Ga naar de mobiele website
^ Top

"Gala? In mijn tijd kreeg je gewoon een telefoontje"

RWDM-icoon haalt gouden schoen na 45 jaar nog eens vanonder het stof

Maurice bij zijn Gouden Schoen, die toch een prominente plaats gekregen heeft in zijn sportwinkel.
Foto Eeckhout Maurice bij zijn Gouden Schoen, die toch een prominente plaats gekregen heeft in zijn sportwinkel.
De Gouden Schoen, de hoogste individuele prijs voor een voetballer, droeg 45 jaar geleden de naam van Aalstenaar Maurice Martens (70). Een bekroning van een carrière die begon bij de jeugd van Eendracht Aalst, gevolgd door het grote RSC Anderlecht en Racing White - het latere RWDM. Hij verzamelde ook 26 caps voor de nationale ploeg, waar hij zelfs enkele keren aanvoerder was. Tijd om die Gouden Schoen nog eens vanonder het stof te halen.

Ik kan me inbeelden dat je die Gouden Schoen koestert, misschien zelfs in die mate dat

niemand hem mag aanraken?

"Hij heeft alleszins altijd een prominente plaats gekregen. Sinds we in de Koolstraat in Aalst een sportwinkel hebben, staat mijn Gouden Schoen achter de toonbank. Het zijn vooral kinderen die er hun oog op laten vallen. Dan hoor ik de vaders vertellen wie ik was, waarna we samen enkele anekdotes opdissen. Mijn Gouden Schoen wordt regelmatig eens afgestoft of opgeblonken, maar het is zeker niet zo dat mijn vrouw hem niet mag aanraken, hoor. (lacht)"

Hoe zag zo'n gala in 1974 er eigenlijk uit?

Ook al met veel bling-bling en 'wags'

in designerjurken?

"Totaal niet. In die tijd kreeg de winnaar een simpel telefoontje van de organisatie, en daarmee was de kous af. Er volgde zelfs geen receptie. Het enige eerbetoon dat je toen kreeg, was de overhandiging van de schoen voor aanvang van een wedstrijd. Al toonden de kranten - langs beide kanten van de taalgrens - wel interesse. De telefoon stond in de daaropvolgende dagen niet stil. Ik ben trouwens al een paar keer naar het Gala van de Gouden Schoen geweest, en ik moet zeggen dat al die glitter en glamour niet zo mijn ding is. Maar dat zal het leeftijdsverschil zijn, zeker?"

Op de website van Sporza zag ik een reportage uit 1976: 'De Golden Boy van RWDM'. Ivan Sonck stelde stoute vragen, maar je antwoordde welbespraakt, rustig en bescheiden. Gouden Schoen zonder sterallures?

"Dat is ook niet mijn stijl. Ik verkocht mezelf op het veld. Het was daar dat ik mij moest bewijzen, niet in de media."

Als speler etaleerde je een geweldige fysiek. Kenners worden nog altijd lyrisch over je snedige spurtjes en onwaarschijnlijke conditie. Wat doe je tegenwoordig om fit te blijven?

"Die goede conditie is er niet zomaar gekomen. Tijdens mijn eerste jaren bij Anderlecht stond ik elke dag om 4 uur op om mijn vader te helpen met uitbenen. Om 13 uur nam ik in Erpe-Mere de bus naar het station van Aalst, de trein naar Brussel en de tram naar het Astridpark. Ik was pas om 21.30 uur weer thuis. Na mijn carrière onderhield ik mijn conditie met skiën en tennissen. Toen mijn knieën en heup het lieten afweten, begon ik te fietsen. Dat doe ik vandaag nog steeds, elke dag naar de winkel en terug - goed voor zo'n 3.000 kilometer per jaar. En op zondag trek ik met een groepje wielertoeristen de baan op."

Wat denk je wanneer je in de krant leest dat Rode Duivel Radja Naingolan zich weer eens gelaafd heeft aan sigaretten en alcohol? Of deden wel meer spelers dat in jouw tijd?

"Hij overdrijft wel een beetje - zeker door dat filmpje zelf op sociale media te delen. Hij weet nochtans dat de bondscoach hem in de gaten houdt. In onze tijd werd er ook wel een pint gedronken en waren er spelers die rookten. Gilles Van Binst stak elke dag sigaretten op, en na elke wedstrijd dronken we drie of vier pinten - al naargelang de uitslag. Johan Boskamp had dan weer een snoepverslaving. Die kon ook een halve liter roomijs naar binnen spelen. Maar toen waren er nog geen gsm's om alles te filmen, waardoor dat ook niet uitgesmeerd werd in de media. En als we al eens een pintje te veel dronken, dan trainden we dat er de volgende dag wel af."

Je was amper 18 jaar toen Anderlecht je bij Eendracht Aalst kwam halen. De grote doorbraak kon je daar niet forceren, maar je deelde wel de kleedkamer met iconen als Paul van Himst en Jan Mulder. Mooie herinneringen?

"Ik was nog een jong ventje en ik keek vooral naar hen op. Ik was een 'dienende speler', zij maakten het verschil. Jan Mulder was toen al welbespraakt en heel slim. Ik hoor hem nog altijd graag bezig, en hou van zijn nostalgie."

Wie tegenwoordig de Gouden Schoen wint, versiert een mooie transfer naar het buitenland en heeft na zijn carrière zijn schaapjes op het droge. Ben jij te vroeg geboren of had je meer uit je carrière kunnen/moeten halen?

"Ik kon in die periode naar Feyenoord, waar ik ook meer zou verdienen. Maar zolang je onder contract lag, was je als speler aan handen en voeten gebonden - tenzij een club heel diep in de buidel wilde tasten. Pas als je einde contract was, kon je weg. Achteraf vind ik het wel jammer dat die transfer er niet gekomen is, want Feyenoord had toch mooi op mijn palmares gestaan."

Opvallend: jij opende in je hoogdagen een sportwinkel om een 'fin de carrière'-blessure voor te zijn. Realiteitszin of fatalisme?

"We verdienden destijds geen fortuinen en rond je 35ste zat je carrière er meestal op. Niets doen na het voetbal was dus geen optie. In die tijd hadden we ook nog geen concurrentie van grote ketens of internet. Vandaag noem ik mijn sportwinkel onze pensioenwinkel."

In welke mate speelt voetbal

nog een rol in je leven?

"Ik volg het nog. Dat moet wel, want ik mag ook stemmen voor de Gouden Schoen. Dit seizoen was ik aanwezig op de fandag van Anderlecht en bij RWDM neem ik nog wel eens plaats in de tribune. Daar word ik trouwens nog altijd als een vedette onthaald. Ze vragen me dan om de aftrap te geven en de oudere fans scanderen mijn naam. Door die Gouden Schoen zit ik nog steeds in hun hart."

Meer over


Meld een bug