Columniste Femke: “In een Kempendorp is iedereen in zekere zin familie van elkaar”

-
nina -
Femke is 32 en een rasecht, ongefilterd Kempenkind. Ze is getrouwd met Mathias, die ze ontmoette op het dak van haar moeder - lang verhaal - en mama van Amedee, een rock-’n-rollkleuter van anderhalf. Ze verkoopt bier om de kost te verdienen, waarmee ze vooral het eten van haar (pleeg)katten en konijnen betaalt. Om van de vogels, kippen en vissen nog maar te zwijgen. Ze is een 40’s- & 50′s-lover (hallo, opvallende lippenstift), is zot van eten en nog zotter van mooie woorden. Op NINA.be schrijft ze elke week haar gedachten van zich af.

Vorige week stopte ik per toeval bij de bakker in mijn geboortedorp. Een prachtige winkel in de schaduw van de kerktoren. Net voor mij stapte een vader met z’n zoontje binnen. Een kereltje van een jaar of 7, schat ik. De bakkerin is een oude bekende, die de man en z’n zoon zonder aarzelen bij naam noemde en precies wist dat de kleine vent veel liever chocolade lust dan koeken. En ze vroeg hoe het met X was (Niet dat ze “X” zei, maar je weet wel, privacy en al. Da’s kei-2019). En terwijl ik daar ongewild stond te luistervinken besefte ik dat ik hier veel te lang niet geweest was, in het dorp waar ik groot geworden ben. Enfin, semi-groot, want ik ben blijven steken op een meter tweeënzestig. Het kan misschien de winterse gezelligheid geweest zijn die me parten speelde, of de naweeën van de feestdagen, maar ik vond het opeens zó’n fijn gevoel om ergens te zijn waar de mensen elkaar nog bij naam kennen.

Ik ben opgegroeid in Itegem, een klein dorp in het zuiden van de Kempen. En hoewel ik nu met mijn gezin in een ander dorp woon, zo’n vijf kilometer verderop, heeft Itegem een speciale plek in m’n hart. Het is mijn bakermat, de warme zandgrond waarop ik een karrenvracht aan jeugdherinneringen bij elkaar heb gespaard. Ik speelde er op straat tot het nu te koud of te donker werd en klom er in de bomen. Ik ging er naar de kleuterschool, waar ik ooit met m’n voet vastzat tussen de buizen van de verwarming en met m’n hoofd tussen de spijlen van de trap. De zolderkamer waar het enige tv-toestel van de school stond, rook naar stof en vorige levens. Ik at er Vitabis koeken en dronk er sapjes van den Aldi (die vierkante gele met die appelsientjes op). En ooit deed ik er in m’n kleuterbroek omdat ik de knoop van m’n salopette niet los kreeg. Ik moest naar huis in een sponsen broekske dat al rond zo’n kontje of 50 had gezeten.

De lagere school was aan de overkant van de dikke gele lijn op de speelplaats. Het was een meisjesschool, dus de klasgenoten die niet bij de Chiro zaten -waaronder ikzelf- wisten tot na het vijfde leerjaar nauwelijks hoe een jongen eruit zag. De klassen hadden hoge ramen en wie tijdens de speeltijd warme chocomelk wou, moest om half 9 haar glazen Inza-flesje op de verwarming leggen. En dat ik schrik had van juffrouw An van’t tweede (die op z’n minst 64 tanden had) en haar accordeon, dat weet ik ook nog.

Wat opgroeien in een Kempendorp ook bijzonder maakt, zijn de mensen. Nu Itegem -net als vele andere dorpen- een heleboel nieuwe verkavelingen heeft, is het allemaal wat afgezwakt, maar vroeger kende iedereen iedereen. Iedereen was in zekere zin ook familie van elkaar. En dan bedoel ik dat niet in de figuurlijke, melige zin “Wij zijn een grote familie”, maar gewoon kei-letterlijk. Iedereen was van ver of van dichtbij wel mekaars neef of nicht. Dat komt volgens mij omdat mensen vroeger nu eenmaal hun partner zochten op festiviteiten binnen de dorpsgrenzen. Maar Itegem was niet groot en na 47 kermissen waren de zuivere bloedlijnen op en moesten ze aan de neven beginnen. Een soort van sociaal aanvaard inteelt-kweekprogramma. Maar dan zonder de misvormde of geestesgestoorde jongen. Enfin, op een enkele uitzondering na dan misschien.

