Exclusief voor abonnees

Moestuin voor gevorderden: de beste tips van tuinexperte Laurence Machiels

Steven Richardson
Meimaand is moestuinmaand. Stevig spitten, flink bemesten en alle groenten keurig op een rijtje: al decennialang moestuinieren we zo. Terwijl niet spitten, weinig voeding geven en groenten door elkaar planten net beter blijken te zijn. Tuinexperte Laurence Machiels legt uit welke dingen je beter anders kan aanpakken. Lees ook de andere tuintips in ‘Mijn Thuisblijfgids’.

1. Minder water geven, meer gazonmaaisel

Pas gezaaide of geplante groenten en bladgroenten zoals salades en spinazie hebben veel water nodig, net zoals tomaten, aubergines, komkommers, pepers en paprika’s, op het moment dat ze vruchtjes vormen. Maar daarna kun je stelselmatig gietbeurten afbouwen, ook in de serre; planten vinden zelf wel diep in de grond water. Bovendien hebben groenten die minder water krijgen, een meer intense smaak.

Als je de grond niet spit en systematisch mulcht, zal je sowieso veel minder water moet geven. Al hangt het van de bodem af; zandgrond droogt veel sneller uit, en zal meer gietbeurten vergen.

Bij grote droogte zul je sowieso moeten begieten. Doe het ‘s ochtends, gebruik regenwater en geef ineens veel, zo’n 10 tot 20 liter per m². Strooi meteen daarna een laag gazonmaaisel van maximaal 3 cm dik tussen de groenten. Vul elke week met een laagje aan, zo gaat het nooit rotten of stinken. Grassnippers zijn een geweldig (en gratis) middel tegen verdamping. 

Strooi een laag gazonmaaisel van maximaal 3 cm dik tussen de groenten
Steven Richardson Strooi een laag gazonmaaisel van maximaal 3 cm dik tussen de groenten

2. Minder spitten, meer opbrengst

Spitten is niet alleen hard labeur, het blijkt zelfs helemaal niet goed voor je moestuin. Meer nog, door niet meer te spitten verhoog je de opbrengst met 5 tot 10%, blijkt uit jarenlange vergelijking tussen gespitte en niet-gespitte moestuinen. Bovendien heb je in een niet-gespitte tuin minder onkruid.

Veel onkruidzaden die vaak vele jaren slapend in de grond zitten, kiemen bij plotse blootstelling aan licht. Spit je niet, maar maak je alleen de bovenste laag los, dan haal je die slapende onkruidzaden ook niet naar boven.

Bovendien situeert het gros van het bodemleven zich in de bovenste 15 cm van de grond. Het is in die laag dat je het succesvolst groenten kweekt. Hoe moet het dan wel? Op lichte grond schoffel je in de lente oppervlakkig, op zware (klei)grond wrik je de aarde los met een spitvork (een riek met platte tanden) of grelinette, een soort reuzehark met lange tanden. Het moeilijkste is het begin: de eerste jaren zijn de onkruidzaden nog vitaal, maar hoe langer je moestuiniert zonder spitten, hoe minder onkruid.

Op lichte grond schoffel je in de lente oppervlakkig, op zware (klei)grond wrik je de aarde los met een spitvork
Steven Richardson Op lichte grond schoffel je in de lente oppervlakkig, op zware (klei)grond wrik je de aarde los met een spitvork

3. Zorg voor lagen

Fruitbomen in de boomgaard, bessen in de snoeptuin, kruiden in de kruidentuin en groenten in de moestuin: heerlijk overzichtelijk. Maar efficiënt is het niet. Want onder je fruitbomen en bessenstruiken blijven hele stukken grond ongebruikt, terwijl er net zo goed groenten en kruiden kunnen groeien.

Of waarom niet een bessenstruik tussen de groenten? Die zorgt er voor een streepje schaduw, wat bepaalde groenten zoals rucola, kervel, zurkel maar ook bosaardbeien beslist weten te appreciëren. Kruiden, groenten, bessen en fruitbomen combineren, in verschillende lagen, is een van de basisprincipes van permacultuur, een alsmaar populairdere vorm van moestuinieren. Er wordt ook meer met vaste groenten gewerkt die tussen of onder de bessen en fruitbomen groeien, zoals artisjok, asperge, aardpeer, door-levende kool en broccoli, zeekool, rabarber... Interessant, omdat je er nog amper werk aan hebt, er altijd wat eetbaars in je tuin te vinden is, en het nog erg mooi is ook.

Een bessenstruik tussen de groenten zorgt voor een streepje schaduw, wat bepaalde groenten zoals rucola, kervel, zurkel maar ook bosaardbeien beslist weten te appreciëren
Steven Richardson Een bessenstruik tussen de groenten zorgt voor een streepje schaduw, wat bepaalde groenten zoals rucola, kervel, zurkel maar ook bosaardbeien beslist weten te appreciëren

4. Nooit meer kale aarde

Vind je dat je moestuin er pas goed uitziet als elk plekje kale aarde er prachtig geharkt bij ligt? Dan wordt het even wennen, want dit is nefast voor je moestuin. Het water verdampt er meteen, het is een open uitnodiging voor onkruid en bij elke regenbui spoelen er voedingsstoffen uit. In de natuur is toch ook geen aarde onbedekt? Als jij je moestuin het jaar rond bedekt met mulch zoals compost, bladaarde, plantenresten, stro, hooi, champignonmest, verteerde houtsnippers... kan er geen onkruid kiemen, blijft het vocht in de bodem en zetten ondertussen de wormen en bacteriën de mulch om in geweldige humus. En je hoeft vooral nooit meer te spitten, want de aarde onder de mulch is al kruimelig. Houd de grond tussen grote groenten zoals tomaten en kolen sowieso de hele zomer lang bedekt, bijvoorbeeld met een dikke laag hooi of stro. Dat spaart je veel water uit en doet je planten beduidend beter groeien.

