Groene Bel na 55 jaar terug thuis

WERKGROEP LYCEUM VINDT VERLOREN HOPSOORT TERUG IN SLOVENIË

Brouwer Jo Abbeloos met leerkrachten Jan Louies, Ruben Meert en Steve Beurms.
Rutger Lievens Brouwer Jo Abbeloos met leerkrachten Jan Louies, Ruben Meert en Steve Beurms.
In het Lyceum van Aalst groeien drie verloren gewaande hopsoorten. Tot in de jaren '70 van de vorige eeuw stonden er tussen Aalst en Asse duizenden hopplanten van de Groene Bel, Coigneau en Loerenhop, maar anno 2014 leken ze van de aardbol verdwenen. Enkele leerkrachten van het Lyceum deden research en vonden de planten terug in Slovenië en Engeland. Ze willen er op termijn opnieuw bier mee brouwen.

De werkgroep Groene School van het Lyceum startte in 2009 met het zoeken naar oude Aalsterse perenrassen. Enkele vergeten perenvariëteiten zoals de Ganzenbol en de Pistoolpeer werden teruggevonden en dragen tegenwoordig vruchten in de tuin van de school. Het vizier van de leerkrachten heeft zich ondertussen verplaatst richting vergeten soorten hoprassen, en met succes. "De streek tussen Aalst en Asse was tot in de jaren '70 van de vorige eeuw gekend voor haar weidse hopvelden", zegt leerkracht Ruben Meert. "Enkele courante rassen waren de Coigneau, Witte Rank en de Groene Bel. Door de concurrentie uit Duitsland en Tsjechië gingen de oude variëteiten uit de eigen streek verloren. Wij vroegen ons af of er nog levende planten van zouden bestaan", zegt Meert.


De zoektocht begon in 2009 heel gewoon, in enkele tuincentra. "We gingen bij plaatselijke plantenkwekers en tuincentra op bezoek. Dat had geen resultaat. De zogenaamde 'humulus lupulus aureus', een sierhopplant met een gouden blad is de enige die je nog vindt. Er waren in 2010 en 2011 talloze contacten met hopboeren, heemkundige kringen en andere specialisten. Ze waren unaniem: de rassen die we zochten behoorden definitief tot het verleden", zegt Jan Louies, leerkracht in het Lyceum. "De moed zakte ons in de schoenen."

Hopplukkers met de Groene Belle in 1907.
Repro Rutger Lievens Hopplukkers met de Groene Belle in 1907.

Groene Bel

In het begin van de 17de eeuw groeide in Aalst meer hop dan in de rest van Europa samen. "Die 'Aalsterse hop' veranderde in de negentiende eeuw van naam en werd 'Groene Belle'", zegt Jan Louies. Na Wereldoorlog II en het doorbreken van de pilsbieren vervingen hoptelers de Groene Bel definitief door Duitse variëteiten. Het plantje verdween van de Aalsterse bodem. "We vonden een Sloveense studie uit 2009 waar er sprake was van de Groene Belle en contacteerden The Slovenian Institute For Hop. Daar bevestigen ze in 2012 dat ze Groene Bel in hun collectie hebben", zegt Ruben Meert. "In 1959 had ene Jacques Hoed uit Asse een plant naar het hopinstituut van Slovenië verstuurd. Wortelstokken van die Groene Bel zijn 55 jaar later naar Aalst teruggekeerd."

Levend erfgoed

De hopvariëteit Coigneau vonden de leerkrachten terug in de plantencollectie van het Wye College, een onderdeel van de Londense universiteit. Ook daarvan worden wortelstokken naar Aalst opgestuurd. De typisch Erembodegemse Loerenhop werd teruggevonden in Gembloux. "Van de twaalf soorten op ons lijstje stonden, hebben we er drie teruggevonden en de planten groeien als erfgoed ondertussen in de tuin van het Lyceum", zegt Ruben Meert.

Belleketels

De brouwerij Belleketels uit Denderbelle heeft al een klein brouwsel gemaakt van de eerste hopbellen. "We hebben 1.600 gram Groene Bel kunnen oogsten en daar is 25 liter bier van gemaakt. Op langere termijn zou het fijn zijn om daar opnieuw meer bier mee te brouwen."


"Op korte termijn hopen we ervoor te kunnen zorgen dat de soorten weer vaste voet aan de Aalsterse grond krijgen. Misschien dat we daarvoor de hulp van de stad kunnen krijgen, om weer een veld vol Groene Bel te kunnen zetten."