"Ongeval zie je haast nooit live"

ACHTER DE SCHERMEN VAN HET VLAAMS VERKEERSCENTRUM

Je zou hen de onzichtbare copiloten in je auto kunnen noemen. Gezegend met stalen zenuwen én ogen die alles zien: de 18 operatoren van het Vlaams Verkeerscentrum die je zo veilig en vlot mogelijk door de verkeersgekte van alledag leiden. We zaten op een vrijdagnamiddag mee aan de desk, in een van de torens van het Kievitplein. Het Verkeerscentrum neemt er drie verdiepingen in.

Gedimd licht, tientallen schermen én zelfs een rode telefoon: dit straalt onmiskenbaar de sfeer van een commandocentrum uit. In een centrale box zit een agent van de federale wegpolitie. Die weet graag uit eerste hand wanneer het fout loopt op de snelwegen. Verder heb je vier operatoren en een dispatcher, die bevoegd is om bijvoorbeeld de Liefkenshoektunnel tolvrij te maken. "De rode telefoon gebruiken we pas als al de rest de geest zou geven", zegt Peter Bruyninckx, woordvoerder van het Vlaams Verkeerscentrum. Vladimir Poetin of Barack Obama zullen die namiddag niet bellen. Ons oog valt ook op een groot scherm met de buienradar. "Simpel: regenachtige dagen veroorzaken vaak de langste files."


Onze gezel die middag is Jan Leirs (35). Hij draait een late shift aan de Antwerpse desk. Jan lijkt zo iemand die ook bij een aardbeving van 7 op de schaal van Richter rustig doorwerkt. Zenuwpezen hebben hier niets te zoeken. Voor Jan staan twee toetsenborden, een joystick (om camera's langs de weg te bedienen), 5 pc-schermen en hangen nog eens twee grote schermen met beelden van snelwegcamera's, verdeeld in vier tot zes vakjes. "Verandert er iets in mijn ooghoek, dan zie ik dat meteen."

Acht jaar

Jan werkt al acht jaar in het Verkeerscentrum. Hij heeft een diploma van graficus. "Nadat ik was begonnen, doorliep ik eerst een opleiding van enkele weken, naast een ervaren collega. Pas na acht maanden mocht ik een eerste nachtshift kloppen. Wat ik heb onderschat? Het hele wegennet in je hoofd opslaan. Dat was best pittig."


De Antwerpse ring is de drukste snelweg van het land - of van het universum, denk ik soms bij de zoveelste file - maar vandaag valt het mee. En dat vinden we voor een keer wat jammer. Enkel tussen Berchem en de Kennedytunnel en aan de werken op de E19 tussen Mechelen en Kontich is het aanschuiven. Plus: veel caravans. Net voor een wisselweekend eind juli zwermen Nederlanders massaal naar het zuiden uit.


Een ongeval maken we niet mee. "Ik zie dat ook haast nooit live", vertelt Jan. "Twee keer is het wél voor mijn ogen gebeurd, schat ik. Je weet meestal pas van een ongeval of een plotse file wanneer het systeem (door middel van detectielussen in het wegdek, red.) een verstoring van het verkeer meldt. En dan doe ik een visuele controle met een van onze vele camera's. Bij een ongeval roep ik naar de federale agent achter me. Dan start ik eventueel een omleiding op en tik ik info in voor onze website en op Twitter. Ook de teksten op de dynamische verkeersborden boven de snelweg komen van ons. Snel reageren is belangrijk: binnen de 30 seconden voer ik alle handelingen uit."


Een tovenaar zou het niet sneller kunnen.

Dodelijk

Sommige incidenten blijven in het geheugen gegrift. Jan: "Drie jaar geleden bleef de expresweg naar de kust een paar dagen dicht na een ongeval met een brandende vrachtwagen. Sneeuwshiften zijn zeer hectisch: dan heb je zowat elke minuut wel ergens een ongeval. Dan stoppen we met het zoeken van files (lacht)."


Ronduit angstaanjagend zijn spookrijders. "Je meldt dat wel meteen op de website en de dynamische borden, maar je wéét dat de ongevalskans hoog is. Een andere keer zie je dan weer auto's veel te snel over de weg scheuren. Gelukkig zijn er politiepatrouilles die er achteraan kunnen gaan."


Jan: "Dodelijke ongevallen bezorgen je een vies gevoel. Toen die bus met Russische jongeren verongelukte in Oelegem (in 2013, red.) en er vijf doden vielen, was ik van dienst. Toch moeten we als verkeersoperatoren onze focus meteen weer leggen op de verkeersafwikkeling. Dan is het eerste waaraan je denkt: hoe kunnen we voor de automobilisten in de buurt van het ongeval de hinder zo klein en zo kort mogelijk houden?"

Lussen

We hadden het al even over de detectielussen. Zo zijn er 4.300, ingefreesd in de rijweg, op elk knooppunt, op- en afrit en tussen op- en afritten. Ze tellen het aantal voertuigen, het type voertuig en meten de snelheid. Goed voor 45 miljoen 'nieuwsflitsen' aan de computers van het Verkeerscentrum. De lussen bepalen de maximumsnelheden die je op de dynamische rijstrooksignalisatie ziet: 50, 70, 90 of 110 kilometer per uur. Daar zit een operator voor niets tussen. "Wanneer het systeem al eens hapert, spreken vrienden en kennissen me daar soms op aan", zegt Jan. "Dat de snelheid fout was en ze maar met 30 kilometer per uur konden voortsukkelen in plaats van de 70 die de borden aangaven."


"Via Twitter laten heel wat weggebuikers ons gelukkig ook hun oprechte waardering weten", vult Peter Bruyninckx aan.


Jan: "Ik haal voldoening uit deze job. De shiften steken me niet tegen. Het liefst doe ik de nacht. Ik hou van de speciale sfeer die er dan hangt. Vaak is het drukker dan veel mensen denken, met veel wegenwerken. We zijn nu met twee operatoren 's nachts."


Acht uur focussen op het verkeer: daar word je toch doodmoe van? "Ik voel dat wel. Maar het lukt goed. Het belet me ook niet om thuis nog voor de pc te zitten. Neen, niet om de hele tijd de website van het Verkeerscentrum te bekijken. Tenzij ik ergens naartoe moet. Ik ga iets bekennen: ik ben gelukkig met mijn job. Ik zou echt niet weten wat ik liever zou doen."