Exclusief voor abonnees

Plant in de late herfst: het is goedkoper én je hebt de meeste kans op succes

Laurence Machiels.
RV Laurence Machiels.
Waarom eind november-begin december zo’n goed plantseizoen is? De bodem is vochtig en nog relatief warm, zodat de planten al volop water kunnen opnemen en zich makkelijker op hun nieuwe plek kunnen settelen. Plant je in de lente, dan zul je vaker moeten gieten en alerter moeten zijn, zegt tuinexperte Laurence Machiels. Meer advies vind je in ons tuindossier.

Vanaf nu tot eind maart bieden kwekerijen en tuincentra bomen ‘met blote wortel’ aan. Die zitten niet in een pot maar worden direct, met kale wortels, van het veld gerooid. Ze zijn niet alleen een stuk goedkoper, ze nestelen zich ook sneller in de grond dan planten in pot. Let wel, grotere exemplaren, voorgeleide en groenblijvende bomen worden niet met blote wortel verkocht, omdat ze erg gevoelig zijn voor uitdroging. Die koop je ‘met kluit’: de wortels zitten met een klomp aarde in een netje. Ze zijn duurder dan met blote wortel, maar nog altijd goedkoper dan in pot. Vorstgevoelige bomen zoals vijgen plant je niet nu, maar pas vanaf maart; in een strenge winter kunnen ze bevriezen.

Breed plantgat

Plant niet wanneer het vriest of het veel geregend heeft. Heb je je boom al gekocht, sluit de wortels dan zo goed mogelijk af met een papieren of jute zak en houd hem op een donkere, vochtige plek, uit de wind. Besproei de wortels met de tuinslang, als ze droog aanvoelen.

Heb je een boom in een netje gekocht, haal dan het netje voor het planten zeker weg en maak ook de aarde aan de buitenkant goed los: hoe meer ruimte de wortels krijgen, hoe gemakkelijker ze hun weg vinden op hun nieuwe plek. Dompel voor het planten de wortels van de boom in een kuip met (modder)water.

Graaf een plantgat dat even diep is als de wortels, maar minstens 10 cm breder. Een rond of vierkant gat, dat maakt niet uit. Maak met je spade de aarde op de bodem en de zijkanten wat los. Alleen als de boom op een winderige plek komt te staan, plant je eerst een korte steunpaal — een paal van maximaal 1 meter lang, tot de helft in de grond — aan de windzijde — doorgaans het zuidwesten. Giet een emmer water in het gat. Zet de boom in de modder, op precies dezelfde hoogte als hij in de kwekerij stond, zeker niet dieper, de markering is zichtbaar op de stam. Een paar centimeter hoger is ook goed, de aarde zal nog wat zakken, en dus ook je plant. Spreid de wortels goed open. Maak de uitgegraven aarde met je handen fijn en strooi die over de wortels.

Meteen mulch

Controleer of de boom recht staat, schud even aan de stam zodat de aarde goed tussen de wortels valt, en druk aan met je voet. Geef langzaam een emmer water rond de stam. Bevestig de boom losjes met een rubberen of jute band aan de steunpaal, op 30 centimeter van de grond. Bedek de aarde meteen. Strooi 2 à 3 cm compost onder de boom en daarbovenop minstens 10 cm schors, houtsnippers, bladaarde of bladeren gemengd met grasmaaisel. Blijf 5 cm van de stam weg. De mulch houdt het onkruid tegen en zorgt dat minder water verdampt.

Plant je een boom in het gazon, houd dan een cirkel van minstens een halve meter rond de stam vrij van gras, om te mulchen. Probeer het eerste jaar zo weinig mogelijk onder de boom te lopen, dat compacteert de grond, verstoort de weldadige schimmels die hard aan het werk zijn om je boom te helpen groeien, en het duwt op de piepjonge wortels. Het eerste groeijaar is cruciaal: geef in droge periodes zeker water; ook ’s winters kan het weken niet regenen! Geef telkens veel: een boom van 1,5 meter hoog heeft minstens een emmer per keer nodig.

Onze manier van tuinieren verandert door nieuwe inzichten, studies en ervaringen. Zo werden vroeger de moestuinen elke lente twee spaden diep gespit, nu spitten we helemaal niet meer, of enkel minimaal en oppervlakkig. Ook voor het planten van bomen zijn er interessante nieuwe inzichten.

