Twee overvallen, vier doden: buit van 5 euro

PEERKE 'DE SCHRIK VAN DE KEMPEN' VERHAERT WERD TWINTIG JAAR GELEDEN ZELF VERMOORD

Peerke 'De Schrik van de Kempen' Verhaert was een schriel mannetje. 
kos Peerke 'De Schrik van de Kempen' Verhaert was een schriel mannetje. 
Precies twintig jaar geleden werd het lijk van de 66-jarige Petrus 'Peerke' Verhaert uit het Albertkanaal in Olen gevist. Peerke zadelde Wolfsdonk met een enorm trauma op. De Schrik van de Kempen, zoals Peerke genoemd werd, heeft minstens vier moorden op zijn geweten. Maar volgens zijn broer Jan zijn het er in werkelijkheid 64. Peerke werd uiteindelijk zelf vermoord door zijn schoonzus. Het lijk werd door zijn broer in het kanaal gedumpt.

Tussen de grijszwarte zerken op de begraafplaats van Wolfsdonk valt één graf meteen op: het rode graf van Petrus 'Peerke' Verhaert. Het is versierd met een enorme halve maan uit verweerd bladgoud waar vogeltjes rond fladderen. De bezoekers van de begraafplaats schudden steevast meewarig het hoofd als ze het opvallende graf voorbijlopen. "Het is het mooiste graf van het hele kerkhof. Uitgerekend het graf van een moordenaar", klinkt het verontwaardigd.

Peerke Verhaert zadelde Wolfsdonk op met een trauma. Het verhaal van De Schrik van de Kempen leest als een filmscenario. Peerke groeide op in het café van zijn moeder Martha. Een vrouw die luid verkondigde miljoenen verdiend te hebben door meer dan alleen maar pinten te tappen voor haar klanten, die ook voor fysieke activiteiten een beroep op haar konden doen. Als jonge snaak al kwam Peerke agressief uit de hoek. Tijdens een ruzie om een meisje, beet hij een stuk van vier centimeter uit het oor van zijn liefdesrivaal. Toen hij uiteindelijk met zijn grote liefde Roza trouwde, leek Peerke gekalmeerd. Het koppel kreeg twee kinderen en het gezinsgeluk leek compleet. Maar er moest natuurlijk wel brood op de plank komen.

Het graf van Peerke op de begraafplaats in Wolfsdonk.
Geert Mertens Het graf van Peerke op de begraafplaats in Wolfsdonk.

Beroepscrimineel

En dus trok Peerke er samen met zijn broer Jan op uit. De twee pleegden verschillende gewapende overvallen in Begijnendijk en Eindhout, maar werden geklist. Jan werd veroordeeld tot enkele maanden cel, Peerke verdween vier jaar achter de tralies. Toen hij in 1967 weer vrijkwam, was zijn huwelijk met Roza op de klippen gelopen. Niemand stond hem aan de gevangenispoort op te wachten. Alleen beroepscrimineel Jef Van Rulo, die Peerke in de gevangenis had leren kennen en die samen met hem vrijgelaten werd, stond voor hem klaar. De twee besloten samen hun pensioen veilig te stellen door opnieuw wat overvallen te plegen. En dus trok Peerke naar een wapenhandelaar in Diest, waar hij een long rifle kocht.

Jan Verhaert, de broer van Peerke, dumpte het lijk in het kanaal.
Ton Wiggenraad Jan Verhaert, de broer van Peerke, dumpte het lijk in het kanaal.

Overvallen

Voor hun eerste overval trok het duo al liftend naar Luik. Het was de Antwerpse handelsreiziger Cornelius Bosman die nietsvermoedend stopte om hen mee te nemen naar Luik. Peerke schoot hem onderweg neer. Bosman overleed later aan zijn verwondingen in het ziekenhuis. Met een dode op hun geweten trokken Peerke en Jef naar Brussel, waar ze een overval pleegden. Zonder buit.