Als jij je moestuin bedekt met mulch zoals hooi kan er geen onkruid kiemen
Steven Richardson Als jij je moestuin bedekt met mulch zoals hooi kan er geen onkruid kiemen

5. Weg met die rijtjes

Al die groenten op een rijtje: heerlijk overzichtelijk! Maar wist je dat groenten veel beter groeien als ze omringd worden door ander groen? Bovendien betekenen rijtjes plaatsverspilling, zeker wanneer de groenten nog klein zijn. Dan kun je toch beter al die leegtes tijdelijk vullen met snelle groenten, zoals radijsjes, snij- en pluksla. Minder kale aarde betekent ook minder onkruid, en in droogteperiodes minder gietbeurten. Durf gerust eens sla, spinazie, bladkolen, mosterdblad... in één keer door elkaar te zaaien, en systematisch jonge blaadjes te oogsten, zoals je met pluk-salade doet. Door wekelijks uit te dunnen, komt er telkens weer ruimte vrij voor de andere groenten, die je verder dik en breed laat worden.

6. Laat dat moestuinplan (een beetje) los

Wie moestuiniert, heeft een moestuinplan. Want om je tuin gezond te houden, schuif je de groenten best elk jaar een bedje door. Zo krijgen ziektes die op specifieke groenten komen het jaar daarop geen kans, omdat er op die plek een andere groente groeit, waar die ziekte geen vat op heeft. Kolen zijn bijvoorbeeld erg vatbaar voor knolvoet, en aardappelen trekken makkelijk plagen aan.

Maar voor veel groenten is zo’n strak schema niet nodig. Uiteindelijk speelt elke groente haar rol in de moestuin, en is het net de combinatie van al die groenten die je tuin gezond en sterk houdt. Wortels, pastinaken en prei boren zich diep in de grond en maken de aarde mul, bonen en erwten geven voedingsstoffen af en aardappelen, pompoenen en courgettes bedekken de aarde zodanig dat er geen onkruidje meer door kan, waardoor er het jaar daarop op die plek amper onkruid groeit. Groenten roteren is goed, maar zaai en plant gerust je groenten op de plekken die zich aandienen. Alleen voor kolen en aardappelen moet je streng zijn. 

7. Compost en brandnetel in plaats van mestkorrels

‘Voed de bodem, niet de planten’, is het nieuwe motto. Als de bodem genoeg voedingsstoffen bevat, hoef jij geen zak moestuinmest of koekorrels meer te kopen. Strooi in de plaats elk jaar in de lente een laagje compost over je moestuin. Al die verteerde tuin- en groenresten brengen extra organisch materiaal in de grond dat afbreekt tot humus, waardoor jouw grond het water en de voedingsstoffen beter vasthoudt en je planten makkelijker wortelen. Hoe meer wortels een plant heeft, hoe meer water en voeding ze uit de grond kan opnemen. Compost maakt kleigrond lichter en zorgt dat zandgrond het vocht beter vasthoudt. Maar ook planten kunnen voor voeding zorgen. Maai smeerwortelblad en jonge brandnetels systematisch af, en strooi ze tussen groenten en fruit die graag veel voeding hebben, zoals aardbeien. Je kunt ze ook onder in het plantgat strooien, wanneer je bijvoorbeeld tomaten plant.

Maai smeerwortelblad en jonge brandnetels systematisch af, en strooi ze tussen groenten en fruit die graag veel voeding hebben, zoals aardbeien
Steven Richardson Maai smeerwortelblad en jonge brandnetels systematisch af, en strooi ze tussen groenten en fruit die graag veel voeding hebben, zoals aardbeien

8. Bloemen tussen de groenten

Een moestuin is voor de groenten, een siertuin voor de bloemen, toch? Beslist niet, bloemen spelen net een heel belangrijke rol in de moestuin! Want ze trekken bestuivers aan, waardoor jij meer tomaten, courgettes en aardbeien oogst. En er komen nuttige insecten op af, als wapen tegen bepaalde plagen. Lieveheersbeestjes en zweefvliegen zijn bijvoorbeeld dol op bladluizen. Met bloemen tussen de groenten spaar je bestrijdingsmiddelen uit, wat alleen maar goeds betekent voor jezelf én de natuur. Nuttige bloemen zijn goudsbloem, komkommerkruid en Oost-Indische kers, en ze zijn bovendien eetbaar. Plant ook eens bewust bloemen bij een bepaalde plant ter ondersteuning. Zo zal smeerwortel een fruitboom van extra mineralen voorzien, verdrijft boerenwormkruid schadelijke insecten, en geven lupines voeding aan de bodem af.

Met bloemen tussen de groenten spaar je bestrijdingsmiddelen uit
Steven Richardson Met bloemen tussen de groenten spaar je bestrijdingsmiddelen uit

Met de adviezen van onze tuinexperten wordt de verzorging van je tuin een fluitje van een cent. Je leest alles in ons dossier.

Lees ook:

Tuinieren hoeft niet duur te zijn: de beste budgettips van tuinexperte Laurence Machiels (+)

Pak nu al de komende droogte aan in je tuin: experte Laurence Machiels geeft advies (+)

Aan de pluk: zo begin je aan een indoor kruidentuin (+)