1. Zonder bodemverbeteraar

De boom moet zo snel mogelijk wennen aan de nieuwe grond waarin hij terecht komt. Hij zal sneller wortelen met extra bodemverbeteraar in het plantgat. Maar zodra de wortels aan de grenzen van het plantgat zijn gekomen, moeten ze toch in de oorspronkelijke aarde verder groeien. Je helpt je boom dus niet met extra bodemverbeteraar, maar laat hem beter meteen wennen aan de nieuwe plek. Enkel in geval van zandgrond of zware klei, kun je een paar handen tot een halve emmer bodemverbeteraar onder de aarde van het plantgat mengen. Gebruik in elk geval nooit potgrond!

2. Een ondiepe put

Zorg dat het plantgat 10 cm ruimer is dan de uitgespreide wortels nodig hebben, maar beslist niet dieper dan de wortelkluit. Een diepe smalle put is het slechtste wat je kunt doen, als je een boom plant. De stabiliteit van een boom wordt immers bepaald door de breedte van zijn wortelgestel, niet door de diepte. Door de zijkanten breder uit te graven, stimuleer je ze om zich in die richting te ontwikkelen. Het is in de bovenste 15 cm dat de meeste weldadige bacteriën en voedingsstoffen zitten, niet diep in de grond.

3. Geen (of een korte) steunpaal

Een boom moet kunnen bewegen en wiebelen om een sterk wortelstel te ontwikkelen. Hoe meer wortels, hoe steviger hij vast zit in de grond en hoe meer water en voedingsstoffen hij kan opnemen. Een hoge steunpaal maakt een boomstam alleen maar zwakker. Enkel op een plek met veel wind heb je een steunpaal nodig, of in het geval van een hoge boom op een dun stammetje, die opgekweekt is met een bamboestok. Neem een paal die maximum 50 centimeter boven de grond uitsteekt, en bind 30 cm van de grond aan. Haal de steunpaal na twee jaar weg. Zaag hem tegen de grond af. Begin niet te wrikken aan de paal, dat schendt de wortels.

4. Plant een kleine boom

We willen snel een grote boom, en toch is het beter om met een klein exemplaar te beginnen. Een jonge boom past zich veel sneller aan zijn nieuwe plek aan en begint al in de lente flink te groeien. Hoe groter de boom, hoe groter de stilstand, hoe lastiger hij weer aan de groei gaat én hoe meer water je hem moet geven. Met een boom van anderhalve meter hoog, haal je al gauw de ‘voorsprong’ van een grotere boom in.

5. Geen mest of myccorhiza nodig

Onder de grond is een groots netwerk van weldadige schimmels actief. De bekendste zijn mycorrhiza, die planten helpen om voedingsstoffen uit de grond op te nemen. De schimmels komen van nature in zowat elke tuin voor en zullen zich dan ook vanzelf met de wortels van je nieuwe boom associëren. Je hoeft dus geen extra myccorhiza toe te voegen. Door een laag compost en daarboven minstens 10 cm mulch als houtsnippers onder je boom te strooien, stimuleer je vanzelf de aanwezige weldadige schimmels. Als je iets onder de grond wil mengen, neem dan lavagruis of lavazand, dat bevat veel mineralen en sporenelementen en helpt planten om voedingsstoffen uit de bodem op te nemen. Je kunt een handje per boom in het plantgat mengen. Enkel wanneer een bodemtest uitwijst dat je tuin onvoldoende voedingsstoffen bevat, geef je na het eerste jaar voedingsstoffen bij: verteerde stalmest, compost of organische meststoffen. In alle andere gevallen is dat niet nodig.

Of je nu een groot gazon hebt of een kleine stadstuin: groen vergt onderhoud. Maar welke onderhoudsbeurten mag je echt niet overslaan? Met de adviezen van onze tuinexperten wordt de verzorging van je tuin een fluitje van een cent. Je leest alles in ons dossier

Zo houd je je kamerplanten ook in de winter mooi en gezond

Bye bye onkruid: onze experte toont hoe je zelfs de hardnekkigste soorten uit je tuin weert

Zo leg je een prairietuin aan: weinig onderhoud nodig en ijzersterke planten




1 reactie

Alle reacties worden voor publicatie gelezen -en goed- of afgekeurd- door het moderatie-team van HLN. Elke reactie moet voldoen aan deze gedragsregels.
Je naam en voornaam verschijnen bij je reactie.


  • Geert Heylen

    Daar moet je zelfs geen boerenverstand voor hebben ...! (Dan hebben de planten , meer dagen om reeds te wortelen ,voor het echte groeiseizoen er aan komt .....)