Voor hun tweede overval zochten ze het dichter bij huis. Van Rulo had gehoord dat Jan Mijnendonckx, een boer uit Turnhout, behoorlijk wat geld in huis had. Peerke tufte op zijn brommer naar Turnhout en knalde Julia Loots, de vrouw van Mijnendonckx, en haar broer Henri neer toen ze zich met een riek probeerden te beschermen. Maar ook deze overval werd een maat voor niets. Peerke doorzocht het hele huis, maar vond er amper 200 frank (5 euro, red.). Toen Jan Mijnendonckx even later zelf thuiskwam, werd ook hij afgemaakt. Met zeven kogels maaide Peerke hem neer. Om zijn sporen uit te wissen, stichtte hij uiteindelijk brand. De boerderij ging volledig in vlammen op.

Gerda Van Lommel, de schoonzus van Peerke, schoot Peerke neer.
Ton Wiggenraad Gerda Van Lommel, de schoonzus van Peerke, schoot Peerke neer.

Zelfmoord in gevangenis

Deze vier moorden zijn de enige die Peerke Verhaert bekend heeft. Hij wordt ervan verdacht ook Louis De Groof uit Herenthout en Frans De Cuyper uit Heist-Op-Den-Berg vermoord te hebben. De Schrik van de Kempen - zoals Peerke die tijd genoemd werd - bekende ook die moorden tot twee keer toe, maar trok die verklaringen steeds weer in. Peerke verdween opnieuw voor lange tijd achter de tralies, net zoals zijn kompaan Jef Van Rulo. Die laatste pleegde uiteindelijk zelfmoord in de gevangenis. Ook Peerke probeerde dat, maar een alerte cipier kon daar een stokje voor steken. De afscheidsbrief die hij geschreven had, en die naar verluidt vol bekentenissen stond, at hij op voor iemand die kon lezen.

In 1988 kwam Peerke opnieuw vrij. Zijn broer Jan gaf hem onderdak in zijn garage, aan de Processieweg in Wolfsdonk. Maar de relatie tussen de twee broers was al snel verzuurd. Ook met de vrouw van Jan - Gerda Van Lommel - vertroebelde de relatie. Zij werd meermaals met de dood bedreigd door Peerke. Ook de inwoners van Wolfsdonk zaten met de daver op het lijf. Heel wat bewoners staken de straat over als ze hem op zijn fiets zagen aankomen. Voor jonge meisjes was het zelfs verboden om alleen langs het Zillekespad richting Blauberg te fietsen. Het verlaten wegje, dat op een boogscheut van de residentie Verhaert lag, werd in de verbeelding van de bewoners gebombardeerd tot het gedoodverfde actieterrein van de viervoudige moordenaar.

Vermoord en gedumpt

In februari 1995 was Peerke plots vermist. Zijn broer Jan deed alsof zijn neus bloedde en gaf zijn verdwijning aan bij de politie. Hij vertelde erbij dat Peerke wellicht met zijn fiets in het kanaal gesukkeld was. Dat bleek ook werkelijk zo te zijn. Alleen was Peerke niet stomweg in het kanaal gevallen, maar was hij doodgeschoten en met fiets en al in het kanaal gedumpt. Eerder die dag zou hij zijn schoonzus Gerda opnieuw toegeroepen hebben 'dat hij haar de kop zou afhakken en in een boom zou hangen'. De vrouw was de bedreigingen beu en schoot Peerke dood met een jachtgeweer. "Het was hij of ik", zei ze daar later over tegen de rechter. Haar echtgenoot Jan loste daarna nog een tweede schot op het stoffelijk overschot van zijn broer. Daarna dumpte hij het lijk in het kanaal.

Pas maanden later werd het lijk gevonden door een binnenschipper. Het vertoonde twee schotwonden. Het duurde nog tot 1997 voor Jan en Gerda bekentenissen aflegden. De twee kregen uiteindelijk een milde straf en kwamen na afloop van het proces meteen weer vrij. Het echtpaar woont vandaag nog steeds in het huis aan de Processieweg. Over Peerke wordt ten huize Verhaert nooit meer gesproken. "Daar houden we ons niet meer mee bezig", zegt Gerda.