De mensen kenden elkaar bij naam, ook al waren die soms uitermate bijzonder. Itegem had een Sus Pap en een Jokke Broek, maar ook een Fons Flup, een Fik van de Klakke en een Jeanne van Tille van Rokkes. En die van Quatorze had veertien kinderen. In ons dorp zaten de moemoe’s bij valavond op de witte plastic bank voor hun huis te keuvelen over hun dag en vaak ook over die van een ander. Er waren meer café’s dan bakkers en achter onze kerk staat tot op vandaag de schoonste linde van het land. We hadden een voetbalploeg, een duivenbond, een legendarische braderie en ondanks de oppervlakte van een zakdoek toch twee duchtig concurrerende fanfares.

Ik heb lang geloofd dat ik nooit of nooit zou weggaan uit Itegem. Maar de jaren gingen voorbij, we kochten een huis dat niet in Itegem lag en behalve dat ik er elke ochtend onze kleine ga afzetten, kom ik nauwelijks nog in het dorp. Tot ik er vorige week dus stopte om een brood te halen.

Toen het mijn beurt was, ging het gesprek met iemand die ik jaren niet gezien had ongeveer zo:

“Aah Femke sé!”

“Hey Annelies, allemó goei?”

“Dasseker, seg en méjij pessies ok hé? Ferm he, mé die boekskes en al. ‘k Hem’t overlest nog gezee tege elle ma. Mo allee, ik was derveu ok al fan ze. ‘k Zien da oep Facebook he. En ‘k hem ‘t er soems over mé de Guy, de kwaffeur. Da van de sauna is menne favoriet.”

Ik stond te glunderen en toen ik vijf minuten later met brood en al in m’n auto zat, werd ik letterlijk warm vanbinnen. Er is de laatste jaren veel veranderd in Itegem. De braderie werd opgedoekt, de voetbalploeg ook, de duivenbond telt nog een handvol leden die net zo grijs zijn als hun duiven. Er wonen ondertussen veel nieuwe mensen, die geen bijnamen hebben en ook geen witte banken. De moemoe is al jaren dood. Maar ik besefte daar en dan hoe fantastisch ik ze vind, die mensen van Itegem. En dat dorp. Dat kleine dorp met de linde, gelegen in’t zuiden van de Kempen. Maar vooral diep in m’n hart.




6 reacties

Alle reacties zijn welkom zolang ze voldoen aan de do's en don'ts die je hier kan terugvinden: gedragsregels. Elke dag ontvangen wij duizenden reacties, het kan enkele uren duren voor jouw reactie wordt geplaatst. Wordt jouw reactie afgekeurd dan werd er geoordeeld dat deze onze gedragsregels schendt.


  • Els Daneels

    Vollédig herkenbaar... ;-) Andere kerkentoren, andere bijnamen maar zelfde sfeer, zelfde gevoel, warme zandgronden en bourgondisch opwarmen in de wintermaanden. Da is de Kempen jom!

  • prutser onbekend

    Haha Guilbert, ik ben van Herenthout en begrijp je reactie. Wij die van de kempen reageren zo wel op buitenstaanders. Neemt nie weg dat ik al 15 jaar in Deurne woon en ik word hier ook nog altijd aanzien als de boeren van de kempen hoor. Zij zijn vant stad en de rest is parking. Dus maak geen verwijten, want uiteindelijk reageren zo veel mensen.

  • Ellen Drossaert

    Geboren en getogen in Wilrijk en nu “immigrant” in Ietegoem, kan ik haar verhaal helemaal bevestigen. Het is nog steeds een dorp met een dorpsmentaliteit en een dorp dat lééft! Dit dankzij de mannengilde, de fanfare, de korfbal, het oudercomité, de Chiro, het jaarlijks weerkerende Keustcafé, de “ronde van Itegoem,.... enz. Haar gesprek met Annelies van den bakker is zo geschreven dat ik het bijna écht kan horen. Blij dat ik hier kan wonen!!

  • Karin Weuts

    Ge hed da schoon gezee Femke, tis hie nog plezant wonen en de meesten hemme nog gene schrik veu ne goeiendag te zeggen al denken sommige da da geld kost. Blijft gij mo schrijven ge doe da goe.

  • guilbert vannimmen

    Wat een grap. Ik woon nu bijna 10 jaar in de kempen en ben nog steeds een buitenstaander voor velen. Ondanks gestart te zijn zonder vooroordelen, mezelf sociaal te engageren, etc word ik nog steeds behandeld als de allochtoon van het dorp terwijl ik alleen maar een andere tongval heb. Lotgenoten weten mijn verhaal te bevestigen. Mocht mijn vrouw niet van de streek zijn was ik al lang vertrokken.