"Ik kán gewoon niet stoppen"

DE ZWARTE PANTER IS NA 50 JAAR LANGST OVERLEVENDE GALERIE

Adriaan Raemdonck in de kapel van De Zwarte Panter: "Antwerpen is en blijft een avant-gardestad."
Klaas De Scheirder Adriaan Raemdonck in de kapel van De Zwarte Panter: "Antwerpen is en blijft een avant-gardestad."
Vijftig jaar. Het lijkt een eeuwigheid in het vluchtige bestaan van kunstgaleries. Die houden het hier doorgaans drie tot vijf jaar vol. De Zwarte Panter in de Hoogstraat is nog springlevend. Met dank aan Adriaan Raemdonck (72) en zijn onvoorwaardelijke liefde voor de kunst, de stad en het leven.

We schrijven 5 december 1968, een koude winterdag in Antwerpen. Maar op de hoek van de Wisselstraat en de Oude Beurs broeit er iets. Adriaan Raemdonck, een 23-jarige academiestudent, opent de oerversie van De Zwarte Panter. Wannes Van de Velde zorgt voor de muziek. De naam ligt voor het rapen: in het gebouw had het bordeel 'La Panthère Noire' voordien voor betaald plezier ingestaan. "Ik mocht het pand goedkoop huren. Het zou toch worden afgebroken", vertelt Raemdonck. "Ik zat op de Academie en vroeg me af: wat ga je doen als je bent afgestudeerd? In een cirkel van een paar honderd meter bloeide de Antwerpse kunstscène. Café De Muze was het centrum van die wereld. Ik voelde dat er een plek nodig was waar onze jonge generatie zich kon tonen. Want er was enkel de fameuze internationale Wide White Space Gallery."

Adriaan Raemdonck in zijn jonge jaren.
rv Adriaan Raemdonck in zijn jonge jaren.

Het oor van Van Gogh

De Zwarte Panter pakt elke twee weken met een nieuwe expo uit. Net voor de sloop haalt Adriaan het tv-journaal. Het is 1970. "Ik kon van de Commissie voor Openbare Onderstand (voorloper OCMW, red.) de kapel van het Sint-Julianusgasthuis huren." Stap voor stap bouwt Raemdonck zijn biotoop uit. Fred Bervoets (76 nu) en later Jan Cox (1919-1980) worden sleutelfiguren voor een galerie waar schilderkunst, literatuur, beeldhouwkunst, muziek en film voor een kruisbestuiving zorgen. Raemdonck: "Ik heb véél ups en downs beleefd. Toen ik begon, zei men: 'De schilderkunst is dood'. En kijk nu: er is nog nooit zoveel geschilderd. De Godfather is Luc Tuymans. Antwerpen beleeft weer een hoogtepunt, ook in de muziek, in de mode, noem maar op. We betékenen iets op internationaal vlak." Raemdonck kiest in 1970 definitief voor De Zwarte Panter, bóven zijn eigen schilderscarrière. Dat de jonge Adriaan een kunstenaarsdroom heeft, dankt hij aan onze krant. "Ik groeide op in Pepingen. Meer dan dat Van Gogh zijn oor had afgesneden, wisten ze er niet over kunst. Via Het Laatste Nieuws, dat in de jaren 60 een artistiek imago had, kon je boeken kopen. Journalist Jan Walravens schreef er één over de hedendaagse schilderkunst, met op de stofwikkel het schilderij 'Mama, ik ga je opeten' van Jan Cox. Een relikwie voor mij. Ik besloot naar Sint-Lucas in Brussel te gaan, daarna naar Antwerpen. Die stad rook naar vrijheid."

Doek van Rubens losgekapt

In de lente van 1968 etst een ramp voorgoed de liefde voor Antwerpen in Adriaans hoofd. "Ik woonde bij de Veemarkt. Op 2 april breekt in de Sint-Pauluskerk brand uit. Ik ben met de hele buurt, hoeren en travestieten inbegrepen, kunstwerken en meubilair gaan redden. Die sfeer binnen was hallucinant. Mijn ervaring als decorbouwer kwam van pas. Schrik op ladders had ik niet. Met legerschoppen hebben we een groot doek van Rubens losgekapt. Niet veel later stortte het dak in. Dat mensen zo hun leven waagden om kunst te redden, was een sleutelmoment." Raemdonck is nu voorzitter van de federatie van Europese kunstgaleries. Hij dwong respect af. De Zwarte Panter was altijd meer een sociaal-artistiek dan een commercieel project. Het kompas stond op Vlaamse kunstenaars, maar ook internationale toppers kwamen gráág, zoals de Franse Iris Clert en de Cubaan Wifredo Lam. Deze week ontving Raemdonck het Ereteken van de Vlaamse Gemeenschap. "Ik ben een vrijbuiter gebleven. Positief ingesteld. Nooit heb ik tégen iets gereageerd. Er wordt veel verteld over de politiek in deze stad. Maar er is geen enkele politieke partij die Antwerpen ten gronde kan veranderen. We blijven een avant-gardestad. Pas als men de vrijheid van de mensen aantast, wordt het een ander verhaal. Dat voel ik hier echt niet. De kunstensector moet wel kritisch blijven. Kunst is onze rijkdom: in musea, kerken, bibliotheken. Als dat wordt beknot, moeten we ons laten horen."


Stoppen is voor Adriaan ook na 50 jaar geen optie. "Ik kan dit niet missen. Voor mijn publiek moet ik doorgaan. Als je naar alle gruwel in de wereld kijkt, is kunst het enige wat mensen altijd heeft verbonden. Hoe ik later wil worden herinnerd? Zet maar mijn naam bij een werk dat ik aan een museum heb geschonken. Zo leef je verder. Met mij moet ook De Zwarte Panter verdwijnen. Het is begonnen als pilootproject en moet ook zo eindigen."


Van 5 december 2018 tot 13 januari 2019 loopt in de Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience de expo 'Schilders en schrijvers: 50 jaar De Zwarte Panter in druk'.