten uitgewerkt met andere musea en we hebben ook ons netwerk uitgebreid en versterkt. Daarnaast maakten we van de gelegenheid gebruik om heel wat werken te restaureren.” De oorspronkelijk geschatte 56 miljoen zal nu, met onder andere de indexering, de asbestverwijdering en alle andere deelprojecten, richting de 90 miljoen euro gaan.

Het museum hield wel zo’n 70 stafleden aan boord. “We waren oorspronkelijk met een 120 man, maar mensen zijn wel vertrokken die niet vervangen zijn. Voor de 70 mensen die aan boord zijn gebleven, blijft er genoeg werk over. Zo hebben we over de jaren heen 1.700 stukken uitgeleend aan andere musea. Daar komt heel veel bij kijken, van de verzekering over de beschrijving over het inpakken tot transport”, zegt Willems. “Ook zijn er mensen bezig met het uitwerken van verschillende rondleidingen. Je komt het museum binnen en je maakt eigenlijk direct de keuze: het oude museum met stukken voor 1880, het nieuwe museum na 1880 of de tijdelijke tentoonstelling. En daar zijn verschillende mogelijkheden uitgestippeld. Stel dat een toerist enkel de highlights wil zien en op 40 minuten rond wil zijn, moet dat kunnen. We gaan met onze nieuwe museumwerking heel breed.”

Een indrukwekkende trap leidt naar de vestiaire en de ticketbalie. Hier is ook een tweede ingang voorzien
Klaas De Scheirder Een indrukwekkende trap leidt naar de vestiaire en de ticketbalie. Hier is ook een tweede ingang voorzien

Alhoewel hier en daar de gyproc nog zichtbaar is, weten de curatoren al precies waar, welk stuk komt te hangen. “En daar is de volledige afwerking op afgesteld. Een zwaar schilderij? Dan zit er een extra versteviging in de muur. Het is belangrijk voor de museale werking dat dergelijke zaken vastliggen. Het is niet gewoon ophangen, wij willen een verhaal vertellen en dat moet kloppen. Dat is minutieus uitgetekend door onze mensen.”

Testpubliek

Ook als het hele gebouw klaar is, zal het toch nog een jaar duren vooraleer de deuren opengaan voor het grote publiek. “Als het gebouw klaar is kunnen we beginnen met de klimaatregeling, we hopen dat al vroeger op te starten maar dat is nog niet duidelijk. Dan moeten we alles inrichten: ruim 600 werken, bijhorende naamplaatjes en wegwijzers aanbrengen volgens de uitgedachte scenografie zodat het museum een verhaal vertelt voor iedereen en dan draaien we nog een tijd proef met een testpubliek. In totaal zal dat ongeveer een jaar duren. Dan pas gaat het nieuwe museum open, onder een nieuwe naam.”




Reacties

Alle reacties worden voor publicatie gelezen -en goed- of afgekeurd- door het moderatie-team van HLN. Elke reactie moet voldoen aan deze gedragsregels.
Je naam en voornaam verschijnen bij je reactie.