Exclusief voor abonnees

“Toen ik op mijn 21ste een dure leren jas kocht, zag mijn mama dat als een falen in haar opvoeding”

Dirk Alexander, nina.be
Actrice en model Lize Feryn laat ons meeproeven van haar leven, met veel humor, jus en shazam. Zus Mira maakt er een kanttekening bij. Zoals alleen zussen dat kunnen.

Deze column verscheen op 2 mei 2020 in NINA.

Ik kom uit een pre-bakfietsnest. Wij aten quinoa en avocado al lang voor dat hip werd. We knutselden op zondag en luisterden naar muziek waar er al eens een accordeon of draailier in weerklonk. De sint bracht bij ons geen videospelletjes, maar had elk van de zusjes Feryn van een naaimachine voorzien. Goed gekozen van de oude man, want het toeval wil dat zowel mijn oma als mijn mama heel behendig waren in het zelf maken van kleren. En dat talent had die heilige vent ook wel in onze kindervingers gezien.

Mijn mama had een raar soort schaamte voor merkkledij. Als we al eens per toeval van de nicht van de buurvrouw een merkstuk kregen, knipte mama er nog voor de eerste draagbeurt het labeltje uit. Verder was mijn kleerkast vooral gevuld met zelfgemaakte stuks die mijn oudere zussen vijf jaar eerder gedragen hadden. Tot mijn grote spijt was mijn zus Mira als jonge prepuber nogal into felgekleurde salopetten en zo mocht ik vijf jaar later in haar folky patchworkcreaties de speelplaats op. In mijn herinneringen droegen de populaire kinderen van mijn klas vooral beige. Beige broeken, beige schoenen, beige jassen. Als ik dan met mijn vrolijke hippiekleren over de speelplaats fladderde, draaide er weleens een giechelend kinderkopje mijn richting uit. Pas later, toen ik na lang gezaag in het zesde leerjaar eindelijk eens beige sportschoenen kreeg, en mijn klasgenoten tot mijn verbazing met opgetrokken neus ‘ieuw, Scapa’ snoven, viel mijn frank. Het ging hem niet om het kleur maar blijkbaar om het merk. Tot moeders opluchting stopte daar mijn poging om er hetzelfde uit te zien als mijn klasgenootjes. Voor mijn plechtige
communie naaide ik een paarse linnen pofbroek, een lichtroze hemd met – hou u vast – olifantenmouwen, en kleurde ik mijn schoenen bordeaux. Fuck beige.

Je kan je voorstellen dat, toen ik op mijn 21ste met mijn eigen centjes een dure leren jas kocht met een opzichtig gouden borduursel, mijn mama dat zag als een falen in haar opvoeding. “400 euro? Voor zo’n lelijke frak?”

Ik had haar op het hart gedrukt dat ik nog altijd het eenvoudige meisje was van vroeger. En dat de aankoop een weloverwogen beslissing was, die me heel erg blij gemaakt had.

Mama had veel tijd om na te denken. Haar ziekte had op dat moment haar dagen overgenomen en die lange uren in de zetel hadden haar langzaamaan laten wennen aan haar jongste dochter met een lelijke dure frak.

“Lizeke,” fluisterde ze, “zorg maar dat ge hem veel draagt, hè, als ik er niet meer ben.”

Ik glimlachte. “Natuurlijk mama.”

rr