"Laat straatmuzikanten proef afleggen"

VOORZITTER DISTRICTSRAAD PLEIT VOOR BETERE REGELS

Met de solden zijn de trompetviolisten uiteraard op de Meir te vinden.
Foto Patrick Lefelon Met de solden zijn de trompetviolisten uiteraard op de Meir te vinden.
Voorzitter van de Antwerpse districtsraad Marco Laenens (N-VA) pleit voor betere regels voor straatmuzikanten. "De bedoeling is dat muzikanten die op straat het beste van zichzelf geven, bijdragen tot de sfeer en niet dat ze terrasjesmensen, winkeliers en passanten enerveren", stelt Laenens.

Woensdagmiddag op een volle Meir. Een trompetviolist geeft zijn concertje ter hoogte van Primark. Hij zit gezapig onder de bomen te spelen. Niemand let op hem. Voor de foto zet hij een tandje bij en wijst dan dwingend naar zijn viooltas op de grond. "No money, no play", gromt hij. Boos zet hij zich terug naast zijn collega met de accordeon en gunt ons geen blik meer. De winkelende massa schuift voorbij zonder op de twee 'muzikanten' te letten. Wat een contrast met de breakdancers en de pianist die verder in de straat tientallen toeschouwers vermaken.


Marco Laenens (N-VA): "Het grootste deel van de muzikanten die in het openbaar spelen, dragen absoluut bij tot de ambiance in de stad. De man die honky-tonkpiano speelt op de Meir, de klassieke violist die regelmatig het beste van zichzelf geeft in de Wilde Zee. Daar word je spontaan goedgezind van. Toch is er een kleine minderheid zogenaamde trompetviolisten die qua volume en door het ontbreken van enige muziekkwaliteit het publiek danig op de zenuwen werken. Een beetje niveau mogen we toch wel vragen? De Franse zanger Yves Montand draait zich om in zijn graf als hij hoort hoe zijn Sous le ciel de Paris dagelijks veel te luid, eindeloos herhaald en zonder enige ziel op trompetviool klinkt in de Antwerpse straten."

Opdringerig

Winkeliers en cafébazen storen zich al langer aan de inspiratieloze straatmuzikanten. Die trekken zich weinig aan van het politiereglement. Daarin staat bijvoorbeeld dat zij minstens tien meter uit de buurt van een terras moeten blijven en niet opdringerig mogen zijn.

Lawaaierig

Marco Laenens: "Eigenlijk kan je het geen straatmuzikanten mogen, want het zijn bedelaars met een lawaaierig soort instrument. Mensen die even verpozen op een terras kunnen nauwelijks nog een gesprek voeren wanneer zo'n trompetviool weerklinkt en ook kantoorhouders in de binnenstad kunnen bij dit mooie weer geen raam openzetten zonder lawaaihinder."


Voorzitter Marco Laenens is daarom vragende partij om de kwaliteit van de straatmuzikanten toch enigszins te controleren. Dit kan volgens hem met een simpele proef. "Op dit ogenblik moet je je alleen melden aan het stadsbestuur maar moet je niet aantonen dat je over enig muzikaal talent beschikt."


Naar het voorbeeld van steden zoals Brussel of Hasselt moet het mogelijk zijn om een soort muzikale proef in te voeren. "Of waarom kunnen we niet iedere zomer een wedstrijd uitschrijven waarbij de beste straatmuzikant wordt verkozen? Misschien maken sommige muzikanten op die manier nog onverwacht carrière?" Marco Laenens is er alvast van overtuigd dat heel wat winkeliers en middenstanders in de binnenstad er hetzelfde over denken.